Podoloog en aanverwanten

Gecategoriseerd onder: Gewoon verslag, Op stap, Pis- en kakverhalen, Ziek — Mama om 8:22 pm op Tuesday, August 22, 2006

Acht uur, en je slaapt. Hehe. Niks te vroeg. Niet dat je vervelend was of zo, gewoon uitputtend.

Deze morgen ben je om half acht met een flesje bij me gekropen, en was het half negen voor we in de badkamer verzeilden: we hebben een uur liggen spelen, knuffelen en babbelen, klein spook. Terwijl jij daarna in bad zat, kroop ik onder de douche. Ik had me net helemaal ingezeept en zo toen jij met de melding kwam dat je kaka wilde doen op potje. Oh fijn. Ik heb me snel afgespoeld, jou uit je bad gevist en op je pot gezet. Gelukkig staat er eentje in de badkamer. Een mooi kakje later mocht je weer in je bad, maar eigenlijk wilde je er al bij al snel uit.

Daarna hebben we ontbeten, nog wat op de computer gezeten, en zijn we naar de podoloog vertrokken. Die bevestigde mijn vermoeden: je hebt vrij platte voeten, maar vooral een compleet verkeerde staphouding, waarbij je voeten naar binnen plooien. Niks dat een paar stevige steunzolen niet kan verhelpen, zegt hij. Toch wil ik eerst nog een orthopedist raadplegen en horen wat die te zeggen heeft. Per slot van rekening is een podoloog een graduaat en een orthopedist een echte arts met alles erop en eraan. Er zitten nog wel een paar verschillen qua behandeling in, maar ik ga pas beslissen wanneer ik dus de orthopedist gehoord heb. Feit is dat jij alvast de komende jaren met steunzolen door het leven zal moeten gaan. Als je er maar niet moeilijk over doet…

Aansluitend zijn we boodschappen gaan doen in de Lidl, heb ik gekookt, en zijn we als de bliksem richting papa’s kantoor vertrokken: de Netlashauto (waar ik ook voortdurend mee rijd) was dringend aan onderhoud toe, maar papa had onvoorziene problemen op kantoor en kon dus niet gaan. Wij hebben snel van auto gewisseld en zijn naar de garage in Ledeberg gereden. Daar heb ik de buggy uitgehaald, jouw blauwe zak en een grote paraplu, en zijn we samen langs het zuidpark naar het winkelcentrum van de Zuid gestapt.
Jij keek vooral je ogen uit op de lift, en we zijn er dan ook een paar keer ingegaan. We hebben rondgelopen, ondergoed voor jou gekocht, kleren voor papa gekocht, beneden respectievelijk een caffe latte en een chocomelk gedronken en er een heerlijk koekje van de Hema bij gegeten, nog maar eens naar toilet gegaan (waar jij een lekstok hebt gekregen, verwend nest) en dan buiten aan de fontein op het plein in het zonnetje die lekstok opgegeten. Toen waren we al twee uur later en zijn we via het park in heraanleg terug gestapt. Tegen dan was jij moe, en begon je wat vervelend te doen.
Al bij al waren we om half vijf thuis en hadden we er een heerlijke namiddag opzitten. Je was gelukkig ook compleet zindelijk gebleven, iets waarvoor ik mijn hart had vastgehouden. Jammer genoeg kan dat van de rest van de dag niet meer gezegd worden: je speelde buiten, en plots kwam je naar me toe rennen met de boodschap dat je kaka had gedaan, jawel, in je broek en onderbroek. Ik heb hartsgrondig gevloekt, jou de mantel uitgeveegd, en heb dan maar jou gewassen en daarna die kakkleren uitgespoeld. Ze zitten ondertussen al in de wasmachine.
Jij bent daarna rustig tv gaan kijken, en je gaat echt wel op in wat je ziet. Je geeft commentaar, schrikt, roept, lacht… Datzelfde heb je trouwens in Center Parcs gedaan bij een toneeltje van de Zomerkoningin die het Vlindervrouwtje moet redden van een ziekte. Je spreekt er nog altijd over, en dat verwondert me.
Uiteindelijk kwam je bij me aan de computer op mijn schoot zitten, en hebben we zitten spelen. Kwam het nu van het lachen, ik weet het niet, maar feit is dat je dan opnieuw in je broek gedaan hebt, en ik dus alweer jouw kleren én die van mij mag wassen. Grmbl ! Deze keer ben ik echt uitgevlogen, en stond je te huilen. Ik weet niet of ik er goed aan doe om jou onder druk te zetten, maar het is zo onderhand welletjes geweest met al die pis- en kakbroeken.
Je wilde trouwens geen eten meer, en pas om zeven uur, toen papa ook thuiskwam en ging eten, wilde je wat patatjes mee-eten. Daarna hebben jullie nog wat gespeeld, en nu lig je dus in bed.

Morgen ga je in de namiddag bij Vallery, want ik heb een workshop storytelling. Ze ging nog zien wat ze met jou ging doen, maar ik weet nu al dat je het leuk zal vinden. Hopelijk slaap je vannacht een beetje goed, zodat je morgen echt welgezind bent.

Nog altijd ziek

Gecategoriseerd onder: Ziek — Mama om 12:25 am op Saturday, April 1, 2006

Je bent nog steeds ziek, kleintje. Donderdag had ik het gevoel dat het ergste voorbij was, en vrijdagmorgen om kwart over zeven schoot je wakker met de dringende vraag om een flesje melk. Je bleef wel lusteloos, maar dat weet ik aan het vroege uur. Ik gaf je mee aan een ziek wordende papa, even voor achten, en toen ik rond negen uur even belde naar Nice, bleek je al in je bed te liggen. Je was aan tafel in slaap gevallen, zei ze, en je had compleet geen fut.
Toen ik later terugbelde, bleek je geslapen te hebben tot ze je rond twaalf uur wakker maakte, maar je wilde nauwelijks eten, en mocht daarna verder slapen bij haar. Daar was ik echt wel blij mee, want op die manier konden papa - die ook ziek van zijn werk was thuisgekomen - en ik ook nog een paar uur slapen. Tegen vier uur ben ik je dan gaan ophalen, en jawel, je had opnieuw koorts - 38,6° - en voelde je lamlendig. Je begon echter te huilen en je kwaad te maken, en papa en ik konden maar niet achterhalen wat er scheelde. Je wilde naar Bumba kijken, maar zodra we de DVD opzetten, begon je te kelen dat je géén Bumba wilde; je wilde water, maar van het moment dat we je een beker gaven, sloeg je die bijna uit onze handen… Zo ging het even door, tot ik je een puddinkje gaf en je daardoor kalmeerde. Ondertussen had ik al zowel de dokter gebeld (die had gevraagd hem te verwittigen als je vrijdag nog koorts had) als oma gevraagd om te komen helpen. Ik voelde me zelf nog zodanig slecht dat ik het absoluut niet zag zitten naar de winkel te gaan, en er was geen yoghurt of pudding meer in huis voor jou.
Dokter Tim onderzocht jou nog eens, en deze keer protesteerde en huilde je wél, terwijl je de vorige keer zo’n flinke jongen was geweest. Zijn diagnose bleef dezelfde: gastro-enteritis. Papa had een stevige griep mét koorts en lichte bronchitis te pakken, hetzelfde als ik dus.
Ondertussen was oma ook al gearriveerd, en je begroette haar met een grote glimlach, maar daar bleef het iet of wat bij. Je was wel al iets levendiger, en liep zelfs eventjes rond. Alleen had je nu ook een vervelende hoest, en leek geen van twee soorten hoestsiroop veel uit te halen. Iets voor achten ging je in je bed, maar je bent nog een paar keer op geweest door het vele hoesten.

Deze morgen vroeg je pas rond half tien om aandacht, en bleek je nog steeds een beetje koorts te hebben, maar al veel minder. Alleen die hoest is hardnekkig, al had de dokter niks speciaals op je longen gevonden. Je hebt bij me in de zetel een flesje sojamelk gedronken, een half yoghurtje gegeten, en verder wat naar tv gekeken. Je had al wat kleur, en je werd ook al speels. Toch dommelde je regelmatig weg, en heb je echt al liggen slapen ook. Nu is het al dik over de middag, en je ligt nog steeds in je pyama onder een dekentje. Het badje, waar je daarstraks zo enthousiast over deed, lijkt vergeten te zijn.
Toch zie ik beterschap, en hoop ik dat je tegen morgen weer min of meer de oude bent. Dan hoef ik enkel nog papa te verzorgen, die zich duidelijk slecht voelt en voortdurend ligt te zweten. Ik hoop alleen dat jij nu die griep van ons niet overneemt, kleintje !

Ziek

Gecategoriseerd onder: Ziek — Mama om 12:28 am op Thursday, March 30, 2006

Kleine liefje, we zijn allebei goed ziek, al denk ik dat het ergste voorbij is. Ik voelde me maandag nog veel erger, en heb dan maar de dokter gebeld. Diagnose: tracheitis en griepaal syndroom: griep en een vreselijke hoest, maar zonder de koorts. Jij trok je er niks van aan, en vond het maar wat leuk dat ik je kwam ophalen met Anaïs. Die heeft met jou gespeeld, je eten gegeven en je uiteindelijk ook in bed gestopt. Papa moest laat werken, vandaar. Dinsdag was oma mijn reddende engel: ze was net op tijd om jou bij Nice af te halen, en heeft op haar beurt met jou gespeeld en je boterhammetjes gesmeerd, terwijl ik grotendeels in de zetel lag. Je had wel al koorts, vertelde Nice, en ze had je een Perdolan gegeven. 38,6° is niet zo erg, en aangezien je nog erg levendig was en flink at, dacht ik dat het wel ging loslopen. Hoopte ik eigenlijk. Tegen acht uur lag jij in je bedje, en ging oma weer naar huis. Iets over tienen begon je echter plots te krijsen: toen ik je kamer binnenkwam, zat je rechtop in je bedje hartverscheurend te huilen en diep ongelukkig te kijken. Ik had je amper eruit getild en op mijn arm genomen, toen me duidelijk werd waarom: je deed prompt een aanval op het wereldrecord projectielbraken. Je hele avondeten, inclusief je fles melk was in een paar luttele seconden verspreid over je tapijt, je tafeltje en stoelen, je slaapzak en pyama, en last but not least mijn kleren en haar. Fijn. Ik heb dan maar ons beider kleren afgestroopt en ben met jou brullend op mijn arm onder de douche gaan staan. Pas toen je lekker warm in een handdoek gewikkeld op je waskussen zat, kalmeerde je wat, en kon ik je verzekeren dat het allemaal zo erg niet was, iets wat je maar bleef herhalen. Gelukkig kwam een kwartiertje later papa thuis, zodat wij samen in de zetel konden blijven zitten tot hij jouw kamer wat opgeruimd had. Je bleek trouwens 39,9° koorts te hebben, wat je prompt een Perdolan opleverde. Shura heeft vandaag dan alles tot in de puntjes schoongemaakt, jouw tapijt incluis. De rest van de nacht bleef relatief rustig, alleen tegen de ochtend had je weer een klein beetje overgegeven, maar het volstond om je kussen en onderlaken te vervangen, en je zelf andere kleren aan te trekken. Oh ja, en je beide knuffelbeertjes te wassen, want die waren mee gedoopt. Gelukkig heb ik ze intussen in viervoud.

Woensdagmorgen is papa pas laat naar het werk vertrokken, omdat hij me eerst heeft geholpen met jou. Je had nog steeds meer dan 39°, en voelde je duidelijk ellendig. Je was echter niet alleen: ook ik voelde me nog steeds allesbehalve. Gelukkig kwam bompa af om op jou te letten, zodat ik rustig ziek kon zijn. Hij had er niet op gerekend dat jij ook ziek zou geweest zijn, maar vond het niet erg. Omaly was zo lief geweest om hespenrolletjes te maken met puree, zodat ik me zelfs geen zorgen hoefde te maken over eten. Met jou had hij totaal geen werk: waar je hem nog begroette toen hij binnenkwam, was je de rest van de middag gewoon te ellendig om nog veel te reageren. Je hebt dan ook het grootste deel van de middag, terwijl ik in bed lag te slapen, hier beneden in zijn armen geslapen. Koorts had je nog steeds, vrij hoge koorts zelfs, en het beetje water dat je probeerde te drinken, kwam er dadelijk weer uit, met de nodige opruimacties tot gevolg. Eten heb je niet gedaan… Tegen vijf uur heb ik dan de dokter gebeld, en hij stelde een gastro-enteritis vast, en schreef Motilium suppo’s voor, samen met de Perdolans. Bij mij was het ondertussen een echte bronchitis geworden.
De hele verdere dag heb je vooral geslapen, en tegen zeven uur lag je in je bedje, na nog een keertje wat water uitgekotst te hebben.
Vannacht rond twee uur was je opnieuw wakker, en huilde van de honger. Ik heb je wat melk gegeven, en die dronk je zeer gretig op. Toen we echter iets later de trap opgingen om opnieuw te gaan slapen, kwam ook die melk er weer uit. Fijne bezigheid op een open houten trap. Ik heb papa dus maar uit zijn bed geroepen om op te kuisen, terwijl ik jou (en mezelf) waste en andere kleren aandeed, en nog maar eens je beide beertjes van hun jasjes ontdeed. De andere twee waren nog nat, dus je moest het stellen met nog één haalbaar proper beertje.

