Gecategoriseerd onder: Logeren — Mama om 12:19 am op Friday, June 16, 2006

Je bent als een blok in slaap gevallen daarnet, sproetel. Het scheelde niet veel of het was al zover op je waskussen in de badkamer, toen ik je slaapzakje aandeed. Het is al een dag of drie een pak minder warm, zodat je weer rustig onder je dekens kan slapen zonder bijna weg te drijven.

Het is vrij logisch dat je zo moe bent: je bent twee volle dagen bij oma en opa geweest. Tsja, veel tijd heb je de laatste dagen niet thuis doorgebracht, kleintje. Woensdagavond na haar examen van Portugees heeft oma je meegenomen naar Zomergem. Op die manier kon ik donderdagvoormiddag rustig examens afnemen, in de namiddag werken, in de vooravond onder de scanner gaan voor mijn pijnlijke kaak (wat trouwens niet is gelukt wegens een acute aanval van claustrofobie) en ’s avonds papa gaan afhalen op het vliegveld. Die zat voor twee daagjes in Genève, usability testing.
Jij hebt daar weer het kleine varkentje uitgehangen: toen ik deze vooravond in Zomergem toekwam, liep je rond in een onderbroekje en een verse T-shirt, want de oude hingen te drogen aan de waslijn. Je had een beetje met emmers water gespeeld, zei oma. Verder toonde je vol trots je nieuwe auto ! Omdat we je fietsje thuis vergeten waren en jij perse op de auto wilde die de geest had gegeven, zijn opa en oma met jou om een nieuw loopautootje gegaan: een mooie grote rode ! Opa vertelde me dat je al op voorhand liep te schetteren van de voorpret, gewoon omdat je een nieuwe auto ging krijgen. Je bent echt wel een dankbaar ventje voor dat soort dingen.
Verder was je donderdag wel een beetje lastig geweest, zei oma, waardoor ze je na de middag zonder pardon in je bed heeft gestoken. Eerst protesteerde je wel luidkeels omdat je liever bij opa in bed ging slapen (en er dus gigantisch veel van slapen in huis ging gekomen zijn) maar na een paar minuten gebrul werd het netjes stil in je slaapkamer, voor dik anderhalf uur. Je was dus echt aan een slaapje toe. Toch raar dat je bij andere mensen, zelfs bij Nice, altijd nog een middagdutje doet, maar dat dat hier echt niet lukt. Tsja… Te weinig nieuwe indrukken zeker ?

Waar oma en opa ook zo vreselijk mee moeten lachen hebben, is het feit dat je met je auto regelmatig in de file staat, hem steevast gaat parkeren, en hem tegenwoordig zelfs zonder meer op slot doet. Dan doe je een sleutel met afstandsbediening na, zoals ik je vorige week heb getoond. Je vergeet echt niks, kleine mol !

Je woordenschat gaat nog steeds met sprongen vooruit. Je maakt al ganse zinnen, gebruikt een voltooid deelwoord (al zijn die lang niet altijd juist) en verleden tijd, hebt het meer en meer over ‘jij’, maar het gebruik van het woord ‘ik’ blijft nog moeilijk. Je spreekt nog steeds over ‘Wolfje’ als je het over jezelf hebt. Spreken doe je trouwens bijna non-stop. Je bent een gigantisch tatergat, en ik vraag me af van wie je dat toch zou hebben :-p
Nice vertelde me dat trouwens onlangs ook weer. Ze had gevraagd of jij vorige week vrijdag mee mocht naar school in de namiddag. Het was namelijk Tims verjaardag, en ze had met zijn juffrouw afgesproken dat ze cake zou brengen. Ik zag daar uiteraard geen graten in, en dus gaf papa haar ’s morgens de autostoel, en kreeg ik ’s avonds de verhalen. het bleek dat jij razend populair was daar op school :-p Je had op de stoel van de juffrouw mogen zitten, en alle kinderen van de klas mochten je vragen stellen, zoals bv. ‘Hoe heet jouw papa ?’ of ‘Wat doet de koe ?’. Jij antwoordde telkens zonder verpinken, terwijl je grote stukken cake naar binnen werkte en een doosje appelsiensap leegdronk. Daarna mocht je nog met Tim en Sarah in de rij staan, en ook hier bewees je een onvervaard, verstandig klein mormel te zijn. Nice citeerde me de woorden van Tims juffrouw: ‘Maar dat is ne keer ne wijze kleinen !’
Nodeloos te zeggen dat ik minstens tien centimeter groeide van trots toen Nice me dat vertelde ! Je hebt al naam gemaakt op de school waar je volgend schooljaar naartoe gaat, snoetje !

Gecategoriseerd onder: Logeren — Mama om 12:20 am op Tuesday, June 13, 2006

Heh je ligt rustig te slapen, en wellicht ook te zweten. Het is vreselijk warm in je kamertje, en toch heb je een pyama aan, een lichte slaapzak, en lig je onder je donsdekentje. Je wilde het echt niet anders, en ach ja, je kan maar warm hebben :-p Je was blijkbaar meer dan moe genoeg om dadelijk in slaap te vallen.Wat zou je willen: je bent net terug van Omaly en Bompa. Gisteren heeft je nonkel Roeland namelijk zijn doctoraat behaald (jaja, je hebt een nonkel doctor ingenieur, gepromoveerd op Melkvetglobulemembraanfracties) en papa en ik waren uiteraard uitgenodigd op de verdediging, en de daaropvolgende receptie en diner. Bompa was je daarom komen halen tegen een uur of vier, en is je vandaag komen terugbrengen rond een uur of zeven. Jullie zijn namelijk eerst nog met Omaly om kleertjes gegaan voor hun grote feest, en daarna nog tante Els gaan bezoeken in het rusthuis. Dat bleek duidelijk een streep door je rekening: je had tante Else verwacht, niet tante Els, of zoals je zelf zei, zwarte tante Els en niet de witte. Verder zijn jullie uiteraard ook nog langs de boerderij geweest, bij nonkel Staf, om de koetjes te bekijken. Heh, het is echt wel altijd een beetje feest voor jou als je naar Omaly en Bompa mag, dat zie ik duidelijk aan je manier van doen.

Afgelopen weekend was het snikheet, en heb je vooral ongelofelijk veel buiten gespeeld. Gelukkig hebben we een grote luifel boven het terras, en zorgt die ene boom ook voor heel veel schaduw over je zandbak en de hangmat. Op die manier hoefde ik er niet bang voor te zijn dat je ging verbranden. Je was het gelukkigste ventje dat er was, en vooral als je met mama in de hangmat mocht. Dan ging je bovenop me liggen, kroop je rond in het ding, legde je met je hoofd in de andere richting, kroop eruit en deed me dan schommelen… Hangmatten zijn blijkbaar fijn bevonden.

Gecategoriseerd onder: Logeren, Op stap — Mama om 12:23 am op Tuesday, April 18, 2006

De paasvakantie is weer achter de rug, en daardoor blijk ik plots tijd te hebben om te schrijven, sproetje ! Jij ligt nu al een twintigtal minuten in je bed te protesteren dat je nog niet wil slapen. Je bent nochtans doodop, en ik had al een eerste poging om je in bed te krijgen ondernomen om kwart na zeven. Niet dus. Toen heb ik nog toegegeven en je nog wat beneden laten zitten, maar nu heb je gewoon pech. Ik ben wel net even gaan kijken, want dat vroeg je al huilend - lang leve de babyfoon. Bleek dat je een vuile broek had, maar toch was dat de reden niet om zo van je oren te maken. Ik heb je dan maar weer in je slaapzak gestoken en terug in bed gezet, en nu ben je alweer een tien minuten aan het brullen. Toch ben ik er niet helemaal gerust in: papa vertelde me dat hij je zondag zonder slaapzak in je bed had gezet, en dat hij jou nog nipt had opgevangen, voordat je helemaal uit je bed was geklauterd/gevallen. En gisterenmorgen was je plots beginnen huilen, iets wat niet echt meer je gewoonte is ’s morgens. Toen ik in allerijl bij je kwam, bleek je je slaapzak opengeritst te hebben en had je geprobeerd je mouwen uit te trekken, maar daar was je vastgeraakt.

Heh. Je bent eindelijk stilgevallen. Ik heb het gevoel dat je ons wat aan het testen bent, sinds je dit weekend bij Omaly en Bompa hebt gezeten. Ik geloof dat ze je allebei zó graag zien, dat ze je niks kunnen ontzeggen, en soms kan je een echte kleine tiran zijn, liefje. En als je zo vier dagen op je wenken bent bediend, is het natuurlijk moeilijk om weer bij je strenge mama terecht te komen. Gisterenochtend hebben papa en ik nochtans moeten lachen. Nadat ik je uit je slaapzak had bevrijd, ging ik je in bed leggen bij papa en dan je flesje warmen. Jij zette een keel op en zei dat je mee wilde naar beneden. Aangezien ik al gezegd had dat je in bed ging liggen bij ons - en daar had ik zelf ook zin in - kwam ik daar niet op terug, ook al begon jij luidkeels te brullen en te wriemelen om los te komen. Toen heb ik je heel streng het zwijgen opgelegd en gezegd dat je nu eens goed moest luisteren: ook al had je bij Omaly en Bompa mogen doen waar je zin in had, bij mij was IK het die besliste, en ging jij doen wat IK zei. Je keek me met grote ogen aan, ook al had ik alles heel rustig gezegd, en zweeg. Daarop legde ik je in bed onder de donsdekens bij papa, en ging beneden je fles warmen. Toen ik een paar minuten later opnieuw de kamer binnenkwam, was papa hartelijk aan het lachen, en vertelde me dat ik het jou blijkbaar goed ingepeperd had. Je was namelijk al aan het rondkruipen en spelen gegaan, maar toen je me naar boven hoorde komen, zei je verschrikt: ‘Mama daar !’ en kroop snel braafjes onder de dekens met je tuut en je beertjes, net zoals ik je neergelegd had :-p Zoetje toch…

Wat die tuut betreft lijken we vorderingen te maken. Bij Nice was het al zo dat je bij het binnenkomen je tuut en je beertjes op de kast legde, en dat die verder daar bleven liggen, behalve dan om te slapen. Bij ons thuis liep je eigenlijk voortdurend met je tuut rond. Niet dat die constant in je mond zat hoor, verre van, maar ze was altijd wel ergens in je buurt. Ik heb je nu al zover gekregen dat je een tuut ‘bè’ noemt overdag, en dat je ze ook niet meer gebruikt. Soms kan je er wel eens naar vragen - door als de Bumbababy wèèè wèèè te doen - maar dan krijg je ze toch niet. Alleen om te slapen krijg je ze uiteraard wel nog. Je bent ze echter ook systematisch kapot aan het bijten, en we hebben er deze avond alweer eentje in de vuilbak mogen kieperen. Ik heb je al duidelijk gewaarschuwd: ik koop geen nieuwe tuut meer. Als ze allemaal kapot zijn, dan is het gedaan. Punt.

