0
Het is acht uur en je ligt net in je bedje, doodop, veronderstel ik. Ik heb je net een half uur uitgebreid laten badderen (kon ik opruimen ondertussen) wat je met volle enthousiasme hebt gedaan. Je geestdrift was nochtans beneden niet bepaald groot: je was al een hele tijd aan het huilen en het neuten, en je hebt niet veel van je melk gedronken. Boterhammetjes waren er goed ingegaan, tot het je plotseling inviel dat er zoiets als pibo bestaat. Plots was de kaas niet goed genoeg meer. Met veel moeite heb je toch nog het merendeel van de kaas opgegeten, met lange tanden, en daarna kon ik de boterham met hagelslag niet vlug genoeg gesmeerd krijgen.
Dat badje was nodig: we zijn na je vieruurtje naar de Colruyt getrokken, waar je een gratis Actimelletje hebt gekregen. Ik heb het je uiteraard niet gans laten uitdrinken, maar van de helft die je wél kreeg, is zowat de helft in je T-shirt verdwenen. Ik heb dan maar een pakje servetten gekocht en je wat drooggedept. Zucht. Het waren nochtans al verse kleertjes van deze namiddag, want we hadden een kak-incidentje gehad. Ik had een poging ondernomen om je na de middag nog wat te laten slapen (je was behoorlijk vervelend), maar heel vlot ging dat niet: je bleef babbelen en spelen, en na een half uurtje wou je er duidelijk weer uit. Je begroette me met een enthousiast: ‘Kaka ! Potje !’ Ik kon uiteraard niet anders dan gehoor geven aan jouw geestdriftige oproep, temeer je toch ooit zal moeten leren dat potje te gebruiken. Ik stroopte je je broek af, deed je luier uit, en… zette je, besmeurd met kak, op je potje. Ook daar kan je niet stilzitten, dus dat besmeurde werd er niet bepaald beter op. Ik had me al verzoend met het idee dat ik de hoes van je luierkussen ging moeten verversen, maar ook je T-shirtje en je hemdje waren al betrokken in het kakfestijn. En toen vond je er niet beter op dan heel uitbundig met je beestje te zwaaien, netjes langs je plassertje en alle kak heen natuurlijk.
Die kleertjes zijn ondertussen gewassen, en je beertje hangt nog aan de wasdraad want die droogt niet zo vlot. En zo blijft een mens bezig natuurlijk.
Deze middag heb ik ook al de salontafel, nieuw van gisteren nota bene, moeten afwassen: je was nogal driftig aan het tekenen geslagen, en waar je doorgaans netjes op je papier blijft, was deze keer de verleiding té groot. Ik denk dat ik trouwens een 20tal tiktaks heb getekend voor jou. Heel even had ik gedacht dat je passie voor uurwerken afgenomen was, maar niks is minder waar. Je bent niet geïnteresseerd als ik bomen, of huisjes, of bloemen, of eigenlijk om het even wat teken: je enige verzoeknummer is telkens weer ‘Tietak !’ Ik heb er zelfs op je handjes getekend, en die zit je dan nonstop te bekijken en zelfs kusjes te geven. Ik hoop dat het toch een keertje overgaat, kleine muis !
Je eerste week bij Nice zit er alweer op, en vrijwel elke dag kom je wel met nieuwe woordjes af. Het gaat razendsnel nu. En je zit ook alweer stevig in je ritme: je wil alweer om zes uur eten, in plaats van half zeven of zelfs zeven, en ook ’s middags is het alweer vroeger dan tijdens de vakantie.
Gisteren heeft papa voor je moeten zorgen: overdag was je wel bij Nice, maar rond half zes, het uur waarop ik je doorgaans ga halen, zat ik nog volop in een vergadering op school. Toen ik thuiskwam, peddelde je al in je pyama rond, en werd ik met open armen en een gigantische glimlach begroet. Je ziet je mama toch duidelijk graag, liefje.