Deze morgen hebben we geslapen tot half elf, en je voelde je wel wat beter. Samen hebben we beneden in de zetel wat melk gedronken, waardoor ik tien minuten later alweer de zetel aan het schoonmaken was, het dekentje in de wasmachine gestoken heb en je beertjes opnieuw kon wassen. Je hebt er vier, maar ze hebben veel tijd nodig om te drogen, dus ik kan niet volgen. Je was “gelukkig” te ziek om te protesteren tegen het feit dat je maar één beertje meer had. Ik heb je dan maar in bad gezet, zelf gedoucht, en daarna samen wat liggen soezen. Het beetje water dat je gedronken had, samen met een halve cornflake van mij, resulteerde in nog maar eens een schoonmaakbeurt van de zetel, het wassen van de handdoeken waarop je lag en je kleren, en uiteraard een knuffelbeertje. Daarna heb je een uurtje uitgeput liggen slapen. Je koorts was nog steeds boven de 39°. Na de middag kwam er iets meer leven in je, en keek je mee naar een paar kleuterprogramma’s op de televisie, al viel je om de zoveel tijd weer in de zetel in slaap, al dan niet in mijn armen.
Rond vier uur vroeg je warempel iets te eten en kreeg je een puddinkje, en begon je me met lachende oogjes te plagen en te kriebelen. Je viel regelmatig weer in slaap, maar ik herkende er alweer mijn eigenste kleine ondeugende Wolf in. Tegen de avond was je koorts beduidend minder, liep je alweer rond, en heb je zelfs een klein stukje boterham gegeten. Toen papa thuiskwam, vleide je je tegen hem aan, en babbelde alweer. Nu lig je in je bedje, en ik hoop dat je je tegen morgen beduidend beter voelt. Het zal moeten, want je moet terug naar Nice. Je zal er alleen zijn, en dus kan ze je nog een beetje vertroetelen. Zolang je niet meer overgeeft, is het in orde voor haar. Ik zou namelijk graag morgen terug naar school gaan: de paar uurtjes die ik toch nog kan geven deze week, zijn mooi meegenomen.

Kleine snoetje, toen je daarstraks tegen me aanlag met je ogen dicht en zachtjes mijn open hand streelde met die kleine vingertjes van jou, smolt mijn hart, en zou ik er alles aan gedaan hebben om jou beter te maken. Het moet verschrikkelijk zijn om een zwaar ziek kind te hebben, kleintje, en ik hoop dat ons dat bespaard blijft.

Gecategoriseerd onder: Lang verhaal, Logeren, Op stap, Ziek — Mama om 7:53 pm op Tuesday, January 31, 2006

Dinsdag 31 januari 2006

Sinds de kerstvakantie heb ik niet meer de moed gevonden om nog te schrijven, en toch is er veel gebeurd, liefje. Ik vrees dat ik alweer een aantal dingen ben vergeten, maar ik ga mijn best doen, snoetie.

Nu is het kwart over negen ’s avonds, en je bent ongeveer een kwartier aan het slapen. Gelukkig is papa niet thuis, want dan was je wellicht nog aan het spelen hier. Rond kwart over acht ben je immers in je bedje gegaan: netjes tandjes gepoetst, slaapzak aan, grote knuffel, en in bed. Amper tien minuten later was je al aan het huilen, en na een paar minuten bleek duidelijk dat je niet zomaar ging ophouden. Ik dus naar boven, maar je maakt er de laatste tijd een gewoonte van om vol overtuiging te zeggen: ‘Wolfje wakker’ en dus nog een half uur tot een uur te mogen spelen. Het resultaat is dat we je dan ’s morgens moeten wakker maken, en dat je overdag ook nog een flink tijdje slaapt. Toch denk ik, nu je bijna twee jaar wordt, dat je misschien stilaan kan overschakelen op niet meer slapen overdag, en dan ’s avonds wat vroeger in je bed. In elk geval mocht ik dus weer naar boven, en ja hoor: je stond recht in je bed, keek me aan met die grote blauwe kijkers van jou, en zei: “Wolfje wakker, niet sjapen !” Dat was buiten je mama gerekend: ik heb je duidelijk gemaakt dat dat niet kon, dat je stout was, en dat kleine jongens moeten slapen. Ik heb je dan, terwijl je bleef brullen, een nachtzoentje gegeven op je voorhoofd, heb je vriendelijk slaapwel gewenst, en gezegd dat ik niet meer terugkwam. Dat was tegen twintig voor negen, en ik maakte me sterk dat ik niet voor negen uur ging reageren. En ja hoor, vijf voor negen viel je al min of meer stil, met af en toe nog een opflakkering. En tegen negen uur was het muisstil. Ik durf alleen niet je kamer binnen te gaan om te kijken of je wel toegedekt ligt, maar eigenlijk geeft dat niet, want je kamer is verwarmd en je hebt een slaapzak aan, net om de reden dat je je altijd blootwoelt. Je wordt namelijk steevast wakker als ik binnen durf te gaan om bv. je verwarming uit te zetten als we gaan slapen, en dan heb je soms moeite om weer in te slapen, met alle gevolgen vandien.

Waar was ik gebleven ? Oh ja, dinsdag 10 januari. De woensdag zijn we samen even naar Sofie en de meisjes gegaan: ik wilde nog wat foto’s aan Sofie geven, en ik had ook een hoop kleren van haar die ik nog moest teruggeven. Meteen wilde ik ook wat kleertjes doorgeven voor Ines. Jij begon meteen te spelen, maar de meisjes waren in een ruziestemming, en waren dus niet de beste speelkameraadjes. Het viel me zelfs op hoe stil je wel was, wellicht omdat je ruzie niet gewoon bent. Uiteindelijk bleef je alleen over, en waren de meisjes respectievelijk boven - op de computer aan het spelen. Heel erg vond je het niet, want je had nieuw speelgoed om mee te spelen. We hebben zelfs heel leuk speelgoed meegekregen: een klein treintje op een baantje, waar verschillende geluiden in zitten. Je hebt er ondertussen echt al veel mee gespeeld.

Vrijdag heb ik je op het gewone uur, zijnde half zes ’s avonds, afgehaald bij Nice, en zijn we samen naar mijn school gereden voor de nieuwjaarsreceptie. Ik had eerst gezegd dat ik niet ging komen, maar je was wonderwel goed gezind, dus ik zag het wel zitten. Ik wou eigenlijk vooral met jou gaan pronken, en dat is me gelukt ook. Alle collega’s waren weg van jou. Je hebt je dan ook, als altijd in gezelschap, voorbeeldig gedragen. Er waren sandwiches à volonté, en ik denk dat jij er drie met paté en eentje met filet américain préparé naar binnen hebt gespeeld. Ik had er natuurlijk niet op gerekend dat we daar zouden eten, en ik had je drinkbeker niet bij. Het resultaat was dat je uit een glas moest drinken, en na verloop van tijd kleddernat was. Er waren een paar van mijn leerlingen aanwezig als vertegenwoordigers van de leerlingenraad, en die waren helemaal weg van jou, en jij van hen, zeker toen je een basketbal in handen kreeg en zij met jou begonnen spelen. Vooral Tom, die jij om een of andere reden Tombie noemde, kon op je bijval rekenen. Iedereen vond je, als altijd, een schatje.

De zaterdag was, voor zover ik het me kan herinneren, lekker rustig, en op zondag zijn we koffie gaan drinken bij oma en opa. Oma vertrok immers de dinsdag erna naar Peru voor vijf weken (opnieuw om er als vrijwilliger te gaan werken als tandarts in Peru) en wilde ons allemaal nog even zien. De taart was heerlijk, en dat vond jij ook, klein smekmormel. Je was eigenlijk vooral enthousiast over het feit dat je nonkels en tantes er ook waren, en vooral dan Roeland.

De week erop was weer vrij rustig, behalve dan dat er weer een paar kakincidenten waren te beleven. Je stoelgang is nog steeds problematisch, om het nog zachtjes uit te drukken. Het gebeurt eigenlijk zelden dat je een normale, vaste kak hebt. Eén keer had ik verschrikkelijk veel geluk dat je geen echte diarree had: om een of andere reden was je luier verschoven of niet goed aan, en je zat naast me in de zetel naar tv te kijken. Ik hoorde aan je ademhaling dat je je broek aan het vullen was, en even later rook ik het ook. Ik wilde je een verse luier aandoen, tilde je op, en toen zag ik het: een mooi pakketje in de zetel ! Blijkbaar had je gewoon naast je luier gekakt en was die zelfs nog proper ! Jijzelf had er al per ongeluk met je handjes ingezeten, dus een grootse kuisoperatie volgde, maar een kwartier later waren zowel Wolf als speelgoed en zetel weer zoals het hoorde. Heh. Er zijn leuker dingen dan dat. Nog een geluk dat je toen niet de stoelgang had als die vrijdagmorgen ! Om half acht wilde ik je uit je bed halen om je je fles te laten drinken in de badkamer en je vervolgens aan te kleden, en bij het binnenkomen van je kamer rook ik het al: een flinke kakbroek. Alleen bleek dat een schromelijke onderschatting. Je bleek serieuze buikloop te hebben - gelukkig zonder de neveneffecten als krampen en zo - en de kak zat letterlijk tot in je haar. Je hele pyama, je slaapzak, het ververskussen, alles… Ik heb onmiddellijk het bad laten vollopen, jou zo goed zo kwaad mogelijk eerst propergemaakt met vochtige doekjes en je daarna gewassen. Je huilde van ellende en wellicht ook het koude water, maar het leed was geleden van zodra je in je warme badje zat: een heerlijke onverwachte traktatie. Het resultaat was uiteindelijk een proper gewassen en geklede Wolf, en een mama die het zonder douche moest stellen en ontbeten heeft in de auto op weg naar school. Heh.
Nice vond trouwens ook dat het de spuigaten uitliep en drong aan op een nieuw staalonderzoek van je kak: vrijwel elke dag moet ze jou na je middagdut vers ondergoed aandoen, omdat alles er gewoon uitloopt. Vorige week kreeg ik echt onder mijn voeten: je had nog maar eens het ganse bed vuilgemaakt, zonder dat je er iets aan kan doen natuurlijk. En op een andere dag die week had je, toen ik je ging afhalen, je reservebroek en -onderhemdje aan, en rook ik bij het aandoen van je vestje alweer iets: ja hoor, je luier was alweer aan het lekken - en nee, het ligt niet aan de luiers, wel de consistentie van je kak - en we hadden geen reservebroek meer bij. Nice heeft me dan maar een plastiekzak gegeven om op de autostoel te leggen, en thuis heb ik je dadelijk dan ververst en verse kleren aangedaan. Arme jongen. Vorige donderdag heb ik een staaltje binnengebracht bij de huisdokter om te laten onderzoeken - volgens de kinderarts is er niks mis, maar dat is quatsch - en als er niks te vinden is, gaat hij me doorsturen naar de kindergastro-enteroloog van het UZ. Dit kan echt zo niet blijven duren, op deze manier kan je trouwens ook niet zindelijk worden.

Vorige donderdagavond was er hier ’s avonds rollenspel, iets wat ik al meer dan tien jaar elke donderdagavond doe. Het is afwisselend bij één van de spelers thuis, en donderdag was het dus bij ons. Jij was nog op toen iedereen hier iets over acht toekwam, maar wilde gewillig in bed een beetje later. Jammer genoeg was je een kwartier daarna alweer aan het brullen, en kwam papa met jou naar beneden. Ik wilde hem laten werken, en nam je dus bij me op schoot. Met grote ogen en dito enthousiasme nam je de tafel in ogenschouw, en besloot dat je de dobbelstenen wel zag zitten. Je luisde ze aan de ene kant van de tafel af van Kim, om ze dan naar Helena aan de andere kant van de tafel te brengen; wat je gelukkig niet doorhad, was dat zij ze boven tafel weer aan Kim gaf, waardoor het spelletje zo’n kwartier doorging met onverminderde inzet. Ondertussen schooide je bij mij om een paar M&Ms, en was je algemeen een gezellig baasje. Een half uur later zwaaide je iedereen slaapwel, en ging probleemloos naar bed. Soms ben je een echt schatje.