Gisteren zijn we, op tweede Paasdag, iets gaan eten in de MacDonalds hier even verderop. Ik had geen eten in huis - er niet aan gedacht dat de winkels dicht waren - en we wilden jou wel eens in actie zien in de speeltuin. En of we dat gezien hebben ! Papa en ik hielden ons hart vast, toen we jou onvervaard op de klimrekken zagen kruipen. Tsja, hoe moet je die dingen anders noemen ? Het gaat om een groot buizenstelsel dat telkens netjes op een platformpje uitkomt, waar je door een plastieken koepeltje aan de zijkant naar ons kan kijken. Je kroop de eerste buis in, en we verwachtten dat je al snel terug ging zijn. Maar nee hoor, onvervaard ging het, tot onze ontzetting, een beetje hoger naar de volgende uitkijkpost, en je lachte naar ons, al zag je ons niet rechtstreeks meer. Papa en ik voorzagen al een paniekaanval van jouw kant, zodra je zou merken dat je niet zomaar kon terugkeren, of er niet zomaar meer uit ging raken. En jij ? Jij klom onverstoorbaar verder, tot je zelfs op het hoogste punt naar ons stond te zwaaien. Voorzichtig ging je dan een stuk buis naar beneden, en toen… dachten wij dat we het nu wel gingen krijgen, want de enige uitgang was een grote, draaiende glijbaan in buisvorm. Een gat dus waarvan je het einde niet kon zien. Je verdween uit het zicht, en jawel, plots verscheen een klein Wolfje, langzaam naar beneden glijdend op zijn buik met zijn voetjes eerst. En met een grote glimlach op dat blinkende snoetje. Je wist niet goed hoe snel je weer naar de ingang moest lopen :-p, en toen we je na nog een doortocht opvisten om naar huis te gaan, begon je zowaar te huilen. Je bent echt van niks bang, kleine deugniet !

Het verwondert ons daarom des te meer dat je bang bent van de grote staande klok bij Omaly. Blijkbaar heb je daar ooit eens een grote schrik opgedaan, want ze vertelde dat je niet eens meer alleen in de eetkamer durft ! Toch niet als er niemand bij is: toen wij er zondag waren, was je al een heel stuk dapperder. Toch rende je telkens weer, als het ding begon te slaan, met bange ogen naar papa of mij en klom verschrikt in onze armen. Mijn kleine held…

Gecategoriseerd onder: Lang verhaal, Logeren, Op stap, Ziek — Mama om 7:53 pm op Tuesday, January 31, 2006

Dinsdag 31 januari 2006

Sinds de kerstvakantie heb ik niet meer de moed gevonden om nog te schrijven, en toch is er veel gebeurd, liefje. Ik vrees dat ik alweer een aantal dingen ben vergeten, maar ik ga mijn best doen, snoetie.

Nu is het kwart over negen ’s avonds, en je bent ongeveer een kwartier aan het slapen. Gelukkig is papa niet thuis, want dan was je wellicht nog aan het spelen hier. Rond kwart over acht ben je immers in je bedje gegaan: netjes tandjes gepoetst, slaapzak aan, grote knuffel, en in bed. Amper tien minuten later was je al aan het huilen, en na een paar minuten bleek duidelijk dat je niet zomaar ging ophouden. Ik dus naar boven, maar je maakt er de laatste tijd een gewoonte van om vol overtuiging te zeggen: ‘Wolfje wakker’ en dus nog een half uur tot een uur te mogen spelen. Het resultaat is dat we je dan ’s morgens moeten wakker maken, en dat je overdag ook nog een flink tijdje slaapt. Toch denk ik, nu je bijna twee jaar wordt, dat je misschien stilaan kan overschakelen op niet meer slapen overdag, en dan ’s avonds wat vroeger in je bed. In elk geval mocht ik dus weer naar boven, en ja hoor: je stond recht in je bed, keek me aan met die grote blauwe kijkers van jou, en zei: “Wolfje wakker, niet sjapen !” Dat was buiten je mama gerekend: ik heb je duidelijk gemaakt dat dat niet kon, dat je stout was, en dat kleine jongens moeten slapen. Ik heb je dan, terwijl je bleef brullen, een nachtzoentje gegeven op je voorhoofd, heb je vriendelijk slaapwel gewenst, en gezegd dat ik niet meer terugkwam. Dat was tegen twintig voor negen, en ik maakte me sterk dat ik niet voor negen uur ging reageren. En ja hoor, vijf voor negen viel je al min of meer stil, met af en toe nog een opflakkering. En tegen negen uur was het muisstil. Ik durf alleen niet je kamer binnen te gaan om te kijken of je wel toegedekt ligt, maar eigenlijk geeft dat niet, want je kamer is verwarmd en je hebt een slaapzak aan, net om de reden dat je je altijd blootwoelt. Je wordt namelijk steevast wakker als ik binnen durf te gaan om bv. je verwarming uit te zetten als we gaan slapen, en dan heb je soms moeite om weer in te slapen, met alle gevolgen vandien.

Waar was ik gebleven ? Oh ja, dinsdag 10 januari. De woensdag zijn we samen even naar Sofie en de meisjes gegaan: ik wilde nog wat foto’s aan Sofie geven, en ik had ook een hoop kleren van haar die ik nog moest teruggeven. Meteen wilde ik ook wat kleertjes doorgeven voor Ines. Jij begon meteen te spelen, maar de meisjes waren in een ruziestemming, en waren dus niet de beste speelkameraadjes. Het viel me zelfs op hoe stil je wel was, wellicht omdat je ruzie niet gewoon bent. Uiteindelijk bleef je alleen over, en waren de meisjes respectievelijk boven - op de computer aan het spelen. Heel erg vond je het niet, want je had nieuw speelgoed om mee te spelen. We hebben zelfs heel leuk speelgoed meegekregen: een klein treintje op een baantje, waar verschillende geluiden in zitten. Je hebt er ondertussen echt al veel mee gespeeld.

Vrijdag heb ik je op het gewone uur, zijnde half zes ’s avonds, afgehaald bij Nice, en zijn we samen naar mijn school gereden voor de nieuwjaarsreceptie. Ik had eerst gezegd dat ik niet ging komen, maar je was wonderwel goed gezind, dus ik zag het wel zitten. Ik wou eigenlijk vooral met jou gaan pronken, en dat is me gelukt ook. Alle collega’s waren weg van jou. Je hebt je dan ook, als altijd in gezelschap, voorbeeldig gedragen. Er waren sandwiches à volonté, en ik denk dat jij er drie met paté en eentje met filet américain préparé naar binnen hebt gespeeld. Ik had er natuurlijk niet op gerekend dat we daar zouden eten, en ik had je drinkbeker niet bij. Het resultaat was dat je uit een glas moest drinken, en na verloop van tijd kleddernat was. Er waren een paar van mijn leerlingen aanwezig als vertegenwoordigers van de leerlingenraad, en die waren helemaal weg van jou, en jij van hen, zeker toen je een basketbal in handen kreeg en zij met jou begonnen spelen. Vooral Tom, die jij om een of andere reden Tombie noemde, kon op je bijval rekenen. Iedereen vond je, als altijd, een schatje.

De zaterdag was, voor zover ik het me kan herinneren, lekker rustig, en op zondag zijn we koffie gaan drinken bij oma en opa. Oma vertrok immers de dinsdag erna naar Peru voor vijf weken (opnieuw om er als vrijwilliger te gaan werken als tandarts in Peru) en wilde ons allemaal nog even zien. De taart was heerlijk, en dat vond jij ook, klein smekmormel. Je was eigenlijk vooral enthousiast over het feit dat je nonkels en tantes er ook waren, en vooral dan Roeland.