Donderdag was dan weer een specialere dag. We beleven momenteel de nazomer van de eeuw: 28 graden en volop zon (mocht ook wel, na de mottige zomer). Midden op de dag ging dan ook mijn telefoon: oma aan de lijn, die vroeg wanneer ik gedaan had met lesgeven, en of ik het dan niet zag zitten om met jou opnieuw te gaan zwemmen bij Marc en Annemie. Tegen half vijf kon ik wel bij haar zijn, en gezien de kleffe warmte zou het dan nog zeker goed genoeg zijn om te zwemmen. Jij vond dat ook wel, maar je was niet echt… in vorm, leek het wel. Je deed niet volop mee, schaterde niet en zo. Eén en ander werd duidelijk toen je naar de kleren en mijn tas liep, en om een koek vroeg. Ik was alweer vergeten dat je vieruurtje bij Nice niet om half vijf ligt, maar wel om half vier. Een koek later zat je wel uitbundig te spelen met oma :-p
Rond zes uur hebben we je dan met enig tegengespartel uit het water gevist, afgedroogd, aangekleed, in de auto gezet, en zijn naar omoe en opoe gereden. Daar moest je alweer gevoederd worden, maar verder ging je toch wel op ontdekkingstocht uit. De vliegendeuren in de veranda bleken fijn speelgoed te zijn, maar verbleekten bij de kruiwagen, zeker toen jij erin mocht zitten en oma met je rondreed. Yep, l’histoire se répète ! Je hebt ons ook geholpen bij het plukken van bloemen: elk bloemetje ging je naar oma en omoe dragen, terwijl opoe in verwondering zijn hoofd schudde.
De rest van de week was eigenlijk niks speciaals, denk ik. Voor mij was het de eerste volle week werk, en dus voor jou de eerste volle week bij Nice. En je vond het best leuk: opnieuw al dat speelgoed, en opnieuw die speelkameraadjes.
Vorige week zondag was wél speciaal: jouw opa verjaarde, en dus gaven Jeroen en Delphine een barbecue bij hen thuis, op het grote nieuwe terras. Ik was wel eerst bang voor jou, omdat er nog geen balustrade rond het terras staat, maar de boordsteen en onze waarschuwingen waren voldoende om jou op een veilige afstand te houden. Het was een fijne dag, alleen wilde je niet slapen: je vroeg er telkens zelf naar, maar zodra je in dat bedje lag, begon je te brullen en zweeg je niet meer. Arme jongen…
Nog een paar losse dingetjes:
* Je kan echt soms heel duidelijk maken wat je wil. Zo waren we op een bepaald moment buiten aan het spelen: jij zat in je zandbak, en ik was was aan het ophangen of zo. Plots kwam je naar me toe: “Naash”. Niet-begrijpend keek ik je aan. Jij herhaalde het woordje, duidelijk iets vragend. Toen ik mijn hoofd schudde en zei dat ik je niet begreep, herhaalde je met aandrang “Naash !”, nam me bij de hand en trok me mee naar binnen, en stopte me het doekje in de handen dat nog op de salontafel lag. Daarop wees je naar je gezichtje, en herhaalde “Naash”. Pas toen drong het tot me door: er zat blijkbaar zand in je neusje dat vreselijk op je zenuwen werkte, en je wilde dat ik je neusje schoonmaakte. Zodra ik dat dan ook gedaan had, lachte je naar me, zei: “Taaaaatie !” en rende weer naar buiten. Hoofdschuddend keek ik je na, en volgde je dan maar.
* Je hebt een hele leuke gewoonte opgedaan. Enfin, ik vind ze toch leuk, maar ik weet niet of je papa ze wel zo erg kan appreciëren. Ik had namelijk al de tafel gedekt voor onze broodmaaltijd ’s avonds, maar papa was nog steeds aan het werk. Ik had hem al laten weten dat we gingen eten, maar waarschijnlijk wou hij eerst nog iets afwerken. Toen ik aanstalten maakte om jou in je stoel te zetten, keek je met je grote blauwe ogen vragend naar me op: “Papa ?” “Papa is nog boven, hij is nog aan het werken.” Jij antwoordde niet, maar ging met gedecideerde stap naar de deur van de traphal, duwde die open, ging onderaan aan de trap staan, en riep: “Papaaaaaaaaaa ! Paaapaaaaaaa !” Ik lag dubbel van het lachen, maar effectief: even later stond jouw papa beneden. Aan jouw sirenenlokroep kan nu al niemand weerstaan, wat zal dat later met de meisjes worden ?