Vorige week zaterdag mocht je, zoals altijd in het weekend, ’s morgens bij ons in bed om je flesje te drinken en wat te spelen en te knuffelen. Je had die nacht nogal wat gehuild, en me verschillende malen wakker gemaakt met een nachtmerrie - mijn nachtrust is niet echt gezond te noemen de laatste tijd. Je leek ons nogal rustig in bed, en iets later bleek ook waarom: met een grote gulp kwam de helft van je fles melk terug naar buiten. Jij werd terstond door je papa afgevoerd richting badkamer en ontdaan van alle natte spullen, terwijl mama nog probeerde te redden wat er te redden viel qua beddengoed (en dat viel eigenlijk nogal tegen). In je badje bleek je ook echt wel rustig: je zat nogal bleekjes en aangeslagen te spelen, niet zo uitbundig als anders. Iets later bleek dat je ook koorts had, en slaperig was. Alweer ziek dus. Niets ernstigs deze keer, alleen zaten je ogen voortdurend vol korstjes, en werd je op een bepaald moment ’s nachts al huilend wakker omdat je je ogen niet openkreeg. Je was gewoon futloos en bleek, kijk maar naar de foto’s met je opa. Die is zondag bij ons komen eten, en je was uiteraard wel enthousiast toen je hem zag, maar niet zoals anders. Je wilde voortdurend geknuffeld worden en was ook vrij hangerig. Gelukkig heeft het maar een dag of twee geduurd, en was je daarna weer de gewone Wolf.

De voorbije week was ook weer niks bijzonders, maar zaterdag mocht je naar Omaly en Bompa ! Papa en ik hadden kaarten gekregen van je peter Jeroen voor een optreden van Wouter Deprez, en moesten dus een babysit zoeken. Papa had toen het lumineuze idee om het aan Omaly te vragen: we gingen er toch eten zondagmiddag, dus konden we maar vragen of je er mocht blijven slapen. Ik ben dus zaterdagnamiddag met jou naar Ronse gereden, en jij was vreselijk ongeduldig: zodra je hoorde dat we naar Omaly en bompa gingen, kon het niet snel genoeg gaan. Je hebt me zelfs geholpen met inladen, en we waren amper ter hoogte van de Sterre toen je me al vroeg of we er bijna waren. De hele weg lang heb je geestdriftig verteld over oma en bompa. Plots ontwikkelde zich echter de volgende conversatie:
- “Oma dom”.
- “Wolfje, wat zeg je nu ? Oma is toch niet dom ?”
Nadenkende stilte.
- “Oma beetje dom”.
- “Maar enfin, Wolfje, oma is toch helemaal niet dom, ook niet een beetje !”
Pauze. En dan een klein vragend stemmetje:
- “Oma klein beetje dom ?”
- “Waarom is oma dan dom ?”
- “Boem edaan.”
- “Oh ? Heeft oma boem gedaan ? En waar heeft oma dan wel boem gedaan ?”
- “Kopje”. Met grote stelligheid verkondigd.
- “Oei ? En dan ?”
- “Veel pijn.” Stilte. “Wolf kusje geef, nie pijn !”
En daarmee was voor hem de kous af, en ik zat te gieren achter mijn stuur.

Verder wil ik je ook nog een hoop losse dingen vertellen waar ik echt geen datum (meer) kan opkleven, maar die ik je toch niet wil onthouden.

* ik heb je blijkbaar met een eerste trauma opgezadeld, kleine muis :-/ Toen je in de kerstvakantie zo ziek was, moest ik regelmatig je koorts meten om te zien of ik je geen koortswerend middel moest geven. Ik héb het geprobeerd via je oksel, maar je zit geen second stil en vindt het ook totaal niet leuk, zodat ik echt geen zuivere waarde kreeg (tenzij je plots amper 34.6° had). De enige afdoende methode is dus rectaal, en je schreeuwt moord en brand. Pijn kan het niet echt doen, want het is zo’n dun flexibel rubberen dingetje, maar ik kan me wel voorstellen dat er leuker dingen zijn. Je ligt dan hartverscheurend te huilen en te wriemelen tot het ding piept, en je geïntrigeerd stilvalt om de oorzaak van het gepiep te bekijken.
De eerste dagen na de kerstvakantie ontkende je steevast dat je kaka had gedaan, ook al was de bewijslast voor mijn neus onmiskenbaar. Je spartelde telkens tegen als ik je dan toch meenam naar de keuken voor een verse luier, tot ik plots te weten kwam waarom: met een angstige blik in je ogen keek je me aan en zei: “Nie pieppiep ! Nee mama, nie pieppiep !” Pas toen ik je geruststelde en zei dat ik de pieppiep niet ging gebruiken, stopte je met huilen en lag stil. Arme jongen. Je hebt blijkbaar een doodse schrik van de koorsthermometer opgedaan… Zelfs nu durf je het me soms nog vragen, en we zijn al een paar weken verder.

Heh, je bent weer wakker, kleintje: af en toe hoor ik je iets zeggen via de babyfoon, en ik hoor ook het gebonk van je ijzeren bedje tegen de vloer, wat erop wijst dat je ofwel vreselijk ligt te woelen, ofwel rechtstaat in je bed. Ik hoop dat je weer rustig in slaap valt, kleintje, zodat ik nog een uurtje verder kan schrijven.

* Het nieuwste spelletje bij ons in bed is het maken van huisjes. Papa en ik moeten dan met onze respectieve donsdekens huisjes maken, waar jij dan al giechelend inkruipt. Soms moet ik erbij komen in het huisje van papa, soms kruip jij van het ene naar het andere. In elk geval komt er een hoop plezier en gelach bij kijken. Je houdt wel van die weekendochtenden in onze kamer: je doet de nachtlampjes aan, zet de wekkerradio’s aan (en verprutst ondertussen meestal alle instellingen, wat er al voor gezorgd heeft dat ik me op maandag overslapen heb en te laat was op school, sloeber) en loopt op je blote voetjes van de ene kant van het bed naar het andere. Af en toe kruip je dan weer dicht tegen me aan onder de dekens om op te warmen, en duwt dan, gierend van de voorpret, je ijskoude voeten tegen mijn warme billen aan, waarop ik uiteraard diepe zuchten en hoge gilletjes slaak en uitroep dat dat ijskoud is, wat de pret alleen maar verhoogt natuurlijk. Die zaterdag- en zondagochtenden zijn gewoon heerlijk, snoetie :-)

* Wat die koude voetjes betreft kan ik je nog iets vertellen: als we ’s avonds na het eten je pyama halen, beklim je niet meer zelf de trap. Niet dat je dat niet kan, hoor, maar je stapt dan van de heerlijke warme vloer op de koude tegels in de hal (daar zit geen vloerverwarming meer), zegt dan ostentatief: “Oeh, koude voetjes, mama pakken !” en steekt je armen uit naar mij. En wie ben ik dan om mijn zoontje dat te weigeren ?

* Je wast bijzonder graag af, liefje. Als je ziet dat papa of ik aanstalten maken om aan een afwas te beginnen (een echte, niet zo’n kleintje waarbij we enkel je flesje moeten afwassen), sleep je vol enthousiasme een stoel naar het aanrecht, klautert erop, en begint in het water te spelen. Gelukkig doe je dat heel voorzichtig, want we waarschuwen je telkens opnieuw dat het water heel heet kan zijn. Je dopt dan heel zachtjes één vingertje in het water en trekt dat snel terug, en trekt pas dan je conclusies. Als de temperatuur ok is, wil je het liefst zelf proberen afwassen met een vod, net zoals mama en papa dat doen. Het is misschien wel heel lief dat je wil helpen, kleine mol, maar oh zo onpraktisch: alles is natgespat, jij niet in het minst, en je staat verschrikkelijk in de weg voor wie zelf deftig wil afwassen. Ook de afwasmachine ken je ondertussen: je helpt me vaak om ze uit te legen, en ik hou telkens opnieuw mijn hart vast als je de borden eruit haalt en aan mij geeft. Ondertussen weet je ook al hoe je ze moet opvullen, en weet je waar de verschillende soorten borden moeten zitten. En oh wee als ik afwijk van het geijkte stramien !

* Een ontwikkeling die ik eigenlijk niet zo leuk vind, maar waar niet veel aan te doen is: je wil niet eten ’s morgens. In het weekend wel, maar dan hebben we eerst al een half uur gespeeld, ben je in bad geweest, en is het sowieso een pak later. In de week gaat alles een stuk vlugger: je drinkt je fles melk leeg bij ons in de badkamer terwijl papa doucht, ik kleed je aan, en op een kwartiertje sta je beneden. Het is wellicht een combinatie van het vroege uur en de 300 ml melk die je net hebt gedronken, maar zelfs een stukje peperkoek kan je ’s morgens niet meer bekoren. Ik denk dat je dan in de loop van de morgen nog wel iets krijgt van Nice, want bij ons lukt het echt niet. Jammer, het ontbijt is zo belangrijk.

Ondertussen slaap je trouwens nog steeds niet (het is al na elven, schrijven neemt veel tijd in beslag) maar lig je voortdurend te babbelen. Daarnet had je het plots over water drinken, en daarop hoorde ik de woorden: “Koekje. Lekker !” Wellicht ben je gewoon aan het spelen met je beren in je bed, het licht moet tegenwoordig toch aan blijven. Je werd de laatste tijd vaak wakker midden in de nacht, en begon dan hartverscheurend te huilen. Het heeft me een paar nachten slaap gekost, maar uiteindelijk ben ik erachter gekomen dat je bang bent geworden in het donker: sedertdien laat ik, als je dat wil, je nachtlampje branden, en je slaapt een pak beter. Soms mag het lichtje uit, ik weet niet waar het precies aan ligt, maar meestal moet het aan blijven. Bizar.

* Vorige week heb ik gemerkt dat een van je kleintje-tuten het echt heeft begeven: dat zijn nog steeds je allereerste tuutjes, en ondertussen dus bijna twee jaar oud. Uit hygiënisch standpunt hadden ze al lang vervangen moeten worden, maar je kan er zo moeilijk afstand van nemen. Ik vertelde het aan Nice, en die zei dat ik echt geen nieuwe kleine tuutjes mocht kopen, omdat die zo slecht zijn voor je tanden. Ik ben daarom met jou naar de apotheker gegaan, en heb twee nieuwe tuutjes gekocht. Eentje exact zoals een van je beginnerstuutjes, en het andere heb je zelf mogen kiezen. Het is een rood exemplaar geworden met een donkerblauwe ring, en je bent er maar wat trots op. Aan die tuten hangt er geen koordje, dat zijn dan ook de slaapexemplaren. Je merkt wel het verschil, maar die kleine tuutjes zijn nu echt wel op.