De week erop was weer vrij rustig, behalve dan dat er weer een paar kakincidenten waren te beleven. Je stoelgang is nog steeds problematisch, om het nog zachtjes uit te drukken. Het gebeurt eigenlijk zelden dat je een normale, vaste kak hebt. Eén keer had ik verschrikkelijk veel geluk dat je geen echte diarree had: om een of andere reden was je luier verschoven of niet goed aan, en je zat naast me in de zetel naar tv te kijken. Ik hoorde aan je ademhaling dat je je broek aan het vullen was, en even later rook ik het ook. Ik wilde je een verse luier aandoen, tilde je op, en toen zag ik het: een mooi pakketje in de zetel ! Blijkbaar had je gewoon naast je luier gekakt en was die zelfs nog proper ! Jijzelf had er al per ongeluk met je handjes ingezeten, dus een grootse kuisoperatie volgde, maar een kwartier later waren zowel Wolf als speelgoed en zetel weer zoals het hoorde. Heh. Er zijn leuker dingen dan dat. Nog een geluk dat je toen niet de stoelgang had als die vrijdagmorgen ! Om half acht wilde ik je uit je bed halen om je je fles te laten drinken in de badkamer en je vervolgens aan te kleden, en bij het binnenkomen van je kamer rook ik het al: een flinke kakbroek. Alleen bleek dat een schromelijke onderschatting. Je bleek serieuze buikloop te hebben - gelukkig zonder de neveneffecten als krampen en zo - en de kak zat letterlijk tot in je haar. Je hele pyama, je slaapzak, het ververskussen, alles… Ik heb onmiddellijk het bad laten vollopen, jou zo goed zo kwaad mogelijk eerst propergemaakt met vochtige doekjes en je daarna gewassen. Je huilde van ellende en wellicht ook het koude water, maar het leed was geleden van zodra je in je warme badje zat: een heerlijke onverwachte traktatie. Het resultaat was uiteindelijk een proper gewassen en geklede Wolf, en een mama die het zonder douche moest stellen en ontbeten heeft in de auto op weg naar school. Heh.
Nice vond trouwens ook dat het de spuigaten uitliep en drong aan op een nieuw staalonderzoek van je kak: vrijwel elke dag moet ze jou na je middagdut vers ondergoed aandoen, omdat alles er gewoon uitloopt. Vorige week kreeg ik echt onder mijn voeten: je had nog maar eens het ganse bed vuilgemaakt, zonder dat je er iets aan kan doen natuurlijk. En op een andere dag die week had je, toen ik je ging afhalen, je reservebroek en -onderhemdje aan, en rook ik bij het aandoen van je vestje alweer iets: ja hoor, je luier was alweer aan het lekken - en nee, het ligt niet aan de luiers, wel de consistentie van je kak - en we hadden geen reservebroek meer bij. Nice heeft me dan maar een plastiekzak gegeven om op de autostoel te leggen, en thuis heb ik je dadelijk dan ververst en verse kleren aangedaan. Arme jongen. Vorige donderdag heb ik een staaltje binnengebracht bij de huisdokter om te laten onderzoeken - volgens de kinderarts is er niks mis, maar dat is quatsch - en als er niks te vinden is, gaat hij me doorsturen naar de kindergastro-enteroloog van het UZ. Dit kan echt zo niet blijven duren, op deze manier kan je trouwens ook niet zindelijk worden.

Vorige donderdagavond was er hier ’s avonds rollenspel, iets wat ik al meer dan tien jaar elke donderdagavond doe. Het is afwisselend bij één van de spelers thuis, en donderdag was het dus bij ons. Jij was nog op toen iedereen hier iets over acht toekwam, maar wilde gewillig in bed een beetje later. Jammer genoeg was je een kwartier daarna alweer aan het brullen, en kwam papa met jou naar beneden. Ik wilde hem laten werken, en nam je dus bij me op schoot. Met grote ogen en dito enthousiasme nam je de tafel in ogenschouw, en besloot dat je de dobbelstenen wel zag zitten. Je luisde ze aan de ene kant van de tafel af van Kim, om ze dan naar Helena aan de andere kant van de tafel te brengen; wat je gelukkig niet doorhad, was dat zij ze boven tafel weer aan Kim gaf, waardoor het spelletje zo’n kwartier doorging met onverminderde inzet. Ondertussen schooide je bij mij om een paar M&Ms, en was je algemeen een gezellig baasje. Een half uur later zwaaide je iedereen slaapwel, en ging probleemloos naar bed. Soms ben je een echt schatje.

Vorige week zaterdag mocht je, zoals altijd in het weekend, ’s morgens bij ons in bed om je flesje te drinken en wat te spelen en te knuffelen. Je had die nacht nogal wat gehuild, en me verschillende malen wakker gemaakt met een nachtmerrie - mijn nachtrust is niet echt gezond te noemen de laatste tijd. Je leek ons nogal rustig in bed, en iets later bleek ook waarom: met een grote gulp kwam de helft van je fles melk terug naar buiten. Jij werd terstond door je papa afgevoerd richting badkamer en ontdaan van alle natte spullen, terwijl mama nog probeerde te redden wat er te redden viel qua beddengoed (en dat viel eigenlijk nogal tegen). In je badje bleek je ook echt wel rustig: je zat nogal bleekjes en aangeslagen te spelen, niet zo uitbundig als anders. Iets later bleek dat je ook koorts had, en slaperig was. Alweer ziek dus. Niets ernstigs deze keer, alleen zaten je ogen voortdurend vol korstjes, en werd je op een bepaald moment ’s nachts al huilend wakker omdat je je ogen niet openkreeg. Je was gewoon futloos en bleek, kijk maar naar de foto’s met je opa. Die is zondag bij ons komen eten, en je was uiteraard wel enthousiast toen je hem zag, maar niet zoals anders. Je wilde voortdurend geknuffeld worden en was ook vrij hangerig. Gelukkig heeft het maar een dag of twee geduurd, en was je daarna weer de gewone Wolf.

De voorbije week was ook weer niks bijzonders, maar zaterdag mocht je naar Omaly en Bompa ! Papa en ik hadden kaarten gekregen van je peter Jeroen voor een optreden van Wouter Deprez, en moesten dus een babysit zoeken. Papa had toen het lumineuze idee om het aan Omaly te vragen: we gingen er toch eten zondagmiddag, dus konden we maar vragen of je er mocht blijven slapen. Ik ben dus zaterdagnamiddag met jou naar Ronse gereden, en jij was vreselijk ongeduldig: zodra je hoorde dat we naar Omaly en bompa gingen, kon het niet snel genoeg gaan. Je hebt me zelfs geholpen met inladen, en we waren amper ter hoogte van de Sterre toen je me al vroeg of we er bijna waren. De hele weg lang heb je geestdriftig verteld over oma en bompa. Plots ontwikkelde zich echter de volgende conversatie:
- “Oma dom”.
- “Wolfje, wat zeg je nu ? Oma is toch niet dom ?”
Nadenkende stilte.
- “Oma beetje dom”.
- “Maar enfin, Wolfje, oma is toch helemaal niet dom, ook niet een beetje !”
Pauze. En dan een klein vragend stemmetje:
- “Oma klein beetje dom ?”
- “Waarom is oma dan dom ?”
- “Boem edaan.”
- “Oh ? Heeft oma boem gedaan ? En waar heeft oma dan wel boem gedaan ?”
- “Kopje”. Met grote stelligheid verkondigd.
- “Oei ? En dan ?”
- “Veel pijn.” Stilte. “Wolf kusje geef, nie pijn !”
En daarmee was voor hem de kous af, en ik zat te gieren achter mijn stuur.

Verder wil ik je ook nog een hoop losse dingen vertellen waar ik echt geen datum (meer) kan opkleven, maar die ik je toch niet wil onthouden.

* ik heb je blijkbaar met een eerste trauma opgezadeld, kleine muis :-/ Toen je in de kerstvakantie zo ziek was, moest ik regelmatig je koorts meten om te zien of ik je geen koortswerend middel moest geven. Ik héb het geprobeerd via je oksel, maar je zit geen second stil en vindt het ook totaal niet leuk, zodat ik echt geen zuivere waarde kreeg (tenzij je plots amper 34.6° had). De enige afdoende methode is dus rectaal, en je schreeuwt moord en brand. Pijn kan het niet echt doen, want het is zo’n dun flexibel rubberen dingetje, maar ik kan me wel voorstellen dat er leuker dingen zijn. Je ligt dan hartverscheurend te huilen en te wriemelen tot het ding piept, en je geïntrigeerd stilvalt om de oorzaak van het gepiep te bekijken.
De eerste dagen na de kerstvakantie ontkende je steevast dat je kaka had gedaan, ook al was de bewijslast voor mijn neus onmiskenbaar. Je spartelde telkens tegen als ik je dan toch meenam naar de keuken voor een verse luier, tot ik plots te weten kwam waarom: met een angstige blik in je ogen keek je me aan en zei: “Nie pieppiep ! Nee mama, nie pieppiep !” Pas toen ik je geruststelde en zei dat ik de pieppiep niet ging gebruiken, stopte je met huilen en lag stil. Arme jongen. Je hebt blijkbaar een doodse schrik van de koorsthermometer opgedaan… Zelfs nu durf je het me soms nog vragen, en we zijn al een paar weken verder.

Heh, je bent weer wakker, kleintje: af en toe hoor ik je iets zeggen via de babyfoon, en ik hoor ook het gebonk van je ijzeren bedje tegen de vloer, wat erop wijst dat je ofwel vreselijk ligt te woelen, ofwel rechtstaat in je bed. Ik hoop dat je weer rustig in slaap valt, kleintje, zodat ik nog een uurtje verder kan schrijven.

* Het nieuwste spelletje bij ons in bed is het maken van huisjes. Papa en ik moeten dan met onze respectieve donsdekens huisjes maken, waar jij dan al giechelend inkruipt. Soms moet ik erbij komen in het huisje van papa, soms kruip jij van het ene naar het andere. In elk geval komt er een hoop plezier en gelach bij kijken. Je houdt wel van die weekendochtenden in onze kamer: je doet de nachtlampjes aan, zet de wekkerradio’s aan (en verprutst ondertussen meestal alle instellingen, wat er al voor gezorgd heeft dat ik me op maandag overslapen heb en te laat was op school, sloeber) en loopt op je blote voetjes van de ene kant van het bed naar het andere. Af en toe kruip je dan weer dicht tegen me aan onder de dekens om op te warmen, en duwt dan, gierend van de voorpret, je ijskoude voeten tegen mijn warme billen aan, waarop ik uiteraard diepe zuchten en hoge gilletjes slaak en uitroep dat dat ijskoud is, wat de pret alleen maar verhoogt natuurlijk. Die zaterdag- en zondagochtenden zijn gewoon heerlijk, snoetie :-)

* Wat die koude voetjes betreft kan ik je nog iets vertellen: als we ’s avonds na het eten je pyama halen, beklim je niet meer zelf de trap. Niet dat je dat niet kan, hoor, maar je stapt dan van de heerlijke warme vloer op de koude tegels in de hal (daar zit geen vloerverwarming meer), zegt dan ostentatief: “Oeh, koude voetjes, mama pakken !” en steekt je armen uit naar mij. En wie ben ik dan om mijn zoontje dat te weigeren ?