* Een nieuwe ontwikkeling in de laatste paar weken zijn je woede-aanvallen. Het schijnt typisch te zijn voor je leeftijd, maar daarom nog altijd niet fijn. Het is begonnen een paar weken geleden midden in de nacht. Zoals zo vaak werd je huilend wakker, en nam ik je uit je bedje. Doorgaans volstaat het om je even mee te nemen naar de keuken, je wat te laten drinken, en je dan weer in je bed te leggen. Dan slaap je rustig verder, met wat geluk tot ’s morgens. Die nacht echter, van zodra ik de deur sloot, begon je opnieuw te huilen. Ik gaf je opnieuw je tuutje, stopte je weer in, en ging terug naar bed. Ik lag amper neer toen je weer begon te huilen, of zeg maar brullen. Ik je maar opnieuw uit je bed gevist, en naar beneden. Daar heb je een vijftal minuutjes bij me in de zetel gezeten, bij het flauwe licht van de straatlantaarns. Je was heel rustig en lief, en lag bijna in slaap. Zodra ik je echter weer in je bed wilde leggen, zette je het weer op een brullen. Om half vier ’s nachts zijn er leuker dingen, zodat ik besloot je bij me in bed te nemen. Je nestelde je tegen me aan, en sloot je ogen. Een tiental minuten later wilde ik je weer in je eigen bed leggen, maar opnieuw ging die keel open. Zucht. Deze keer werd ook papa wakker, en vertwijfeld legde ik hem uit dat ik je maar niet stil kreeg, en dat ik je net in je bed had gelegd en van plan was je even te laten brullen. Na een paar minuten kon hij het gekrijs echter niet langer aanhoren, en ging naar je toe. Ik hoorde papa tegen je bezig, maar het gekrijs ging onverminderd door. Toen ik even later zelf poolshoogte kwam nemen, zat papa rustig in het zeteltje dat in je kamer staat, en was jij aan het stampvoeten en het brullen en rond aan het lopen in je kamer. Af en toe kwam je heel even bij ons voor een knuffel, maar wilde dadelijk weer weg, dit alles begeleid door een intens gebrul en gekrijs. Ik denk dat het een half uur heeft geduurd vooraleer je wilde kalmeren, en toen heb je braafjes geslapen.
Sinds die eerste woedebui heb je er nog zo’n paar gehad, zoals bijvoorbeeld gisteren rond half twaalf ’s avonds. Papa en ik wilden eigenlijk gaan slapen, maar jij was beginnen huilen, ik had je even uit je bed gehaald om je iets te laten drinken, en toen was je beginnen brullen. Fijn. Opnieuw heeft dat een behoorlijk tijdje geduurd, en er zit niks anders op dan je te laten doen.
Vorige week woensdag heb je me dat trouwens ook gelapt. Ik had afgesproken om met jou tot bij Faust te gaan om daar koffie te gaan drinken, en ik dacht dat dat zo rond half vier zou geweest zijn. Jij zat echter pas tegen twee uur in bed. Om half vier lag je nog steeds te slapen, zodat ik Faust even verwittigde dat het wat later ging zijn. Geen probleem, zei hij. Om half vijf vond ik het echter welletjes, ook al omdat ik wilde dat je ’s nachts nog ging kunnen slapen. Je sliep echter nog diep toen ik je wakker ging maken, en je was het helemaal niet eens met de gang van zaken: je zette het weer op een brullen. De eerste tien minuten zag ik het al lachend aan, en toen nam ik de telefoon om Faust te zeggen dat het nog eventjes kon duren, en dat het echt aan mij niet lag. Hij kon me amper verstaan door jouw gebrul, ik moest echt in de keuken gaan. Ik denk dat je het ongeveer een half uur hebt volgehouden, waardoor het kwart over vijf was vooraleer we bij Faust aanbelanden. Daar heb je je vieruurtje (what’s in a name) gegeten en een paar koekjes, en heb je de woonkamer verkend. Al bij al vond ik het best gezellig en was jij opnieuw een lief jongetje.
Ik ben alleen je tuitbeker vergeten bij Faust. Gelukkig waren papa en ik al begonnen om je te leren drinken uit een bekertje (glaasje, om het verschil te maken met je beker), maar je haalde daar geen debiet mee en morste nogal vaak. Nu zat er niks anders op dan uit een glaasje te drinken. Bij het avondeten vroeg je naar je beker, maar ik bekende beteuterd dat ik je beker kwijt was, dat ik hem niet meer vond. Jij keek me verwijtend aan, en zei: “Mama dom.” Daarmee wist ik het ook weer. Je bent zelf nog gaan zoeken, vruchteloos uiteraard. Ondertussen zijn we een week later en vraag je er niet meer naar. Gelukkig.

Poeh. Zo’n lap tekst, kleintje ! Er zijn nog dingen die ik je wil vertellen, maar dat zal voor een andere keer zijn, het is ondertussen half twaalf en bedtijd voor je mama.

Slaapwel, mijn liefje !

Zieke mannen

Gecategoriseerd onder: Feest, Logeren, Ziek — Mama om 7:56 pm op Tuesday, January 10, 2006

Ik heb de kerstvakantie even aan me laten voorbijgaan, Wolf: ik had het zo druk met je papa die eigenlijk twee weken ziek is geweest, en jij die ook een paar dagen vrij hoge koorts had. Genoeg te doen dus.Die dinsdagavond heb ik nog met oma gebeld, en gevraagd of jij niet een paar daagjes mocht gaan logeren, zodat ik wat werk gedaan kreeg, en papa wat ongestoord kon uitzieken. Ze pruttelde eerst een beetje tegen voor de vorm, maar ik mocht je toch woensdagvoormiddag brengen. Jij zag dat wel zitten: lekker spelen met oma en opa en Kaneel.

Het relaas van die dagen laat ik aan je grootvader: hij schrijft schitterend, en heeft het allemaal zelf meegemaakt.

Vrijdagnamiddag lag er een dik pak sneeuw en lag het behoorlijk glad, maar toch ben ik je gaan ophalen in Zomergem. Eerst ging ik pas na de middag komen, maar oma en opa hadden me naar het middagmaal gelokt met de belofte van heerlijke duifjes met appeltjes in de oven. Gelukkig lag jij alweer te slapen, toen wij moesten eten, zodat het een rustig middagje werd. Toch had ik nog het een en het ander te doen, en vooral: het ging beginnen regenen op een bevroren ondergrond, wat niks goeds voorspelde voor wie nog op de baan moest. Ik heb je dan ook wakker gemaakt tegen een uur of drie, en meegenomen naar huis. Die avond had ik normaal gezien kerstfeestje met het koor, maar dat heb ik afgelast wegens het weer en de daaraan verbonden verplaatsingsrisico’s. Jij vond dat niet erg: mama was lekker thuis !

Zaterdag zijn we dan uitgebreid gaan shoppen: eerst naar de Lidl voor basisproducten, dan naar de Delhaize voor de kreeften en andere goodies, en in de namiddag nog naar de Stock City om een kreeftenset (tang en vorkjes) te halen. De tiramisu heb ik gemaakt terwijl jij lag te slapen na de middag, en het voorgerechtje ging Sofie voor haar rekening nemen. We hebben die avond dus oudejaar gevierd met Sepp, Sofie en hun drie dochtertjes, tot jouw groot jolijt. Eventjes had ik schrik dat we het gingen moeten annuleren, want papa was weer behoorlijk ziek. Vrijdag was het wat beter geweest, maar zaterdag lag hij weer de hele dag in de zetel, en heb ik zelfs de dokter laten komen. Jij kende het intussen al: ‘Shhh, papa zjiek !’ Dat belette je niet om toch voortdurend in de zetel te kruipen en hem alle mogelijke dingen te vragen, tegen hem te babbelen, en vooral ook over hem heen te kruipen. Eén keertje moest ik hem iets vragen, en vroeg ik jou om hem een lief kusje te geven. Je ging met stralende oogjes naar hem toe, kroop in de zetel, en gaf hem een heel lief klein kusje op zijn neus, waarna je fluisterde: “Papa ?”
Rond half acht waren we dan toch bij hen, en de meisjes eisten jouw hele aandacht op. Je mocht wat meesnoepen van de zoute koekjes, kreeg dan je fles, een pyama aan, en dan mocht je samen met de meisjes je tanden poetsen in de keuken. Nooit geweten dat tanden poetsen zo leuk was :-) Probleemloos ging je daarna in het bedje op Ines’ kamer, al ben je wel een paar keer wakker geworden, om diverse redenen. Meestal moest ik je dan gewoon eventjes bij me nemen, je kalmeren en dan weer in je bedje leggen. Tegen een uur of twee ’s nachts waren we dan thuis. Zoals altijd moest ik je wakker maken om je in de auto te zetten, maar wilde je in de auto zelf niet slapen. Thuis lag je dan ook nog eventjes te kletsen in je bedje !
Toch was je om half acht al wakker, maar heb ik je kunnen overtuigen om toch nog wat langer te slapen. Het feit dat het buiten nog donker was, was een vrij overtuigend argument. De rest van de dag hebben we rustig geluierd en karweitjes gedaan.

Maandag na je middagslaapje heb ik dan nog maar eens al je spulletjes in de auto geladen, en zijn we met ons tweetjes naar Ronse gereden bij Omaly en Bompa. Daar hebben we eerst respectievelijk een vieruurtje/petits fours gegeten, en dan zijn we voor jouw nieuwjaar naar Ronse naar een hele chique kinderwinkel gereden. Ik dacht dat maandag de solden al begonnen, maar dat bleek pas dinsdag te zijn. Toch deed de winkeldame er niet moeilijk over, en heeft ze ons al de korting gegeven. Het resultaat mag er dan ook zijn: een hele mooie winterjas voor volgend jaar, een broek, een pull van Tommy Hilfiger en een trui van Disney, en een hele toffe bruine bivakmuts. Die muts is het enige dat je nu al kan dragen, en je draagt ze blijkbaar graag.
Na het winkelbezoek ben ik naar huis gereden, en bleef jij met bompa spelen. Woensdagavond heeft hij je dan terug naar huis gebracht, en je zat weer vol verhalen over de klok, de kippen, bompa… Jammer genoeg had je ook een hoestje meegebracht, maar het leek echt niet erg.

Toen je donderdagmorgen uit je bedje kwam, bleek die hoest een heel pak erger geworden. Aangezien je nog steeds fris en vrolijk door het huis rondhopste, maakte ik me geen zorgen. We zijn zelfs nog samen met de buggy kleertjes voor jou gaan kopen in de solden. Voor een goeie honderd euro heb ik vier pyama’s (twee zomer, twee winter) vier paar kousjes, twee onderbroekjes, een dubbele T-shirt met lange mouwen, een pulletje en drie leuke grijze broeken, allemaal voor volgende winter. Jij amuseerde je wel in de winkel: je liep tussen de rekken, klauterde een paar trappen naar de nooduitgang op en af, speelde met de knuffels die aan een rek hangen, en bekeek alle passerende mensen grondig. Er was eventjes paniek toen je beertje verdwenen was, maar het zat netjes tussen de andere knuffels, te spelen, zoals jij zei.
De zorgen over je gezondheid kwamen er pas toen je na de middag nauwelijks geslapen had door het voortdurende hoesten, ondanks de hoestsiroop, en toen je zó hard moest hoesten dat de helft van je vieruurtje er weer uitkwam. Omdat je ook warm aanvoelde, nam ik even - zeer tegen je zin - je koorts: 39,4°. Tsja. Een poepsnoep tegen de koorts dan maar zeker ? Omdat dat hoestje me niet zinde en ik al een slapeloze nacht zag aankomen, zijn we toch even samen naar de dokter gegaan die avond. Die wilde je uiteraard onderzoeken, en ik zette je op de onderzoekstafel, waarop je spontaan ging liggen en naar hem keek. Je vertrouwde het niet helemaal, maar het feit dat mama bij jou was en blijkbaar geen gevaar zag, stelde je gerust. Je vond wel dat de stethoscoop verschrikkelijk koud aanvoelde, maar hoestte braafjes toen ik je dat vroeg. Je liet ook probleemloos in je oren kijken, al wilde je dat lampje daarna wel even zien. Daarop wilde de dokter in je mond en keel kijken, en begon met je beertje tegen je gezicht te leggen en te zeggen dat hij iets wilde doen met dat beertje. Wij beiden begrepen er eerlijk gezegd niks van, en ik zei tegen Tim dat hij geen kindertrucs moest gebruiken, maar jou gewoon moest uitleggen wat hij ging doen en wat hij wilde. Daarop zei hij tegen jou dat hij in je mond wilde kijken, en hij hoefde niet eens te vragen om je mond open te doen, want dat deed je spontaan al. Je zei zelfs heel braafjes aaaa waar nodig, alleen dat stokje was minder leuk. De diagnose luidde: een lichte laryngitis. Met antibiotica wilde hij liefst nog even wachten, maar hij schreef wel een hoestsiroop op basis van thijm voor, die dat keelhoestje wel zou verminderen. Omdat het net ietsje voor zeven was, belde hij snel naar de apotheker met de vraag of we nog om die siroop mochten komen. Delphine vond het uiteraard geen probleem, maar vroeg wel om even te bellen omdat de deur al gesloten ging zijn en zij Marthe eten ging geven. Even later stonden we in de keuken bij haar te kijken naar een goedlachse, knabbelende Marthe in haar stoel. Victor (geboren begin november) hebben we nu nog steeds niet gezien: hij lag al in zijn bedje, en een eerder gepland bezoekje had ik al eens moeten afzeggen omdat jij een grote verkoudheid had en ik het risico op besmetting niet wilde lopen. Ze had wel een prachtige, uitvergrote foto hangen van hem, gemaakt door een blijkbaar prima fotograaf. Nu wachten tot we allebei even tijd hebben, en vooral iedereen gezond is, en ik kan eindelijk het kadootje gaan afgeven.
Die avond ging ik roleplayen, en papa vertelde me dat jij het hele doktersbezoek heb nagespeeld: met een stokje wilde je in de mond van je beertje kijken, en je zei hem dat hij moest aaaa zeggen en dat hij moest hoesten. Heh, ik vind het wel leuk dat je zo stilaan fantasie begint te krijgen, en met je beertje begint te spelen.
Daar ben je trouwens onafscheidelijk van, in die mate zelfs dat ik er nu al vier heb. Bij het hoesten vrijdag had je overgegeven op je beertje, en daarop heb ik je een splinternieuw gegeven, en gezegd dat die lekker zacht was. Je vindt het dus helemaal niet erg dat er verschillende beertjes in omloop zijn, zolang je er maar eentje hebt. Je hebt zelfs staan kijken hoe ik twee andere beertjes heb gewassen en te drogen heb gelegd. Nu ga je wel bij iedereen langs om te tonen hoe zacht je beertje wel is: je wrijft dan zachtjes langs hun kaak, en zegt zelf al: ‘Ahhhh’ :-)

Zaterdag was alweer karweitjes- en speeldag, en zondag zijn we naar Omaly gereden om daar te nieuwjaren. Je hebt een heel mooi cadeautje gekregen van je peter Koen: een houten doos met zitdeksel, met daarin een houten puzzel, een hoop letterblokjes, gewone houten blokken, een klein kralending, en vooral ook houten staafjes die je met een hamertje doorheen een blok moet kloppen. Ik weet niet hoeveel keer je dat ding ondertussen al hebt uitgeleegd, maar het blijft een fijne bezigheid. Met je hamertje heb je al op zowat alles geklopt, inclusief de kat die dat niet zo erg op prijs stelde.
Je hoest was tegen dan zo goed als verdwenen, en na drie dagen minderde de koorts ook sterk, gelukkig maar.