* Je wast bijzonder graag af, liefje. Als je ziet dat papa of ik aanstalten maken om aan een afwas te beginnen (een echte, niet zo’n kleintje waarbij we enkel je flesje moeten afwassen), sleep je vol enthousiasme een stoel naar het aanrecht, klautert erop, en begint in het water te spelen. Gelukkig doe je dat heel voorzichtig, want we waarschuwen je telkens opnieuw dat het water heel heet kan zijn. Je dopt dan heel zachtjes één vingertje in het water en trekt dat snel terug, en trekt pas dan je conclusies. Als de temperatuur ok is, wil je het liefst zelf proberen afwassen met een vod, net zoals mama en papa dat doen. Het is misschien wel heel lief dat je wil helpen, kleine mol, maar oh zo onpraktisch: alles is natgespat, jij niet in het minst, en je staat verschrikkelijk in de weg voor wie zelf deftig wil afwassen. Ook de afwasmachine ken je ondertussen: je helpt me vaak om ze uit te legen, en ik hou telkens opnieuw mijn hart vast als je de borden eruit haalt en aan mij geeft. Ondertussen weet je ook al hoe je ze moet opvullen, en weet je waar de verschillende soorten borden moeten zitten. En oh wee als ik afwijk van het geijkte stramien !

* Een ontwikkeling die ik eigenlijk niet zo leuk vind, maar waar niet veel aan te doen is: je wil niet eten ’s morgens. In het weekend wel, maar dan hebben we eerst al een half uur gespeeld, ben je in bad geweest, en is het sowieso een pak later. In de week gaat alles een stuk vlugger: je drinkt je fles melk leeg bij ons in de badkamer terwijl papa doucht, ik kleed je aan, en op een kwartiertje sta je beneden. Het is wellicht een combinatie van het vroege uur en de 300 ml melk die je net hebt gedronken, maar zelfs een stukje peperkoek kan je ’s morgens niet meer bekoren. Ik denk dat je dan in de loop van de morgen nog wel iets krijgt van Nice, want bij ons lukt het echt niet. Jammer, het ontbijt is zo belangrijk.

Ondertussen slaap je trouwens nog steeds niet (het is al na elven, schrijven neemt veel tijd in beslag) maar lig je voortdurend te babbelen. Daarnet had je het plots over water drinken, en daarop hoorde ik de woorden: “Koekje. Lekker !” Wellicht ben je gewoon aan het spelen met je beren in je bed, het licht moet tegenwoordig toch aan blijven. Je werd de laatste tijd vaak wakker midden in de nacht, en begon dan hartverscheurend te huilen. Het heeft me een paar nachten slaap gekost, maar uiteindelijk ben ik erachter gekomen dat je bang bent geworden in het donker: sedertdien laat ik, als je dat wil, je nachtlampje branden, en je slaapt een pak beter. Soms mag het lichtje uit, ik weet niet waar het precies aan ligt, maar meestal moet het aan blijven. Bizar.

* Vorige week heb ik gemerkt dat een van je kleintje-tuten het echt heeft begeven: dat zijn nog steeds je allereerste tuutjes, en ondertussen dus bijna twee jaar oud. Uit hygiënisch standpunt hadden ze al lang vervangen moeten worden, maar je kan er zo moeilijk afstand van nemen. Ik vertelde het aan Nice, en die zei dat ik echt geen nieuwe kleine tuutjes mocht kopen, omdat die zo slecht zijn voor je tanden. Ik ben daarom met jou naar de apotheker gegaan, en heb twee nieuwe tuutjes gekocht. Eentje exact zoals een van je beginnerstuutjes, en het andere heb je zelf mogen kiezen. Het is een rood exemplaar geworden met een donkerblauwe ring, en je bent er maar wat trots op. Aan die tuten hangt er geen koordje, dat zijn dan ook de slaapexemplaren. Je merkt wel het verschil, maar die kleine tuutjes zijn nu echt wel op.

* Een nieuwe ontwikkeling in de laatste paar weken zijn je woede-aanvallen. Het schijnt typisch te zijn voor je leeftijd, maar daarom nog altijd niet fijn. Het is begonnen een paar weken geleden midden in de nacht. Zoals zo vaak werd je huilend wakker, en nam ik je uit je bedje. Doorgaans volstaat het om je even mee te nemen naar de keuken, je wat te laten drinken, en je dan weer in je bed te leggen. Dan slaap je rustig verder, met wat geluk tot ’s morgens. Die nacht echter, van zodra ik de deur sloot, begon je opnieuw te huilen. Ik gaf je opnieuw je tuutje, stopte je weer in, en ging terug naar bed. Ik lag amper neer toen je weer begon te huilen, of zeg maar brullen. Ik je maar opnieuw uit je bed gevist, en naar beneden. Daar heb je een vijftal minuutjes bij me in de zetel gezeten, bij het flauwe licht van de straatlantaarns. Je was heel rustig en lief, en lag bijna in slaap. Zodra ik je echter weer in je bed wilde leggen, zette je het weer op een brullen. Om half vier ’s nachts zijn er leuker dingen, zodat ik besloot je bij me in bed te nemen. Je nestelde je tegen me aan, en sloot je ogen. Een tiental minuten later wilde ik je weer in je eigen bed leggen, maar opnieuw ging die keel open. Zucht. Deze keer werd ook papa wakker, en vertwijfeld legde ik hem uit dat ik je maar niet stil kreeg, en dat ik je net in je bed had gelegd en van plan was je even te laten brullen. Na een paar minuten kon hij het gekrijs echter niet langer aanhoren, en ging naar je toe. Ik hoorde papa tegen je bezig, maar het gekrijs ging onverminderd door. Toen ik even later zelf poolshoogte kwam nemen, zat papa rustig in het zeteltje dat in je kamer staat, en was jij aan het stampvoeten en het brullen en rond aan het lopen in je kamer. Af en toe kwam je heel even bij ons voor een knuffel, maar wilde dadelijk weer weg, dit alles begeleid door een intens gebrul en gekrijs. Ik denk dat het een half uur heeft geduurd vooraleer je wilde kalmeren, en toen heb je braafjes geslapen.
Sinds die eerste woedebui heb je er nog zo’n paar gehad, zoals bijvoorbeeld gisteren rond half twaalf ’s avonds. Papa en ik wilden eigenlijk gaan slapen, maar jij was beginnen huilen, ik had je even uit je bed gehaald om je iets te laten drinken, en toen was je beginnen brullen. Fijn. Opnieuw heeft dat een behoorlijk tijdje geduurd, en er zit niks anders op dan je te laten doen.
Vorige week woensdag heb je me dat trouwens ook gelapt. Ik had afgesproken om met jou tot bij Faust te gaan om daar koffie te gaan drinken, en ik dacht dat dat zo rond half vier zou geweest zijn. Jij zat echter pas tegen twee uur in bed. Om half vier lag je nog steeds te slapen, zodat ik Faust even verwittigde dat het wat later ging zijn. Geen probleem, zei hij. Om half vijf vond ik het echter welletjes, ook al omdat ik wilde dat je ’s nachts nog ging kunnen slapen. Je sliep echter nog diep toen ik je wakker ging maken, en je was het helemaal niet eens met de gang van zaken: je zette het weer op een brullen. De eerste tien minuten zag ik het al lachend aan, en toen nam ik de telefoon om Faust te zeggen dat het nog eventjes kon duren, en dat het echt aan mij niet lag. Hij kon me amper verstaan door jouw gebrul, ik moest echt in de keuken gaan. Ik denk dat je het ongeveer een half uur hebt volgehouden, waardoor het kwart over vijf was vooraleer we bij Faust aanbelanden. Daar heb je je vieruurtje (what’s in a name) gegeten en een paar koekjes, en heb je de woonkamer verkend. Al bij al vond ik het best gezellig en was jij opnieuw een lief jongetje.
Ik ben alleen je tuitbeker vergeten bij Faust. Gelukkig waren papa en ik al begonnen om je te leren drinken uit een bekertje (glaasje, om het verschil te maken met je beker), maar je haalde daar geen debiet mee en morste nogal vaak. Nu zat er niks anders op dan uit een glaasje te drinken. Bij het avondeten vroeg je naar je beker, maar ik bekende beteuterd dat ik je beker kwijt was, dat ik hem niet meer vond. Jij keek me verwijtend aan, en zei: “Mama dom.” Daarmee wist ik het ook weer. Je bent zelf nog gaan zoeken, vruchteloos uiteraard. Ondertussen zijn we een week later en vraag je er niet meer naar. Gelukkig.

Poeh. Zo’n lap tekst, kleintje ! Er zijn nog dingen die ik je wil vertellen, maar dat zal voor een andere keer zijn, het is ondertussen half twaalf en bedtijd voor je mama.

Slaapwel, mijn liefje !

Zieke mannen

Gecategoriseerd onder: Feest, Logeren, Ziek — Mama om 7:56 pm op Tuesday, January 10, 2006

Ik heb de kerstvakantie even aan me laten voorbijgaan, Wolf: ik had het zo druk met je papa die eigenlijk twee weken ziek is geweest, en jij die ook een paar dagen vrij hoge koorts had. Genoeg te doen dus.Die dinsdagavond heb ik nog met oma gebeld, en gevraagd of jij niet een paar daagjes mocht gaan logeren, zodat ik wat werk gedaan kreeg, en papa wat ongestoord kon uitzieken. Ze pruttelde eerst een beetje tegen voor de vorm, maar ik mocht je toch woensdagvoormiddag brengen. Jij zag dat wel zitten: lekker spelen met oma en opa en Kaneel.

Het relaas van die dagen laat ik aan je grootvader: hij schrijft schitterend, en heeft het allemaal zelf meegemaakt.