Gisteren mocht je dan voor het eerst na veertien dagen weer naar Nice, en je had er al zin in: je had het bij het aankleden voortdurend over Dante en Sam, en ook ginder ging je dadelijk spelen. Gisterenavond heb ik je niet meer gezien: na zeven uur lesgeven volgde er nog oudercontact van vijf tot - de facto - kwart voor tien. Toen ik thuiskwam, zei papa dat jij nog maar een kwartiertje in je bed lag. Je was echt vervelend geweest: je wilde niet ’sjapen’, maar huilde voortdurend zodra er iets niet lukte of er iets verkeerd ging, wilde voortdurend aandacht, was hangerig… Arme papa !

Vandaag had je ook wat die neiging, maar probeerde ik daar meteen korte metten mee te maken. Toen ik je ging afhalen bij Nice, was je nog zeer enthousiast, maar ook al een beetje huilerig. In de winkel deed je op een bepaald moment ronduit lastig, maar je zweeg toen ik heel even mijn stem verhief. Een schelletje vlees bij de slager deed ook wonderen, wat me deed vermoeden dat je misschien wel eens honger kon hebben. Het is trouwens hilarisch hoe je je gedraagt in de winkel: al bij het binnenkomen begin je over het vleesje dat je wil hebben, en ik moet steevast een paar keer herhalen dat je wat geduld moet hebben. Als we voor de slagerij staan, ben je doorgaans het liefste kind dat er bestaat: je weet dat je alleen maar iets krijgt als je braaf bent. Vandaag zei ik dat je het lief moest vragen aan de mevrouw, waarop je een gigantische hoop gebrabbel uit je botten sloeg, en eindigde met ‘vleesje dankeblief’. Ze moest lachen, en je kreeg je ‘vleesje’.
Thuis wilde je eerst niet eten, maar werd ongelofelijk hangerig en vervelend. Toen ik je dan toch een boterham met paté voorschotelde, had ik net genoeg tijd om snel een tweede te smeren, waarna nog anderhalve boterham met choco volgde. Daarna volgde het rituele halen van de pyama, de afwas, het flesje, en toen was het quasi acht uur en ging je in je bed.

Daarnet (rond negen uur) was je weer even wakker: je wilde niet meer slapen, zei je, maar dat kon niet, vond ik. Ik stelde wel vast dat je een vuile broek had, en nam je mee naar beneden om je een verse luier aan te doen. Je kreeg wel duidelijk de waarschuwing dat je daarna opnieuw moest slapen. Met een heel lief stemmetje vroeg je of je niet in de zetel naar de tv mocht kijken, maar aangezien ik dit verslagje aan het schrijven was, stond die niet aan. Je drong dan ook niet langer aan, kreeg een verse broek, mocht nog wat water drinken - “Nee Wolf, je beker mag niet mee naar boven” - en ging zonder protesteren weer slapen. Heh.

Oh, en we blijven het af en toe proberen met je potje: deze vakantie ging je netjes op je potje zitten, telkens ik je luier ververste. Eén keertje is het ook probleemloos gelukt: een mooi plasje en dito klein kakje. Je hebt er wel bij zitten schateren, want ik was de gekste geluiden aan het maken :-p Maar meestal zeg je zelf heel gedecideerd: ‘Wolfje niet potje, Wolfje pipi in pamper !’ Ik weet nog niet goed hoe ik je van het tegendeel moet overtuigen, maar we hebben wel nog wat tijd. Ja toch ?

Gecategoriseerd onder: Taal, Ziek — Mama om 8:04 pm op Sunday, December 4, 2005

Daarstraks viel het me te binnen welk abstract woord me ook zo verwondert: bijna. Je spreekt van ‘bijna thuis’, ‘patatjes bijna op’, ‘bijna slapen’… En je weet heel goed wat ermee bedoeld wordt.

Ik was trouwens nog vergeten zeggen dat ik vrijdag terug naar de dokter heb gebeld om te weten wat de uitslag van de analyse van je stoelgang was. Alles blijkt normaal te zijn, volgens hem. Toch had je deze week weer erge diarree, en is het toch echt niet normaal. De dokter denkt in de richting van een parasiet, en die worden niet altijd gevonden in één enkel staaltje. Ik moet dus eens bij hem binnenwaaien voor een nieuwe aanvraag en een potje, en als je er nog eens zo last van hebt, moet ik een staaltje kak binnenbrengen in het lab van het ziekenhuis. Als er dan nog steeds niks gevonden wordt, wil hij eventueel wel andere analyses doen. Gelukkig heb je er verder geen last van: je bent een gezonde, energieke peuter die voldoende eet en slaapt, dus maakt hij zich eigenlijk geen zorgen.

Deze morgen had papa je in bad gezet, en toen heb je het fenomeen ‘kraan’ ontdekt. Je stond recht, keek naar wat papa deed, zei ‘Oh !’ en draaide zelf de kraan open. Met het kleine straaltje water dat eruit liep, begon je te spelen, en zei fier tegen papa: ‘Wof draai ! Wof draai’ alsof je wilde zeggen: ‘Dat heb ik toch maar flink gedaan, nee ?’

Pruts !

Gecategoriseerd onder: Buiten spelen, Feest, Logeren, Op stap, Taal, Ziek — Mama om 8:06 pm op Tuesday, November 29, 2005

Eindelijk, mijn kleine snoetje, eindelijk. Hoe drukker ik het heb, hoe minder tijd ik heb om hier iets te schrijven, en toch is er veel gebeurd. Veel dingen kan ik me niet eens meer herinneren, reden genoeg om kwaad op mezelf te zijn dat ik niet eerder heb geschreven.

Dinsdag acht november herinner ik me nochtans duidelijk: papa was voor opleiding in Leuven, en ik had klassenraad en had er geen idee van hoe lang die ging duren. Ik wou het risico niet lopen dat het later werd dan half zes (het uur waarop ik je ten laatste moet ophalen bij Nice), en vroeg aan Anaïs of zij wilde babysitten. Dat was geen probleem, en gelukkig zag ze het zelfs zitten om je op te halen met de buggy. Ik had het al ’s morgens aan Nice verteld, zodat ze je met een gerust hart aan een wildvreemde kon meegeven. Toen ik tegen kwart over zes thuiskwam, zaten jullie rustig te spelen in de zetel, en deed jij een vlinder na: je had er zelf voor uitgevonden dat die ‘wieeeeeeeeeeeeeeeee’ deed, terwijl je met je kopje schudde en omviel van het lachen. Ik ben echt blij, Wolf, dat ik een goeie babysit heb gevonden, en dat jij haar ook zo leuk vindt.

Belangrijk was natuurlijk de trouw van je peter Jeroen met Delphine. Mama en papa moesten de hele dag mee: suite, kerk, koffie, receptie, en avondfeest natuurlijk. Daardoor kon jij uiteraard niet mee met ons: je bent gewoon nog te klein, zelfs om bruidkindje te zijn. Margot en Maud hebben die taak dan maar op zich genomen, met Delphines neefje Benoit. Toch wilden Jeroen en Delphine je echt wel graag zien op hun huwelijksdag, en zouden ze zeer graag op de foto zijn gegaan met jou. Ik heb dan maar heel liefjes gevraagd aan Omaly en opa Jeroom of zij het niet zagen zitten met jou naar de receptie te komen: ze waren hoe dan ook uitgenodigd, en dan hadden we jou meteen erbij. Gelukkig stemden ze toe, en ik was al aan het denken over de kleertjes die je mocht aantrekken. Vorig jaar heb ik in de solden prachtige kleren gekocht: een bruine broek van P’tit Filou, een zwarte rolkraagtrui, en een donkerbruin hemd met minieme gouden spikkeltjes. Ik zag je al meteen in die kleertjes, maar toen ik je de woensdag vóór Jeroens grote dag even liet passen, bleek alles nog veel te groot te zijn ! Ik heb je ’s namiddags dan maar in de auto gezet en we zijn om kleertjes gegaan. De baby- en kinderwinkel in Mariakerke was tot mijn grote verbazing gesloten op woensdag, en dus zijn we dan maar doorgereden tot de BBKS, de winkel waar ook jouw babylijst lag. Hun kleren zijn wel allemaal merkkledij en daardoor pokkeduur, maar ik wist zo gauw geen andere winkels meer in de buurt, en daarbij, Omaly had me gezegd dat zij jouw kleren ging betalen als Sinterklaascadeautje. Lief, he ?
Binnen in de winkel was je het liefste jongetje ter wereld: je ging netjes spelen met een grote berg kussens terwijl ik kleren uitzocht, en je kwam me af en toe iets brengen, of gewoon even kijken wat ik aan het doen was. De verkoopsters waren vol lof over jou. Uiteindelijk koos ik een donkerblauwe jeans met rode stiksels van MacGregor, een prachtig rood glanzend hemd van IKKS, en een helderrood vestje met kap van Timberland. Gecombineerd met een zwart rolkraagtruitje van de H&M zag het er perfect uit ! Ik vroeg je om even bij me te komen om te passen, en heel gehoorzaam kwam je aangestapt en liet je je op de toonbank zetten. De winkeldame geloofde haar eigen ogen niet: zonder sputteren trok je de kleren aan en weer uit, lachte haar toe, en vertelde honderduit. De meeste kinderen zijn blijkbaar een nachtmerrie als het op kleren passen aankomt ! Bij het weggaan zwaaide je nog even, en ging dan welgezind opnieuw de auto in.
En ja hoor: iedereen was wég van je outfit op de receptie ! Ik denk dat je nieuwe haarstijl er ook wel voor iets tussenzat: toen we je in de voormiddag afzetten bij Omaly, zag je er nog heel braaf uit, maar nadat peter Koen en tante Else je even onder handen hadden genomen, had je een heel hip kuifje boven je knappe rode kleren ! Je was echt al een gans ventje, en absoluut geen baby meer ! Op de receptie liep je parmantig rond tussen het vele volk, maar wilde toch vooral op onze arm zitten zodat je meer kon zien. Voor mij was dat wel een probleem, want ik was de avond voordien door mijn rug gegaan, en had zelfs moeite met zitten. Na een uurtje namen oma en opa je weer mee naar huis. De drukte had ervoor gezorgd dat je echt wel moe was, en je bleef bij hen slapen. Je wist wel al dat je de volgende morgen stil moest zijn, want ook Koen en Else bleven slapen: ze vonden het te gek om ’s nachts nog terug naar Brussel te rijden, om dan de volgende morgen opnieuw naar Ronse te rijden om te komen eten. Je hebt nog wel een paar andere dingen van hen geleerd: Tom Boonen ! Je haalt bij het fietsen eerst een grote snelheid, en dan steek je je armen in de lucht en roept: “Tom Boonen !” Ik heb me slap gelachen toen ik je dat de eerste keer zag doen: hilarisch gewoon ! Je bent een heerlijk ventje, Wolf !

De maandag daarop is oma (van de waai) alweer naar Wondelgem gekomen: papa had een vergadering die avond, en ik had oudercontact. Zodra je haar zag, werd je wildenthousiast :-) en vond ik het al helemaal niet erg om te moeten vertrekken: je was in goede handen. Ik weet eigenlijk nog steeds niet wie er het zotst is van wie: jij van je oma, of oma van jou ! Ik was wel een stuk vroeger dan voorzien thuis omdat mijn rug me dooddeed, maar jij lag al lekker in je bedje. Dankjewel, oma !

Dinsdag waren wij tweetjes alleen thuis omdat papa op opleiding was in Leuven, zoals elke dinsdag, en woensdag was papa alleen met je thuis, omdat ik een extra repetitie had van het koor.
Donderdag ben ik met jou naar de kinderarts geweest: je stoelgang is nog steeds absoluut niet zoals het hoort ! Het was een heel tijdje een pak beter, sedert je geen koemelk meer krijgt, maar de laatste tijd is het weer slappe kost. De dokter verklaarde je voor de rest prima gezond, 84 cm en 12 kilo, en nam een staaltje van je kak ter analyse. Hij maakte zich evenwel niet veel zorgen omdat je zo gezond bent, absoluut niet te mager of zonder energie, en echt een blije peuter. Toch ging hij iets laten weten, als er iets scheelde. Ik heb hem tot op vandaag nog steeds niet gehoord, maar ik ga toch zelf eens bellen. Ik was trouwens apetrots op jou die avond ! Je ging heel gehoorzaam zitten, en liet je probleemloos uitkleden door de doktershulp. Toen de dokter je onderzocht, op je buikje duwde, met zijn koude stethoscoop naar je adem luisterde en in je oren keek, gaf je geen kik. Je keek me alleen met grote ogen aan, maar ik stelde je gerust en je vertrouwde me duidelijk. Toen ik je vroeg om je tong uit te steken zodat de dokter even in je keel kon kijken, deed je ook dat zonder protesteren. De dokter stond versteld, zei hij. Hij had nog zelden zo’n rustig kind bij zich gehad. Je liet je ook rustig weer aankleden, en kwam daarna bij mij. Toen vond je dat je eigenlijk lang genoeg had stilgezeten, en ging op verkenning doorheen de praktijkruimte. Eerst pakte je een grote Winnie van een stoeltje in de hoek, sleepte dan het stoeltje tot bij mij en ging naast mij zitten, en kwam dan met nog een beertje aandraven dat je van de vensterbank had geplukt. Dit alles ging gepaard van een hoop enthousiaste commentaar, wat de dokter de opmerking ontlokte dat je al even goed kon babbelen als je mama. Tegen dan had ik alle formaliteiten zoals betaling en dergelijke afgewerkt, en vroeg ik je om je stoel terug te zetten en de Winnie er terug in te zetten. ‘Ja mama’, zei je, nam de stoel, en deed wat van je gevraagd werd. Toen je daarna ook het kleine beertje terug op de vensterbank zette zoals ik vroeg, schoot de dokter al helemaal in de lach, en zei dat hij zoiets nog nooit had gezien. Ik denk dat ik een meter groeide van trots, kleine muis ! Toen je even later parmantig en stevig ingepakt ‘Dag meer’ (meneer) zei en buiten wandelde, hoorde ik hem achter me lachen, en ik deed eigenlijk hetzelfde. Je bent een eigenwijs mormeltje, Wolfje van me !

’s Avonds had ik roleplay bij ons thuis, maar maakten we iets teveel lawaai voor jou om te kunnen slapen. Na enige moeite lukte dat uiteindelijk wel, gelukkig. En de vrijdag was nog maar eens speciaal voor jou: deel twee van het huwelijksfeest van Jeroen en Delphine ging door in Zomergem. Papa en ik moesten opnieuw present zijn in vol ornaat, en Else had aangeboden om te babysitten. Blijkbaar hebben jullie rustig gespeeld, en ben je op een aanvaardbaar uur zonder veel protest in je bed gegaan. Dank je, Else !
Ook het weekend was weer anders dan normaal: het koor waar ik sinds september in zing, zat in de halve finale van Het Koor van het Jaar, een prestigieuze koorwedstrijd, en daarom moesten we de hele dag naar Leuven. Eerst camerarepetities, en dan ’s namiddags de eigenlijke wedstrijd met proclamatie. Dat betekende dat ik weg was van half tien ’s morgens tot acht uur ’s avonds, en dat je de hele dag bij papa was. Jullie zijn gezellig samen boodschappen gaan doen, heb ik gehoord. We zongen zodanig goed dat we in de finale zijn geraakt, waardoor ik ook nog eens de hele zondag naar Leuven moest, van half één tot middernacht. Gelukkig had ik dat half en half voorzien, en mocht je de dag doorbrengen bij Roeland en Sarah, zodat papa ook nog wat rust kreeg. We hebben wel erg lang geslapen: het was half tien toen we wakker werden, en een half uurtje later stonden Roeland en Sarah bij ons met boterkoeken en croissants. Hij is duidelijk je favoriete nonkel: je wilde die ochtend totaal niet uit je badje, tot je hoorde dat Roeland en Sarah gingen komen: je kon er niet snel genoeg uit zijn ! ’s Namiddags mocht je met hen op babybezoek en daar pannenkoeken eten, en nu nog spreek je soms van ‘Mooie Nina’ :-) Soms vraag ik me af wat iedereen je nog meer wijsmaakt dat papa en ik nooit te weten komen…

Vorige week was gelukkig lekker rustig, zodat we allemaal, jij incluis, even op adem konden komen en terug in ritme kwamen. Woensdag heb je lang geslapen in de namiddag, en zijn we uiteindelijk tegen vijf uur richting Eeklo vertrokken voor een bezoekje aan omoe in het ziekenhuis. Die heeft een longontsteking waarmee niet te spotten viel, en aangezien opoe’s gezondheid ook al wat wankel is, leek een ziekenhuisopname de beste oplossing. Ze was in elk geval heel blij ons te zien. Jij was energiek als altijd, verkende de kamer, sprong op en neer op het bed, en adopteerde de baxterstandaard op wieltjes als speelgoed. Je bent er de hele kamer en de halve gang mee rondgereden, met open mond van verbazing en concentratie. En toen begon er één of andere machine op de gang te piepen. ‘Oort ! Piep-piep ! Wof zoeken ! Mama kijken !’ Er was geen houden meer aan: je móest en zou de bron van het gepiep localiseren. Ik gaf je de toestemming even te gaan kijken, en weg was je. Uiteraard volgde ik enkele seconden later, en toen liep je onbevreesd midden van de gang, tussen de verpleegsters en verplegers door, en keek in elke kamer of je daar soms nog gepiep hoorde. Dat was inmiddels gestopt, maar dat hield je niet tegen om verder te zoeken. Je vroeg het zelfs aan de hogelijk geamuseerde verplegers: ‘Piep-piep ?’ Zo liep je de hele lange gang door, en pas dan kon ik je aan het verstand brengen dat het gepiep opgehouden was, en dat je het niet meer zou vinden. Daarop draaide je je om, en liep je tegen iedereen te verkondigen dat ‘Piep-piep daan. Ja ! Chien weg’ terwijl je overtuigend van ja knikte, en terug de kamer van omoe binnenliep. De omstaanders wilden gewoon niet geloven dat jij amper 21 maanden was, en ik beaamde vol trots dat je inderdaad al goed kon praten, behoorlijk zelfstandig was en vooral niet mensenschuw.

Vrijdagavond was ook anders dan anders: papa en ik zijn verjaard, en dat wilden we vieren door uitgebreid te gaan eten. Oma zag het zitten om te komen babysitten, en jij had daar duidelijk ook geen probleem mee. Je besefte zelfs maar al te goed dat wij niet thuis waren en dat het oma was die op jou lette: toen je in de loop van de avond wakker werd, riep je zachtjes om oma… Die gaf je dan een verse broek, en stopte jou netjes weer onder. Ondertussen was het beginnen sneeuwen: dikke vlokken dwarrelden in hoog tempo naar beneden, zodat we in een dikke sneeuwlaag naar huis terugreden van het restaurant. Het was zo erg dat ik oma zelfs voorstelde om te blijven slapen, maar dat zag ze niet zitten.
De volgende morgen lag er inderdaad een dik sneeuwtapijt van prachtige dikke plaksneeuw, ideaal om een sneeuwman te maken. Jij wist niet wat je zag: je eerste (bewuste) sneeuw ! Alledrie duffelden we ons goed in, deden laarzen aan, en gingen naar buiten. Jij vond de sneeuw koud en nat en dus niet geschikt om aan te raken, maar wel heerlijk om in rond te stappen en met een borstel papa te helpen terwijl die het voetpad vrijmaakte. Ik heb ook een grote sneeuwman gemaakt op amper 10 minuten, zó dik en stevig was de sneeuw ! Jij kon je er niks bij voorstellen, tot ik twee stukjes hout pakte om de ogen te maken, een twijgje nam als mond en een bosje gras als haar. Dadelijk wees je met je vingertje naar het gezicht, en zei in opperste verbazing: ‘Pompoen !’ Ik moest lachen, maar ergens heb je wel gelijk: het hoofd van een sneeuwman heeft wel wat weg van een pompoengezicht met Halloween. Je stapte nog vrolijk wat rond, begon te huilen toen je vastzat in de twintig centimeter sneeuw die was samengewaaid op het terras, en ging uiteindelijk met me naar binnen. Daar ben je wel een keer of twintig aan het raam gaan staan om ons de ‘pompoen’ te tonen. Jammer genoeg was wel de zon beginnen schijnen en bleek de sneeuwman niet zo stabiel te staan als ik wel had gehoopt, want amper een uurtje later viel hij om, tot je grote consternatie. Toen bleef je, denk ik, wel een half uur tegen het raam staan, terwijl je voortdurend herhaalde: ‘Pompoen pot ! Mama maak !’ Dat herhaalde je nog wat later nog maar eens door de telefoon tegen oma, die er uiteraard geen snars van begreep. Toen ik het haar uitlegde, moest ze lachen, en heeft ze jou dat wellicht nog een keer of vijf doen zeggen. Jij meende het in elk geval, want je keek heel erg ernstig. Kapotte sneeuwmannen, daar valt nu eenmaal niet mee te spotten !

Je woordenschat is ook een flink stuk uitgebreid. Je maakt nu al zinnen van drie woorden, gebruikt werkwoorden, en kan je behoorlijk goed uitdrukken. Soms sla je echte volzinnen uit je voeten, maar jij ben vooralsnog de enige die ze begrijpt. Regelmatig verras je me met een compleet nieuw woord, zoals nog deze morgen. Ik borstelde mijn haar, en jij wilde blijkbaar hetzelfde doen. ‘Mama ‘aar, Wof ook’. Ik gaf je je kleine zachte babyborsteltje, en jij wees naar het steeltje en zei: ‘Puntje’. En inderdaad, er zat een stompe punt aan de steel. Ik denk dat je heel veel woorden oppikt bij Nice, maar dat ik dat daarom niet altijd hoor.

Je hebt ook een heel eigen willetje: de laatste tijd ben je verzot op paté, en ik kan je echt nauwelijks iets anders doen eten. Ik laat je dan ook meestal kiezen, en bijna onveranderlijk kies je voor paté (choco en hagelslag behoren niet tot de keuzemogelijkheden, die komen alleen in aanmerking als je al twee boterhammen met iets anders hebt gegeten). Als ik dan toch aanstalten maak om bijvoorbeeld kaas te nemen, zeg je vol aandrang en zelfs bijna al huilend: ‘Nee mama ! Paté, paté ! Wof paté !’
En gisteren heb je het hele huis volgelegd met propere was. Ik geef het toe, er stonden twee volle wasmanden klaar om opgevouwen te worden, maar het was er nog niet van gekomen. Je hebt niks anders gedaan dan de manden uitgeleegd, weer opgevuld, weer uitgeleegd, er zelf ingekropen, opnieuw opgevuld met iets anders… En de wasspelden zijn tegenwoordig ook een favoriet speelgoed: als ik de doos niet wegzet, giet jij ze leeg en vind ik wasspelden op de gekste plaatsen. Door het feit dat je met de was had zitten spelen, wist je ook maar al te goed wat erin zat, en toen ik je in je bed wilde steken en je slaapzak nam, zei je resoluut: ‘Nee mama, niet diene. Diene !’ en je nam een dikke winterslaapzak met mouwtjes uit de mand. Er was geen doen aan, je wilde perse die bepaalde slaapzak, en aangezien het vrij koud is, heb je hem gekregen ook.