Vrijdagnamiddag lag er een dik pak sneeuw en lag het behoorlijk glad, maar toch ben ik je gaan ophalen in Zomergem. Eerst ging ik pas na de middag komen, maar oma en opa hadden me naar het middagmaal gelokt met de belofte van heerlijke duifjes met appeltjes in de oven. Gelukkig lag jij alweer te slapen, toen wij moesten eten, zodat het een rustig middagje werd. Toch had ik nog het een en het ander te doen, en vooral: het ging beginnen regenen op een bevroren ondergrond, wat niks goeds voorspelde voor wie nog op de baan moest. Ik heb je dan ook wakker gemaakt tegen een uur of drie, en meegenomen naar huis. Die avond had ik normaal gezien kerstfeestje met het koor, maar dat heb ik afgelast wegens het weer en de daaraan verbonden verplaatsingsrisico’s. Jij vond dat niet erg: mama was lekker thuis !

Zaterdag zijn we dan uitgebreid gaan shoppen: eerst naar de Lidl voor basisproducten, dan naar de Delhaize voor de kreeften en andere goodies, en in de namiddag nog naar de Stock City om een kreeftenset (tang en vorkjes) te halen. De tiramisu heb ik gemaakt terwijl jij lag te slapen na de middag, en het voorgerechtje ging Sofie voor haar rekening nemen. We hebben die avond dus oudejaar gevierd met Sepp, Sofie en hun drie dochtertjes, tot jouw groot jolijt. Eventjes had ik schrik dat we het gingen moeten annuleren, want papa was weer behoorlijk ziek. Vrijdag was het wat beter geweest, maar zaterdag lag hij weer de hele dag in de zetel, en heb ik zelfs de dokter laten komen. Jij kende het intussen al: ‘Shhh, papa zjiek !’ Dat belette je niet om toch voortdurend in de zetel te kruipen en hem alle mogelijke dingen te vragen, tegen hem te babbelen, en vooral ook over hem heen te kruipen. Eén keertje moest ik hem iets vragen, en vroeg ik jou om hem een lief kusje te geven. Je ging met stralende oogjes naar hem toe, kroop in de zetel, en gaf hem een heel lief klein kusje op zijn neus, waarna je fluisterde: “Papa ?”
Rond half acht waren we dan toch bij hen, en de meisjes eisten jouw hele aandacht op. Je mocht wat meesnoepen van de zoute koekjes, kreeg dan je fles, een pyama aan, en dan mocht je samen met de meisjes je tanden poetsen in de keuken. Nooit geweten dat tanden poetsen zo leuk was :-) Probleemloos ging je daarna in het bedje op Ines’ kamer, al ben je wel een paar keer wakker geworden, om diverse redenen. Meestal moest ik je dan gewoon eventjes bij me nemen, je kalmeren en dan weer in je bedje leggen. Tegen een uur of twee ’s nachts waren we dan thuis. Zoals altijd moest ik je wakker maken om je in de auto te zetten, maar wilde je in de auto zelf niet slapen. Thuis lag je dan ook nog eventjes te kletsen in je bedje !
Toch was je om half acht al wakker, maar heb ik je kunnen overtuigen om toch nog wat langer te slapen. Het feit dat het buiten nog donker was, was een vrij overtuigend argument. De rest van de dag hebben we rustig geluierd en karweitjes gedaan.

Maandag na je middagslaapje heb ik dan nog maar eens al je spulletjes in de auto geladen, en zijn we met ons tweetjes naar Ronse gereden bij Omaly en Bompa. Daar hebben we eerst respectievelijk een vieruurtje/petits fours gegeten, en dan zijn we voor jouw nieuwjaar naar Ronse naar een hele chique kinderwinkel gereden. Ik dacht dat maandag de solden al begonnen, maar dat bleek pas dinsdag te zijn. Toch deed de winkeldame er niet moeilijk over, en heeft ze ons al de korting gegeven. Het resultaat mag er dan ook zijn: een hele mooie winterjas voor volgend jaar, een broek, een pull van Tommy Hilfiger en een trui van Disney, en een hele toffe bruine bivakmuts. Die muts is het enige dat je nu al kan dragen, en je draagt ze blijkbaar graag.
Na het winkelbezoek ben ik naar huis gereden, en bleef jij met bompa spelen. Woensdagavond heeft hij je dan terug naar huis gebracht, en je zat weer vol verhalen over de klok, de kippen, bompa… Jammer genoeg had je ook een hoestje meegebracht, maar het leek echt niet erg.

Toen je donderdagmorgen uit je bedje kwam, bleek die hoest een heel pak erger geworden. Aangezien je nog steeds fris en vrolijk door het huis rondhopste, maakte ik me geen zorgen. We zijn zelfs nog samen met de buggy kleertjes voor jou gaan kopen in de solden. Voor een goeie honderd euro heb ik vier pyama’s (twee zomer, twee winter) vier paar kousjes, twee onderbroekjes, een dubbele T-shirt met lange mouwen, een pulletje en drie leuke grijze broeken, allemaal voor volgende winter. Jij amuseerde je wel in de winkel: je liep tussen de rekken, klauterde een paar trappen naar de nooduitgang op en af, speelde met de knuffels die aan een rek hangen, en bekeek alle passerende mensen grondig. Er was eventjes paniek toen je beertje verdwenen was, maar het zat netjes tussen de andere knuffels, te spelen, zoals jij zei.
De zorgen over je gezondheid kwamen er pas toen je na de middag nauwelijks geslapen had door het voortdurende hoesten, ondanks de hoestsiroop, en toen je zó hard moest hoesten dat de helft van je vieruurtje er weer uitkwam. Omdat je ook warm aanvoelde, nam ik even - zeer tegen je zin - je koorts: 39,4°. Tsja. Een poepsnoep tegen de koorts dan maar zeker ? Omdat dat hoestje me niet zinde en ik al een slapeloze nacht zag aankomen, zijn we toch even samen naar de dokter gegaan die avond. Die wilde je uiteraard onderzoeken, en ik zette je op de onderzoekstafel, waarop je spontaan ging liggen en naar hem keek. Je vertrouwde het niet helemaal, maar het feit dat mama bij jou was en blijkbaar geen gevaar zag, stelde je gerust. Je vond wel dat de stethoscoop verschrikkelijk koud aanvoelde, maar hoestte braafjes toen ik je dat vroeg. Je liet ook probleemloos in je oren kijken, al wilde je dat lampje daarna wel even zien. Daarop wilde de dokter in je mond en keel kijken, en begon met je beertje tegen je gezicht te leggen en te zeggen dat hij iets wilde doen met dat beertje. Wij beiden begrepen er eerlijk gezegd niks van, en ik zei tegen Tim dat hij geen kindertrucs moest gebruiken, maar jou gewoon moest uitleggen wat hij ging doen en wat hij wilde. Daarop zei hij tegen jou dat hij in je mond wilde kijken, en hij hoefde niet eens te vragen om je mond open te doen, want dat deed je spontaan al. Je zei zelfs heel braafjes aaaa waar nodig, alleen dat stokje was minder leuk. De diagnose luidde: een lichte laryngitis. Met antibiotica wilde hij liefst nog even wachten, maar hij schreef wel een hoestsiroop op basis van thijm voor, die dat keelhoestje wel zou verminderen. Omdat het net ietsje voor zeven was, belde hij snel naar de apotheker met de vraag of we nog om die siroop mochten komen. Delphine vond het uiteraard geen probleem, maar vroeg wel om even te bellen omdat de deur al gesloten ging zijn en zij Marthe eten ging geven. Even later stonden we in de keuken bij haar te kijken naar een goedlachse, knabbelende Marthe in haar stoel. Victor (geboren begin november) hebben we nu nog steeds niet gezien: hij lag al in zijn bedje, en een eerder gepland bezoekje had ik al eens moeten afzeggen omdat jij een grote verkoudheid had en ik het risico op besmetting niet wilde lopen. Ze had wel een prachtige, uitvergrote foto hangen van hem, gemaakt door een blijkbaar prima fotograaf. Nu wachten tot we allebei even tijd hebben, en vooral iedereen gezond is, en ik kan eindelijk het kadootje gaan afgeven.
Die avond ging ik roleplayen, en papa vertelde me dat jij het hele doktersbezoek heb nagespeeld: met een stokje wilde je in de mond van je beertje kijken, en je zei hem dat hij moest aaaa zeggen en dat hij moest hoesten. Heh, ik vind het wel leuk dat je zo stilaan fantasie begint te krijgen, en met je beertje begint te spelen.
Daar ben je trouwens onafscheidelijk van, in die mate zelfs dat ik er nu al vier heb. Bij het hoesten vrijdag had je overgegeven op je beertje, en daarop heb ik je een splinternieuw gegeven, en gezegd dat die lekker zacht was. Je vindt het dus helemaal niet erg dat er verschillende beertjes in omloop zijn, zolang je er maar eentje hebt. Je hebt zelfs staan kijken hoe ik twee andere beertjes heb gewassen en te drogen heb gelegd. Nu ga je wel bij iedereen langs om te tonen hoe zacht je beertje wel is: je wrijft dan zachtjes langs hun kaak, en zegt zelf al: ‘Ahhhh’ :-)

Zaterdag was alweer karweitjes- en speeldag, en zondag zijn we naar Omaly gereden om daar te nieuwjaren. Je hebt een heel mooi cadeautje gekregen van je peter Koen: een houten doos met zitdeksel, met daarin een houten puzzel, een hoop letterblokjes, gewone houten blokken, een klein kralending, en vooral ook houten staafjes die je met een hamertje doorheen een blok moet kloppen. Ik weet niet hoeveel keer je dat ding ondertussen al hebt uitgeleegd, maar het blijft een fijne bezigheid. Met je hamertje heb je al op zowat alles geklopt, inclusief de kat die dat niet zo erg op prijs stelde.
Je hoest was tegen dan zo goed als verdwenen, en na drie dagen minderde de koorts ook sterk, gelukkig maar.

Gisteren mocht je dan voor het eerst na veertien dagen weer naar Nice, en je had er al zin in: je had het bij het aankleden voortdurend over Dante en Sam, en ook ginder ging je dadelijk spelen. Gisterenavond heb ik je niet meer gezien: na zeven uur lesgeven volgde er nog oudercontact van vijf tot - de facto - kwart voor tien. Toen ik thuiskwam, zei papa dat jij nog maar een kwartiertje in je bed lag. Je was echt vervelend geweest: je wilde niet ’sjapen’, maar huilde voortdurend zodra er iets niet lukte of er iets verkeerd ging, wilde voortdurend aandacht, was hangerig… Arme papa !

Vandaag had je ook wat die neiging, maar probeerde ik daar meteen korte metten mee te maken. Toen ik je ging afhalen bij Nice, was je nog zeer enthousiast, maar ook al een beetje huilerig. In de winkel deed je op een bepaald moment ronduit lastig, maar je zweeg toen ik heel even mijn stem verhief. Een schelletje vlees bij de slager deed ook wonderen, wat me deed vermoeden dat je misschien wel eens honger kon hebben. Het is trouwens hilarisch hoe je je gedraagt in de winkel: al bij het binnenkomen begin je over het vleesje dat je wil hebben, en ik moet steevast een paar keer herhalen dat je wat geduld moet hebben. Als we voor de slagerij staan, ben je doorgaans het liefste kind dat er bestaat: je weet dat je alleen maar iets krijgt als je braaf bent. Vandaag zei ik dat je het lief moest vragen aan de mevrouw, waarop je een gigantische hoop gebrabbel uit je botten sloeg, en eindigde met ‘vleesje dankeblief’. Ze moest lachen, en je kreeg je ‘vleesje’.
Thuis wilde je eerst niet eten, maar werd ongelofelijk hangerig en vervelend. Toen ik je dan toch een boterham met paté voorschotelde, had ik net genoeg tijd om snel een tweede te smeren, waarna nog anderhalve boterham met choco volgde. Daarna volgde het rituele halen van de pyama, de afwas, het flesje, en toen was het quasi acht uur en ging je in je bed.

Daarnet (rond negen uur) was je weer even wakker: je wilde niet meer slapen, zei je, maar dat kon niet, vond ik. Ik stelde wel vast dat je een vuile broek had, en nam je mee naar beneden om je een verse luier aan te doen. Je kreeg wel duidelijk de waarschuwing dat je daarna opnieuw moest slapen. Met een heel lief stemmetje vroeg je of je niet in de zetel naar de tv mocht kijken, maar aangezien ik dit verslagje aan het schrijven was, stond die niet aan. Je drong dan ook niet langer aan, kreeg een verse broek, mocht nog wat water drinken - “Nee Wolf, je beker mag niet mee naar boven” - en ging zonder protesteren weer slapen. Heh.

Oh, en we blijven het af en toe proberen met je potje: deze vakantie ging je netjes op je potje zitten, telkens ik je luier ververste. Eén keertje is het ook probleemloos gelukt: een mooi plasje en dito klein kakje. Je hebt er wel bij zitten schateren, want ik was de gekste geluiden aan het maken :-p Maar meestal zeg je zelf heel gedecideerd: ‘Wolfje niet potje, Wolfje pipi in pamper !’ Ik weet nog niet goed hoe ik je van het tegendeel moet overtuigen, maar we hebben wel nog wat tijd. Ja toch ?

Gecategoriseerd onder: Buiten spelen, Feest, Logeren, Op stap, Taal, Ziek — Mama om 8:06 pm op Tuesday, November 29, 2005

Eindelijk, mijn kleine snoetje, eindelijk. Hoe drukker ik het heb, hoe minder tijd ik heb om hier iets te schrijven, en toch is er veel gebeurd. Veel dingen kan ik me niet eens meer herinneren, reden genoeg om kwaad op mezelf te zijn dat ik niet eerder heb geschreven.

Dinsdag acht november herinner ik me nochtans duidelijk: papa was voor opleiding in Leuven, en ik had klassenraad en had er geen idee van hoe lang die ging duren. Ik wou het risico niet lopen dat het later werd dan half zes (het uur waarop ik je ten laatste moet ophalen bij Nice), en vroeg aan Anaïs of zij wilde babysitten. Dat was geen probleem, en gelukkig zag ze het zelfs zitten om je op te halen met de buggy. Ik had het al ’s morgens aan Nice verteld, zodat ze je met een gerust hart aan een wildvreemde kon meegeven. Toen ik tegen kwart over zes thuiskwam, zaten jullie rustig te spelen in de zetel, en deed jij een vlinder na: je had er zelf voor uitgevonden dat die ‘wieeeeeeeeeeeeeeeee’ deed, terwijl je met je kopje schudde en omviel van het lachen. Ik ben echt blij, Wolf, dat ik een goeie babysit heb gevonden, en dat jij haar ook zo leuk vindt.

Belangrijk was natuurlijk de trouw van je peter Jeroen met Delphine. Mama en papa moesten de hele dag mee: suite, kerk, koffie, receptie, en avondfeest natuurlijk. Daardoor kon jij uiteraard niet mee met ons: je bent gewoon nog te klein, zelfs om bruidkindje te zijn. Margot en Maud hebben die taak dan maar op zich genomen, met Delphines neefje Benoit. Toch wilden Jeroen en Delphine je echt wel graag zien op hun huwelijksdag, en zouden ze zeer graag op de foto zijn gegaan met jou. Ik heb dan maar heel liefjes gevraagd aan Omaly en opa Jeroom of zij het niet zagen zitten met jou naar de receptie te komen: ze waren hoe dan ook uitgenodigd, en dan hadden we jou meteen erbij. Gelukkig stemden ze toe, en ik was al aan het denken over de kleertjes die je mocht aantrekken. Vorig jaar heb ik in de solden prachtige kleren gekocht: een bruine broek van P’tit Filou, een zwarte rolkraagtrui, en een donkerbruin hemd met minieme gouden spikkeltjes. Ik zag je al meteen in die kleertjes, maar toen ik je de woensdag vóór Jeroens grote dag even liet passen, bleek alles nog veel te groot te zijn ! Ik heb je ’s namiddags dan maar in de auto gezet en we zijn om kleertjes gegaan. De baby- en kinderwinkel in Mariakerke was tot mijn grote verbazing gesloten op woensdag, en dus zijn we dan maar doorgereden tot de BBKS, de winkel waar ook jouw babylijst lag. Hun kleren zijn wel allemaal merkkledij en daardoor pokkeduur, maar ik wist zo gauw geen andere winkels meer in de buurt, en daarbij, Omaly had me gezegd dat zij jouw kleren ging betalen als Sinterklaascadeautje. Lief, he ?
Binnen in de winkel was je het liefste jongetje ter wereld: je ging netjes spelen met een grote berg kussens terwijl ik kleren uitzocht, en je kwam me af en toe iets brengen, of gewoon even kijken wat ik aan het doen was. De verkoopsters waren vol lof over jou. Uiteindelijk koos ik een donkerblauwe jeans met rode stiksels van MacGregor, een prachtig rood glanzend hemd van IKKS, en een helderrood vestje met kap van Timberland. Gecombineerd met een zwart rolkraagtruitje van de H&M zag het er perfect uit ! Ik vroeg je om even bij me te komen om te passen, en heel gehoorzaam kwam je aangestapt en liet je je op de toonbank zetten. De winkeldame geloofde haar eigen ogen niet: zonder sputteren trok je de kleren aan en weer uit, lachte haar toe, en vertelde honderduit. De meeste kinderen zijn blijkbaar een nachtmerrie als het op kleren passen aankomt ! Bij het weggaan zwaaide je nog even, en ging dan welgezind opnieuw de auto in.
En ja hoor: iedereen was wég van je outfit op de receptie ! Ik denk dat je nieuwe haarstijl er ook wel voor iets tussenzat: toen we je in de voormiddag afzetten bij Omaly, zag je er nog heel braaf uit, maar nadat peter Koen en tante Else je even onder handen hadden genomen, had je een heel hip kuifje boven je knappe rode kleren ! Je was echt al een gans ventje, en absoluut geen baby meer ! Op de receptie liep je parmantig rond tussen het vele volk, maar wilde toch vooral op onze arm zitten zodat je meer kon zien. Voor mij was dat wel een probleem, want ik was de avond voordien door mijn rug gegaan, en had zelfs moeite met zitten. Na een uurtje namen oma en opa je weer mee naar huis. De drukte had ervoor gezorgd dat je echt wel moe was, en je bleef bij hen slapen. Je wist wel al dat je de volgende morgen stil moest zijn, want ook Koen en Else bleven slapen: ze vonden het te gek om ’s nachts nog terug naar Brussel te rijden, om dan de volgende morgen opnieuw naar Ronse te rijden om te komen eten. Je hebt nog wel een paar andere dingen van hen geleerd: Tom Boonen ! Je haalt bij het fietsen eerst een grote snelheid, en dan steek je je armen in de lucht en roept: “Tom Boonen !” Ik heb me slap gelachen toen ik je dat de eerste keer zag doen: hilarisch gewoon ! Je bent een heerlijk ventje, Wolf !

De maandag daarop is oma (van de waai) alweer naar Wondelgem gekomen: papa had een vergadering die avond, en ik had oudercontact. Zodra je haar zag, werd je wildenthousiast :-) en vond ik het al helemaal niet erg om te moeten vertrekken: je was in goede handen. Ik weet eigenlijk nog steeds niet wie er het zotst is van wie: jij van je oma, of oma van jou ! Ik was wel een stuk vroeger dan voorzien thuis omdat mijn rug me dooddeed, maar jij lag al lekker in je bedje. Dankjewel, oma !