Soms vraag ik me af of ik je niet teveel toegeef. Maar als ik dan zie hoe voorbeeldig je je kan gedragen, en hoe goed je eigenlijk wel luistert, denk ik dat het al bij al best meevalt.

Gecategoriseerd onder: Buiten spelen, Taal, Ziek — Mama om 10:30 pm op Tuesday, October 18, 2005

Alweer een week voorbij, sproetie, en een pak wijzer geworden. Vorige week bleef het mooie weer aanhouden en zijn we nog een paar keer gaan fietsen, tot jouw grote jolijt. We hebben er allebei evenveel deugd van, denk ik. Ik fiets dan gewoon doelloos wat rond in de omliggende wijken (zo verken ik die ook eens) en ga huisjes kijken. Zo heb ik zaterdag een speeltuintje ontdekt in een sociale woonwijk aan de overkant van de Evergemsesteenweg. Er staat een peuterglijbaan, en een glijbaan die duidelijk bestemd is voor grotere kinderen. Jij vond het fantastisch: zodra je de speeltuigen had zien staan, begon je op de fiets heen en weer te wippen, en te roepen naar de ‘bimbam’, waarmee je glijbaan bedoelt. Onverschrokken stormde je op de kleinste van de twee af, klom op de trapjes en ging bovenaan met veel show zitten om dan naar beneden te glijden. Een paar oudere kinderen waren er ook aan het spelen, en die geloofden hun eigen ogen niet: “Mevrouw, is hij dan niet bang ? Zo’n kleintje ! Hij kan met moeite op de trapjes !” “Mevrouw, hoe heet hij ?” “Mevrouw, mag ik met hem spelen ?” Je kon op de totale belangstelling rekenen, en de andere kinderen, waaronder een jongetje van acht, stonden te drummen om na jou op het glijbaantje te kunnen.
Na een paar keer wilde je wel de grote glijbaan uitproberen. Die heeft geen trapjes, maar een houten plank met stapgaten in, en is wel anderhalve meter hoog. Dat leek jou niet af te schrikken, dus zette ik jou meteen bovenaan, waar je eerst een loopbrugje hebt, dan een huisje, en dan pas de glijbaan. Jij stond te joelen van plezier boven, en de rest van de kinderen wist niet goed hoe snel ze bij jou moesten staan om mee te genieten. Onderzoekend ging je verder, ging zitten en kroop het huisje door, en ging dan bovenaan de glijbaan zitten. Ik dacht dat je wel zou willen dat ik je handje vasthield, maar nee hoor: als een volleerde glijbaanspecialist zette je je af, en met een luide weeeeeeeeeeeeeeee gleed je naar beneden. Dat ontlokte zowaar een paar bewonderende kreten aan de omstaanders.
Je genoot…
Na een half uurtje hield ik het voor bekeken, en onder luide kreten zwaaide je salu naar de anderen en fietsten we weg. Een van de meisjes had nog gevraagd of we de volgende dag niet zouden terugkomen, want ze vond jou zo leuk…

Overdag speel je dus echt fantastisch, maar ’s avonds beginnen de problemen telkens weer: je bent een heerlijk ventje, maar ik zou willen dat je ook nog probleemloos zou slapen. Een ganse periode is dat prima gegaan, maar nu… Telkens ga je naar bed rond een uur of acht, maar telkens weer word je opnieuw wakker. Soms is dat na een paar minuten, soms na een kwartier, soms na een uur. Dan begin je hartverscheurend te huilen, en het helpt niet dat ik je probeer te negeren, zoals sommige mensen suggereren. Ik kan je er na een paar minuten weer uithalen, ik kan je een half uur laten brullen, maar jezelf in slaap huilen is er niet bij. Van zodra je beneden bent, is alles vergeten: opgelucht zit je dan rustig te spelen, te tekenen, te fietsen. Het is niet dat je lastig bent hoor, maar we kunnen niet doorwerken, en dat is momenteel wel echt nodig. Ook woensdag en donderdag waren er weer problemen, maar vrijdag sloeg toch wel alles. Ik was naar de kwis op school gegaan, en papa bleef thuis bij jou. Normaal gesproken zou jij rond een uur of acht moeten gaan slapen zijn, en kon papa nog een beetje broodnodige tijd spenderen in zijn bureau (Netlash is vreselijk druk momenteel). Helaas. Om half elf kreeg ik een telefoontje van een wanhopige papa met de vraag of ik alsjeblief naar huis wou komen om jou te doen slapen. Je had de hele tijd nog niet willen slapen, en ondanks herhaalde pogingen om je in je bedje te krijgen telkens weer liggen brullen. Niet dat ik daar veel aan kon veranderen, maar het doet deugd om er dan niet alleen voor te staan met gepijnigde zenuwen.
Toen ik een tiental minuten later thuiskwam, zat jij netjes te spelen aan de salontafel, opgewekt en wakker. Met een hoop moeite ging je tegen elf uur toch in bed, en zijn papa en ik dan maar je voorbeeld gevolgd.
De volgende dag ben ik sojamelk gaan kopen: Nice had gesuggereerd dat je misschien wel een koemelkallergie had. Je geeft inderdaad op ’s avonds, en een lepeltje Gaviscon blijkt niet (meer) te helpen. Ook is je stoelgang nog steeds heel vaak slap, en na een melkdessertje had je plots ook uitslag op je billetjes. Mja. Ik vind persoonlijk sojamelk niet te drinken, en blijkbaar deel je die mening. Sinds zaterdagavond heb je geen melk meer gekregen van ons, en de sojavariant die we je in je flesje aanbieden, weiger je halstarrig met een duidelijk ‘Bè !’ Je neemt een paar slokjes, geeft het ding terug, en begint soms zachtjes te huilen. Mijn hart breekt, liefje, maar sedertdien slaap je beter, zit je niet meer te slikken, en is je stoelgang zoals het hoort. Al vier dagen op rij ga je rond acht uur slapen, word je een half uurtje later wakker met gevulde broek, en ga je na tien minuten spelen weer probleemloos in je bedje. Ik hoop dat dat zo blijft. Alleen deze morgen… Je mist heel duidelijk je flesje. Vanmorgen was je rond half acht wakker, zoals gewoonlijk. Zachtjes riep je op mama en papa, en die laatste ging naar beneden een flesje sojamelk warmen. Jij ging netjes rechtop in je bedje zitten, en nam dankbaar je fles aan. Na twee slokken gooide je ze weer weg, en begon te huilen. Dat huilen ging al snel over op krijsen, en je bleek ontroostbaar ! Ik haalde je uit je bedje en probeerde je te troosten, maar je begon te wriemelen en wilde weg. Met tuutje en beestje in de hand bleef je krijsen, terwijl je rondliep als een kip zonder kop. Je vluchtte naar de badkamer, maar wilde niet op het kussen: je donderde er zowaar bijna af ! Daarna liep je naar onze kamer, dan naar die van jou, dan terug naar de badkamer… Ook papa kon je niet oppakken zonder dat je begon te vechten om los te komen. Uiteindelijk deden we de badkamerdeur dicht en lieten je krijsen, maar toen begon je op de deur te bonken om ze open te doen, zo hard wilde je naar buiten. Eenmaal buiten wilde je dan weer zo snel mogelijk naar binnen, en ondertussen bleef je maar krijsen. Wat papa en ik ook probeerden, je wilde niet kalmeren.
Na een goeie vijftien minuten hielden we het voor bekeken, en onder zachte dwang - gelukkig zijn papa en ik nog altijd een pak sterker dan jij - deden we je je pyama uit, ververste ik je broek - moet je eens proberen bij een tegenspartelend kind ! - en kleedde ik je aan, terwijl papa je stevig vasthield. Nog altijd stopte je niet met krijsen. Pas toen papa je meenam naar beneden en je samen de hond eten gaf, leek je wat te kalmeren, en uiteindelijk zat je na te snikken in je stoel. Toen ik je wat peperkoek, je favoriet, voorzette, begon je weer zachtjes te huilen en sloeg hem af. Bizar. Toch ging je probleemloos mee naar Nice. Toen ik, nog steeds ongerust, rond een uur of tien even belde, bleek je je helemaal normaal te gedragen: je speelde, lachte, had je tuut en beertje afgegeven, en had rond negen uur een Betterfood binnengespeeld.

Ook hier thuis was vanavond alles weer normaal: je lachte, keek samen met mij naar Bumba, speelde met de poes, at zowat een half brood op (en daarna de losse korsten uit het vuistje) en tekende. Je was echt wel vrolijk en welgezind, maar je melk wilde je nog steeds niet. Ik had er nochtans chocomelk van gemaakt in de hoop de sojasmaak te maskeren… Ik denk dat je wel ongeveer een halve liter water hebt gedronken in de plaats. Misschien toch eens proberen je iets anders te geven in de plaats van die melk ? Tegen acht uur ging je naar bed, tegen half negen was je weer wakker en dronk je je halve liter water, en tegen negen uur (je speelde zo braaf en rustig dat ik geen reden zag om je sneller weer naar boven te jagen) ging je weer slapen.

Verder ben je een fantastisch baasje geworden. Je babbelt honderduit en pikt alle dagen wel een paar woordjes op. Ik heb vreselijk moeten lachen daarstraks bij Nice: in echte Halloweensfeer heeft ze het huis gedecoreerd met een ‘ex’ en een paar ‘poenepoens’, zoals jij zo mooi kan zeggen. Vooral jouw woordje voor pompoen komt er zo parmantig uit dat zelfs Dirk daarstraks hartelijk moest lachen. Eindelijk spreek je ook van ‘hondje’, al blijf je naar Catullus verwijzen met ‘mmm’. Oh, en je bent je vaders r aan het overnemen: in de winkel zaterdag wilde je per se in de ‘kargggggggggggggggg’, waar jouw huig-r nog meer heeft van een geschraap dan van een echte r, maar de intentie is meer dan duidelijk aanwezig. Je vond het anders wel leuk in de Delhaize, zo met mama en papa elk in een andere kar. Papa ging met jou zijn water en cola al afrekenen terwijl ik de rest van de boodschappen deed, en daarna zijn jullie blijkbaar samen in de dierenwinkel een kijkje gaan nemen. Je kwam me toch heel enthousiast vertellen dat je ‘nijntjes’ had gezien, en vogels.

Op zondag zijn papa en ik zelfs een eindje met jou gaan wandelen langs het kanaal om te genieten van het prachtige weer, en daarna zijn we nog even bij het speeltuintje gestopt. Op slag kwamen de andere kinderen weer toegestroomd, stelden de nieuwkomers aan me voor, en gingen jou weer aanmoedigen. Jij genoot zichtbaar van alle aandacht en stal de show. Ik hoorde Benny, dat achtjarige jongetje, zelfs zeggen tegen een andere jongen terwijl hij hem opzij schoof: ‘Jamaar, hij was eerst míjn vriendje !’
Jaja Wolfje, je bent populair !

Gecategoriseerd onder: Logeren, Taal, Ziek — Mama om 10:49 pm op Thursday, September 29, 2005

Het is meer dan twee weken geleden dat ik nog iets heb geschreven en dat is een schande, maar het was dan ook zo vreselijk druk… En om eerlijk te zijn, als ik dan ’s avonds eindelijk in de zetel lag, had ik de fut niet meer om dan nog iets te schrijven. Toch is er wel één en ander te vertellen hoor.

Je bent echt niet lang ziek geweest, snoetie. Woensdag was je al even energiek en springerig als altijd, en hebben we de gewone woensdagse dingen gedaan, zoals spelen, om boodschappen gaan, enzoverder. Je bent er wel op een bepaald moment in geslaagd boven op me te springen op een zodanig enthousiaste manier dat je me een keiharde kopstoot hebt gegeven. Resultaat: we zaten allebei te huilen, jij eerder van het verschieten, ik van de pijn. Je bent met het midden van je voorhoofd tegen de rand van mijn oogkas geknald, en bij jou werd het een blauw plekje, bij mij heeft het quasi veertien dagen geduurd voor de gevoeligheid weg was. Ik denk dat het zelfs een lichte hersenschudding was: de koppijn kwam opzetten, en donderdag ben ik zelfs niet gaan werken wegens barstende koppijn en een algemeen verschrikkelijk mottig gevoel. Ik heb de hele dag geslapen, maar jij had nergens last van, zei Nice.

Zaterdag zijn we voor ‘t eerst sinds lang weer gaan zwemmen, en je vond het heerlijk. Je hebt helemaal geen schrik van het water. In het begin bleef je netjes in het ondiepe, maar na verloop van tijd waagde je je spontaan in de buurt van de glijbaan, waar het water toch wel tot aan je okseltjes kwam. Achteraf was je doodop: je bent zonder eten in je bedje gegaan, en hebt pas tegen twee uur gegeten.

Wel is je ritme nog steeds niet echt klokvast: je wil tegenwoordig maar slapen rond half tien :-( Als ik je er vroeger probeer in te steken, begin je te brullen, en, koppig als je bent, hou je daar niet mee op tot ik je ga halen. Dat duurde echt wel een tijdje, tot ik vorige week plots opmerkte dat je soms heftig zat te slikken, en op een bepaald moment zelfs naar je mondje wees en “Bèh” zei. Duidelijk een slechte smaak in je mond. Toen je dan later op de avond gewillig in je bedje ging, maar het na een minuut of zo alweer op een brullen zette, wist ik het zeker: reflux ! Je hebt echt wel hetzelfde probleem als je mama. Ik ben de volgende dag dan maar opnieuw een fles Gaviscon gaan halen, en die ken je nu al door en door. Dan kom je bij me, trekt aan mijn kleren en zegt: “Mama, kom !” tot ik meega naar de keuken. Je toont me dan de schuif met bestek, zegt me duidelijk dat ik een “piepol” moet nemen, en sleurt me dan mee naar je waskussen, waarnaast de fles staat. Je steekt me ze ostentatief in de handen, wijst naar de lepel, naar je mond, zegt “Wof buikje”, en wrijft over je buik. Je kan misschien nog niet echt praten, maar je weet verdomd goed duidelijk te maken wat je wil. In elk geval maakt het wel verschil: nu wil je tenminste slapen.
Op aanraden van Nice heb ik ook een lichtje in je kamer gezet. Ik heb dat gekregen toen je geboren werd: een klein draagbaar nachtlampje met een lachend gezichtje dat een zacht blauw licht verspreidt, en dat ook zachtjes een wiegeliedje speelt. Het blijft 10 minuten schijnen, en slaat weer aan als je begint te huilen. Je vindt het heerlijk: het staat op de grond een eindje van je bedje, en met een glimlach op je gezicht lig je er dan naar te kijken, terwijl je met je ene handje je beertje vasthoudt, en met het andere de spijltjes omklemt. De afgelopen twee avonden heb ik ook korte metten gemaakt met jouw protest: rond half negen heb ik je meegenomen naar boven, in je slaapzak gestoken en in je bedje gelegd. Blijkbaar helpt het lichtje toch om je te kalmeren, want je protest bleef uiterst beperkt. Heh, ik heb weer een stuk van mijn avond terug.

Want ja, je bent nog steeds veeleisend: je kan niet verdragen dat ik aan mijn computer zit of was opvouw: ik moet me met jou bezighouden, of toch minstens in de zetel zitten waar jij dan zit te spelen.

Afgelopen weekend waren zowel papa als ik weg: papa was naar een congres van de JCI, en ik ben opnieuw de barbaar gaan uithangen op Poort. Het deed me deugd :-) Het betekende voor jou natuurlijk wel dat je een weekendje bij oma en opa moest, maar dat leek je niet erg te vinden. Toen ik halverwege het weekend even belde, bleek je net in bad te zitten. De vrijdag was oma met jou naar omoe en opoe geweest, en op zaterdag naar omoe van Zomergem. Daar had je je te pletter geamuseerd met de ganzen, vertelde opa. Je had ze achterna gezeten, en liggen rollen in het gras van de pret. Je bent hem trouwens popa beginnen noemen, kleintje, tot zijn grote genoegen. Slapen was geen probleem geweest, vertelde oma. Verder heb je geen minuut stilgezeten, en ben je door het hele huis gaan rondcrossen. Van de koekoeksklok heb je geen schrik meer, naar ‘t schijnt, wel integendeel.

Ondertussen heb je wel een mega verkoudheid: snot loopt voortdurend uit je neusje, zodat je om de vijf stappen komt vragen: “Neush ?” Je weet trouwens je lichaamsdelen perfect zitten: feilloos wijs je je neus, je ogen, oren, mond, handjes, voetjes, poep en buikje aan, en als ik je naar je tong vraag, zeg je heel ondeugend ‘bèh’ met uitgestoken tong ! Eigenlijk ben je nog steeds fantastisch goed gezind, kleintje. Je lacht met alles, en bent altijd tot een spelletje te verleiden. En boterhammen met choco doen het ook goed om een lach op je gezicht te toveren.

Het gaat snel, liefje, heel snel. En ik weet niet of ik dat wel altijd even leuk vind.

Gecategoriseerd onder: Buiten spelen, Familie, Feest, Ziek — Mama om 10:51 pm op Tuesday, September 13, 2005

Net toen ik daarstraks thuis kwam van school, ging de telefoon. Even later kwam papa naar beneden: Nice had net gebeld dat je ziek was. Je had overgegeven, en je had behoorlijke koorts. Deze morgen had ze je al een Perdolan gegeven, maar nu wilde ze toch liever dat je bij ons was. Effectief, toen je thuiskwam had je rode wangen, en bleek je 39.4° te hebben. Niets dramatisch, maar je had er wel last van. Ik stak je nog een Perdolan op, gaf je water (gelukkig drink je veel) en keek samen met jou naar twee afleveringen van Bumba. Yep, papa heeft voor jou de DVD gekocht, zodat je te pas en te onpas met de afstandsbediening komt aandraven: ‘Mama bak ! Bumba ! Daaaaaaaar !’ en dan wijs je ostentatief naar de TV. Vandaag was je wel enthousiast, maar waar je anders meestal staat te springen en mee te dansen, bleef je vandaag netjes bij me zitten. Ik heb je dan ook maar daarna in je bedje gestoken. Drie kwartier later was je alweer present, doornat van het zweet, maar je voelde je duidelijk beter. Een verse broek en droge T-shirt later wilde je buitenspelen op de glijbaan, en aangezien het nog steeds 26° was buiten, zag ik daar het probleem niet van in. Je hebt zelfs flink gegeten en je fles voor het grootste deel uitgedronken, samen met nog een beker of twee water. Toch protesteerde je niet toen ik je om acht uur in bed stak: je vleide je neer en deed je ogen dicht.

Gisteren was dat toch even anders: pas tegen tien uur wilde je in bed. Het is niet dat ik niet probeer je eerder naar boven te krijgen, maar dan sta je te krijsen in je bed tot ik je er weer uithaal. Veel mensen geven me de raad je te laten doen, maar na een half uur vind ik het doorgaans welletjes: je bent al even koppig als je mama. Toch begin ik een vermoeden te krijgen van de oorzaak: gisteren wilde je zelf naar boven, nam je zonder problemen je tuut en je beertje aan en ging liggen, maar even later krabbelde je recht en begon te huilen, zoals zo vaak. Deze keer zag ik echter duidelijk dat je heftig aan het slikken was, en je wees op je mond en zei ‘Bè’ als om een slechte smaak aan te duiden. Wie weet heb je ook reflux, net als ik ? Dat zou een en ander verklaren, want uit ervaring weet ik dat je helemaal niet kunt slapen als het zuur je in je mond loopt. De volgende keer dat het weer zo is, ga ik je opnieuw een lepeltje Gaviscon geven, zoals ik deed toen je nog heel klein was. Dan kunnen we zien of het effectief dat is. Ik hoop voor jou van niet…

Gisteren aan tafel heeft je papa even gedemonstreerd wat je blijkbaar geleerd hebt de afgelopen dagen bij Nice: je duidt feilloos je ogen, oren, neus, mond, buikje, poep en voetjes aan, als we je dat vragen. De bijhorende woorden zijn niet altijd even duidelijk, maar aan de overtuiging waarmee ze gezegd worden, weten we dat jij ze wel degelijk verstaat.

Je bent ook klaar voor echte potjestraining, denk ik. Nu merken we het niet langer aan de geur als je een volle broek hebt, je komt het ons gewoon zelf melden. ‘Mama ? Kaka !’ Dat geldt voorlopig nog voor beide soorten vuile broeken. Als je het nu nog zou voelen aankomen, dan zijn we er.

Dit weekend heb je het afwisselend met mama en papa moeten stellen: zaterdag was papa naar een vergadering van de JCI de hele middag, en gisteren was ik naar een koorrepetitie. Alleen was ik zo slim geweest om met de motor te rijden, en in het terugkeren in een gigantische stortbui te verzeilen. Jij begreep niet waarom mama zo lang in de garage bleef hangen, en kwam even kijken. Jouw commentaar was eenvoudig en ter zake: ‘Mama nat !’ Dat kon je wel zeggen, ja.

Ik heb net de foto’s van de barbecue van vorige week op je site gezet, en bij het bekijken ervan merk ik dat ik de dag onrecht heb aangedaan. Uiteraard was er de barbecue zelf, maar we hebben wel wat meer gedaan dan alleen maar gegeten. Eerst en vooral was er het feit dat je op Jeroens terras het gevoel hebt dat je recht onder de kerktoren zit. Het ding is echt niet ver, en je had dan ook dadelijk de wijzerplaat opgemerkt. Je hebt het niet nagelaten ons daar een honderdtal keer op te wijzen, trouwens. Helemaal erg werd het toen de klok dan ook begon te slaan: ‘Bimbam !’ Je wist niet wat je eerst moest doen of eerst moest zeggen van pure opwinding. Elk om beurt moesten we trouwens met jou mee naar binnen om naar de klok te kijken in de woonkamer. Na een tijdje kwamen daar ook de vissen in de keuken bij.
Verder waren er ook de wespen, waar jij op zich niet veel aandacht aan schonk. Je nonkel Jeroen des te meer, aangezien je bij hem echt wel van een fobie kan spreken: hij begint als een gek rond te springen en te slaan als hij ook maar een wesp in zijn buurt vermoedt. Toen ik het idee opperde om de stofzuiger te gebruiken om ze uit de weg te ruimen, had hij in drie tellen die stofzuiger vast, als was het een zwaard in een Middeleeuws steekspel. Heldhaftig begon hij de ondingen op te zuigen. Jij had meer oog voor de stofzuiger zelf: leek dat niet wat op een auto ? Je werd er dan ook opgezet en rondgereden, en dat vond je blijkbaar ferm plezant.
De grootste bron van hilariteit was nochtans Roelands GSM. Die had niet alleen een heel leuk belletje, Roeland had ook de trilfunctie aangezet. Papa liet hem afgaan, en jij begon spontaan te schateren, keer op keer. Yep, een zeer fijne dag.

Ik hoop dat je vannacht wat beter slaapt, kleintje. Het is al nachten na elkaar dat je minstens één keertje wakker wordt, en ik je even uit je bedje moet halen. Lang is het nooit, maar ik ben telkens weer wakker, en ik begin moe te worden, snoetje.

Nog een paar losse flodders:

* de hond eten geven is tegenwoordig een zaak voor twee: papa of ik mogen niet alleen gaan, jij moet mee. Je wijst ons waar het blikje staat, en waar het eten is. Als we het blikje opgevuld hebben, neem jij het zorgvuldig in je beide handen, en stapt in opperste concentratie naar het hondenhok, waar de etensbak van Catullus staat. Parmantig giet je de korrels in de bak, en gaat dan netjes het blikje terug op het rek zetten. Als wij dat durven doen en we zetten het per ongeluk ergens anders, worden we streng terecht gewezen: ‘Nee ! Daaaaaaaa !’

* Handenwassen is ook een ernstige bezigheid: je mag op een stoel staan, je handen onder de lopende kraan steken, en ze, voorzien van een beetje zeep, wassen. Ik denk dat het is omdat je je dan groot voelt, maar je doet dat blijkbaar zeer graag. Op dezelfde manier help je papa wel eens bij de afwas: je staat dan op een stoel aan de pompsteen en plonst wat in het warme water.

* Catullus springt vaak tegen het buitenraam op, als hij buitenzit en binnen wil. Het hele raam is al geschonden door zijn scherpe nagels. Papa en ik zeggen dan bijna automatisch: ‘Catullus ! Neen !’ Ook jij doet ons daarin achter: als je de hond hoort springen, steek je een vermanend vingertje omhoog en zegt: ‘Neen ! Mmm, neen !’ Ik kan telkens niet anders dan glimlachen.

* Je tanden zijn al wat enthousiaster dan in het begin. Je hebt er nu twaalf in totaal: vier snijtandjes bovenaan, vier snijtandjes onderaan, en aan elke kant een kies. Nog een paar kiezen erbij, en je hebt geen reden meer om de korstjes van je boterhammen niet op te eten :-p

« Vorige paginaVolgende pagina »