Dinsdag waren wij tweetjes alleen thuis omdat papa op opleiding was in Leuven, zoals elke dinsdag, en woensdag was papa alleen met je thuis, omdat ik een extra repetitie had van het koor.
Donderdag ben ik met jou naar de kinderarts geweest: je stoelgang is nog steeds absoluut niet zoals het hoort ! Het was een heel tijdje een pak beter, sedert je geen koemelk meer krijgt, maar de laatste tijd is het weer slappe kost. De dokter verklaarde je voor de rest prima gezond, 84 cm en 12 kilo, en nam een staaltje van je kak ter analyse. Hij maakte zich evenwel niet veel zorgen omdat je zo gezond bent, absoluut niet te mager of zonder energie, en echt een blije peuter. Toch ging hij iets laten weten, als er iets scheelde. Ik heb hem tot op vandaag nog steeds niet gehoord, maar ik ga toch zelf eens bellen. Ik was trouwens apetrots op jou die avond ! Je ging heel gehoorzaam zitten, en liet je probleemloos uitkleden door de doktershulp. Toen de dokter je onderzocht, op je buikje duwde, met zijn koude stethoscoop naar je adem luisterde en in je oren keek, gaf je geen kik. Je keek me alleen met grote ogen aan, maar ik stelde je gerust en je vertrouwde me duidelijk. Toen ik je vroeg om je tong uit te steken zodat de dokter even in je keel kon kijken, deed je ook dat zonder protesteren. De dokter stond versteld, zei hij. Hij had nog zelden zo’n rustig kind bij zich gehad. Je liet je ook rustig weer aankleden, en kwam daarna bij mij. Toen vond je dat je eigenlijk lang genoeg had stilgezeten, en ging op verkenning doorheen de praktijkruimte. Eerst pakte je een grote Winnie van een stoeltje in de hoek, sleepte dan het stoeltje tot bij mij en ging naast mij zitten, en kwam dan met nog een beertje aandraven dat je van de vensterbank had geplukt. Dit alles ging gepaard van een hoop enthousiaste commentaar, wat de dokter de opmerking ontlokte dat je al even goed kon babbelen als je mama. Tegen dan had ik alle formaliteiten zoals betaling en dergelijke afgewerkt, en vroeg ik je om je stoel terug te zetten en de Winnie er terug in te zetten. ‘Ja mama’, zei je, nam de stoel, en deed wat van je gevraagd werd. Toen je daarna ook het kleine beertje terug op de vensterbank zette zoals ik vroeg, schoot de dokter al helemaal in de lach, en zei dat hij zoiets nog nooit had gezien. Ik denk dat ik een meter groeide van trots, kleine muis ! Toen je even later parmantig en stevig ingepakt ‘Dag meer’ (meneer) zei en buiten wandelde, hoorde ik hem achter me lachen, en ik deed eigenlijk hetzelfde. Je bent een eigenwijs mormeltje, Wolfje van me !

’s Avonds had ik roleplay bij ons thuis, maar maakten we iets teveel lawaai voor jou om te kunnen slapen. Na enige moeite lukte dat uiteindelijk wel, gelukkig. En de vrijdag was nog maar eens speciaal voor jou: deel twee van het huwelijksfeest van Jeroen en Delphine ging door in Zomergem. Papa en ik moesten opnieuw present zijn in vol ornaat, en Else had aangeboden om te babysitten. Blijkbaar hebben jullie rustig gespeeld, en ben je op een aanvaardbaar uur zonder veel protest in je bed gegaan. Dank je, Else !
Ook het weekend was weer anders dan normaal: het koor waar ik sinds september in zing, zat in de halve finale van Het Koor van het Jaar, een prestigieuze koorwedstrijd, en daarom moesten we de hele dag naar Leuven. Eerst camerarepetities, en dan ’s namiddags de eigenlijke wedstrijd met proclamatie. Dat betekende dat ik weg was van half tien ’s morgens tot acht uur ’s avonds, en dat je de hele dag bij papa was. Jullie zijn gezellig samen boodschappen gaan doen, heb ik gehoord. We zongen zodanig goed dat we in de finale zijn geraakt, waardoor ik ook nog eens de hele zondag naar Leuven moest, van half één tot middernacht. Gelukkig had ik dat half en half voorzien, en mocht je de dag doorbrengen bij Roeland en Sarah, zodat papa ook nog wat rust kreeg. We hebben wel erg lang geslapen: het was half tien toen we wakker werden, en een half uurtje later stonden Roeland en Sarah bij ons met boterkoeken en croissants. Hij is duidelijk je favoriete nonkel: je wilde die ochtend totaal niet uit je badje, tot je hoorde dat Roeland en Sarah gingen komen: je kon er niet snel genoeg uit zijn ! ’s Namiddags mocht je met hen op babybezoek en daar pannenkoeken eten, en nu nog spreek je soms van ‘Mooie Nina’ :-) Soms vraag ik me af wat iedereen je nog meer wijsmaakt dat papa en ik nooit te weten komen…

Vorige week was gelukkig lekker rustig, zodat we allemaal, jij incluis, even op adem konden komen en terug in ritme kwamen. Woensdag heb je lang geslapen in de namiddag, en zijn we uiteindelijk tegen vijf uur richting Eeklo vertrokken voor een bezoekje aan omoe in het ziekenhuis. Die heeft een longontsteking waarmee niet te spotten viel, en aangezien opoe’s gezondheid ook al wat wankel is, leek een ziekenhuisopname de beste oplossing. Ze was in elk geval heel blij ons te zien. Jij was energiek als altijd, verkende de kamer, sprong op en neer op het bed, en adopteerde de baxterstandaard op wieltjes als speelgoed. Je bent er de hele kamer en de halve gang mee rondgereden, met open mond van verbazing en concentratie. En toen begon er één of andere machine op de gang te piepen. ‘Oort ! Piep-piep ! Wof zoeken ! Mama kijken !’ Er was geen houden meer aan: je móest en zou de bron van het gepiep localiseren. Ik gaf je de toestemming even te gaan kijken, en weg was je. Uiteraard volgde ik enkele seconden later, en toen liep je onbevreesd midden van de gang, tussen de verpleegsters en verplegers door, en keek in elke kamer of je daar soms nog gepiep hoorde. Dat was inmiddels gestopt, maar dat hield je niet tegen om verder te zoeken. Je vroeg het zelfs aan de hogelijk geamuseerde verplegers: ‘Piep-piep ?’ Zo liep je de hele lange gang door, en pas dan kon ik je aan het verstand brengen dat het gepiep opgehouden was, en dat je het niet meer zou vinden. Daarop draaide je je om, en liep je tegen iedereen te verkondigen dat ‘Piep-piep daan. Ja ! Chien weg’ terwijl je overtuigend van ja knikte, en terug de kamer van omoe binnenliep. De omstaanders wilden gewoon niet geloven dat jij amper 21 maanden was, en ik beaamde vol trots dat je inderdaad al goed kon praten, behoorlijk zelfstandig was en vooral niet mensenschuw.

Vrijdagavond was ook anders dan anders: papa en ik zijn verjaard, en dat wilden we vieren door uitgebreid te gaan eten. Oma zag het zitten om te komen babysitten, en jij had daar duidelijk ook geen probleem mee. Je besefte zelfs maar al te goed dat wij niet thuis waren en dat het oma was die op jou lette: toen je in de loop van de avond wakker werd, riep je zachtjes om oma… Die gaf je dan een verse broek, en stopte jou netjes weer onder. Ondertussen was het beginnen sneeuwen: dikke vlokken dwarrelden in hoog tempo naar beneden, zodat we in een dikke sneeuwlaag naar huis terugreden van het restaurant. Het was zo erg dat ik oma zelfs voorstelde om te blijven slapen, maar dat zag ze niet zitten.
De volgende morgen lag er inderdaad een dik sneeuwtapijt van prachtige dikke plaksneeuw, ideaal om een sneeuwman te maken. Jij wist niet wat je zag: je eerste (bewuste) sneeuw ! Alledrie duffelden we ons goed in, deden laarzen aan, en gingen naar buiten. Jij vond de sneeuw koud en nat en dus niet geschikt om aan te raken, maar wel heerlijk om in rond te stappen en met een borstel papa te helpen terwijl die het voetpad vrijmaakte. Ik heb ook een grote sneeuwman gemaakt op amper 10 minuten, zó dik en stevig was de sneeuw ! Jij kon je er niks bij voorstellen, tot ik twee stukjes hout pakte om de ogen te maken, een twijgje nam als mond en een bosje gras als haar. Dadelijk wees je met je vingertje naar het gezicht, en zei in opperste verbazing: ‘Pompoen !’ Ik moest lachen, maar ergens heb je wel gelijk: het hoofd van een sneeuwman heeft wel wat weg van een pompoengezicht met Halloween. Je stapte nog vrolijk wat rond, begon te huilen toen je vastzat in de twintig centimeter sneeuw die was samengewaaid op het terras, en ging uiteindelijk met me naar binnen. Daar ben je wel een keer of twintig aan het raam gaan staan om ons de ‘pompoen’ te tonen. Jammer genoeg was wel de zon beginnen schijnen en bleek de sneeuwman niet zo stabiel te staan als ik wel had gehoopt, want amper een uurtje later viel hij om, tot je grote consternatie. Toen bleef je, denk ik, wel een half uur tegen het raam staan, terwijl je voortdurend herhaalde: ‘Pompoen pot ! Mama maak !’ Dat herhaalde je nog wat later nog maar eens door de telefoon tegen oma, die er uiteraard geen snars van begreep. Toen ik het haar uitlegde, moest ze lachen, en heeft ze jou dat wellicht nog een keer of vijf doen zeggen. Jij meende het in elk geval, want je keek heel erg ernstig. Kapotte sneeuwmannen, daar valt nu eenmaal niet mee te spotten !

Je woordenschat is ook een flink stuk uitgebreid. Je maakt nu al zinnen van drie woorden, gebruikt werkwoorden, en kan je behoorlijk goed uitdrukken. Soms sla je echte volzinnen uit je voeten, maar jij ben vooralsnog de enige die ze begrijpt. Regelmatig verras je me met een compleet nieuw woord, zoals nog deze morgen. Ik borstelde mijn haar, en jij wilde blijkbaar hetzelfde doen. ‘Mama ‘aar, Wof ook’. Ik gaf je je kleine zachte babyborsteltje, en jij wees naar het steeltje en zei: ‘Puntje’. En inderdaad, er zat een stompe punt aan de steel. Ik denk dat je heel veel woorden oppikt bij Nice, maar dat ik dat daarom niet altijd hoor.

Je hebt ook een heel eigen willetje: de laatste tijd ben je verzot op paté, en ik kan je echt nauwelijks iets anders doen eten. Ik laat je dan ook meestal kiezen, en bijna onveranderlijk kies je voor paté (choco en hagelslag behoren niet tot de keuzemogelijkheden, die komen alleen in aanmerking als je al twee boterhammen met iets anders hebt gegeten). Als ik dan toch aanstalten maak om bijvoorbeeld kaas te nemen, zeg je vol aandrang en zelfs bijna al huilend: ‘Nee mama ! Paté, paté ! Wof paté !’
En gisteren heb je het hele huis volgelegd met propere was. Ik geef het toe, er stonden twee volle wasmanden klaar om opgevouwen te worden, maar het was er nog niet van gekomen. Je hebt niks anders gedaan dan de manden uitgeleegd, weer opgevuld, weer uitgeleegd, er zelf ingekropen, opnieuw opgevuld met iets anders… En de wasspelden zijn tegenwoordig ook een favoriet speelgoed: als ik de doos niet wegzet, giet jij ze leeg en vind ik wasspelden op de gekste plaatsen. Door het feit dat je met de was had zitten spelen, wist je ook maar al te goed wat erin zat, en toen ik je in je bed wilde steken en je slaapzak nam, zei je resoluut: ‘Nee mama, niet diene. Diene !’ en je nam een dikke winterslaapzak met mouwtjes uit de mand. Er was geen doen aan, je wilde perse die bepaalde slaapzak, en aangezien het vrij koud is, heb je hem gekregen ook.

Soms vraag ik me af of ik je niet teveel toegeef. Maar als ik dan zie hoe voorbeeldig je je kan gedragen, en hoe goed je eigenlijk wel luistert, denk ik dat het al bij al best meevalt.

Gecategoriseerd onder: Logeren, Taal, Ziek — Mama om 10:49 pm op Thursday, September 29, 2005

Het is meer dan twee weken geleden dat ik nog iets heb geschreven en dat is een schande, maar het was dan ook zo vreselijk druk… En om eerlijk te zijn, als ik dan ’s avonds eindelijk in de zetel lag, had ik de fut niet meer om dan nog iets te schrijven. Toch is er wel één en ander te vertellen hoor.

Je bent echt niet lang ziek geweest, snoetie. Woensdag was je al even energiek en springerig als altijd, en hebben we de gewone woensdagse dingen gedaan, zoals spelen, om boodschappen gaan, enzoverder. Je bent er wel op een bepaald moment in geslaagd boven op me te springen op een zodanig enthousiaste manier dat je me een keiharde kopstoot hebt gegeven. Resultaat: we zaten allebei te huilen, jij eerder van het verschieten, ik van de pijn. Je bent met het midden van je voorhoofd tegen de rand van mijn oogkas geknald, en bij jou werd het een blauw plekje, bij mij heeft het quasi veertien dagen geduurd voor de gevoeligheid weg was. Ik denk dat het zelfs een lichte hersenschudding was: de koppijn kwam opzetten, en donderdag ben ik zelfs niet gaan werken wegens barstende koppijn en een algemeen verschrikkelijk mottig gevoel. Ik heb de hele dag geslapen, maar jij had nergens last van, zei Nice.

Zaterdag zijn we voor ‘t eerst sinds lang weer gaan zwemmen, en je vond het heerlijk. Je hebt helemaal geen schrik van het water. In het begin bleef je netjes in het ondiepe, maar na verloop van tijd waagde je je spontaan in de buurt van de glijbaan, waar het water toch wel tot aan je okseltjes kwam. Achteraf was je doodop: je bent zonder eten in je bedje gegaan, en hebt pas tegen twee uur gegeten.

Wel is je ritme nog steeds niet echt klokvast: je wil tegenwoordig maar slapen rond half tien :-( Als ik je er vroeger probeer in te steken, begin je te brullen, en, koppig als je bent, hou je daar niet mee op tot ik je ga halen. Dat duurde echt wel een tijdje, tot ik vorige week plots opmerkte dat je soms heftig zat te slikken, en op een bepaald moment zelfs naar je mondje wees en “Bèh” zei. Duidelijk een slechte smaak in je mond. Toen je dan later op de avond gewillig in je bedje ging, maar het na een minuut of zo alweer op een brullen zette, wist ik het zeker: reflux ! Je hebt echt wel hetzelfde probleem als je mama. Ik ben de volgende dag dan maar opnieuw een fles Gaviscon gaan halen, en die ken je nu al door en door. Dan kom je bij me, trekt aan mijn kleren en zegt: “Mama, kom !” tot ik meega naar de keuken. Je toont me dan de schuif met bestek, zegt me duidelijk dat ik een “piepol” moet nemen, en sleurt me dan mee naar je waskussen, waarnaast de fles staat. Je steekt me ze ostentatief in de handen, wijst naar de lepel, naar je mond, zegt “Wof buikje”, en wrijft over je buik. Je kan misschien nog niet echt praten, maar je weet verdomd goed duidelijk te maken wat je wil. In elk geval maakt het wel verschil: nu wil je tenminste slapen.
Op aanraden van Nice heb ik ook een lichtje in je kamer gezet. Ik heb dat gekregen toen je geboren werd: een klein draagbaar nachtlampje met een lachend gezichtje dat een zacht blauw licht verspreidt, en dat ook zachtjes een wiegeliedje speelt. Het blijft 10 minuten schijnen, en slaat weer aan als je begint te huilen. Je vindt het heerlijk: het staat op de grond een eindje van je bedje, en met een glimlach op je gezicht lig je er dan naar te kijken, terwijl je met je ene handje je beertje vasthoudt, en met het andere de spijltjes omklemt. De afgelopen twee avonden heb ik ook korte metten gemaakt met jouw protest: rond half negen heb ik je meegenomen naar boven, in je slaapzak gestoken en in je bedje gelegd. Blijkbaar helpt het lichtje toch om je te kalmeren, want je protest bleef uiterst beperkt. Heh, ik heb weer een stuk van mijn avond terug.

Want ja, je bent nog steeds veeleisend: je kan niet verdragen dat ik aan mijn computer zit of was opvouw: ik moet me met jou bezighouden, of toch minstens in de zetel zitten waar jij dan zit te spelen.

Afgelopen weekend waren zowel papa als ik weg: papa was naar een congres van de JCI, en ik ben opnieuw de barbaar gaan uithangen op Poort. Het deed me deugd :-) Het betekende voor jou natuurlijk wel dat je een weekendje bij oma en opa moest, maar dat leek je niet erg te vinden. Toen ik halverwege het weekend even belde, bleek je net in bad te zitten. De vrijdag was oma met jou naar omoe en opoe geweest, en op zaterdag naar omoe van Zomergem. Daar had je je te pletter geamuseerd met de ganzen, vertelde opa. Je had ze achterna gezeten, en liggen rollen in het gras van de pret. Je bent hem trouwens popa beginnen noemen, kleintje, tot zijn grote genoegen. Slapen was geen probleem geweest, vertelde oma. Verder heb je geen minuut stilgezeten, en ben je door het hele huis gaan rondcrossen. Van de koekoeksklok heb je geen schrik meer, naar ‘t schijnt, wel integendeel.

Ondertussen heb je wel een mega verkoudheid: snot loopt voortdurend uit je neusje, zodat je om de vijf stappen komt vragen: “Neush ?” Je weet trouwens je lichaamsdelen perfect zitten: feilloos wijs je je neus, je ogen, oren, mond, handjes, voetjes, poep en buikje aan, en als ik je naar je tong vraag, zeg je heel ondeugend ‘bèh’ met uitgestoken tong ! Eigenlijk ben je nog steeds fantastisch goed gezind, kleintje. Je lacht met alles, en bent altijd tot een spelletje te verleiden. En boterhammen met choco doen het ook goed om een lach op je gezicht te toveren.

Het gaat snel, liefje, heel snel. En ik weet niet of ik dat wel altijd even leuk vind.

Gecategoriseerd onder: Feest, Lang verhaal, Logeren, Op stap, Vriendjes — Mama om 10:57 pm op Tuesday, August 30, 2005

Ach kleintje, ik denk dat deze week zowat de drukste week was in je korte leventje. Je was al sinds 15 augustus bij mij thuis, en ik moest dus maar genoeg dingen vinden om je de nodige afleiding te bezorgen. Dat heb ik dan ook gedaan, in zoverre dat je nu ongelofelijk veel slaapt.

Je bent veeleisend geworden: je wilt voortdurend mama of papa bij je, al hoeft het niet altijd zo te zijn dat we met je spelen. Op mijn computer werken als jij aan het spelen bent, kan niet: dan wil je meekijken. Of als ik aan het naaien ben met de naaimachine, kan je staan stampvoeten naast me omdat die machine meer aandacht krijgt dan jij.

Dinsdag en woensdag waren niet zo speciaal, voor zover ik me herinner: boodschappen doen en dergelijke, dat wel, en een hoop naaiwerk voor me, want het weer liet nog maar eens te wensen over. Ach juist: woensdag zijn we gaan spelen bij de meisjes ! Het was wel vrij laat in de namiddag, maar toch: je hebt rondgecrosst door de hele tuin, aan de hand van de twee meisjes nota bene. Heh, de hele weg naar hen toe was je ‘mesh’ aan het zeggen, je woordje om hen aan te duiden. Ik weet nu niet of het aan het speelgoed ligt, aan de meisjes zelf, of aan beiden, maar je bent er verzot op om bij hen langs te gaan.

Woensdagavond zijn dan twee vrienden van me langsgekomen om jou nog eens even te zien, maar je was zodanig moe dat je eigenlijk al vrij snel in je bedje bent beland. Ach ja…

Donderdag zijn we de kleine Jorunn gaan bezoeken, het jongste dochtertje van Nathalie en Koen. Aan de baby had jij niet veel, maar spelen met Quinten en Aaricia was des te leuker. Je hebt het echt al voor de meisjes, kleine muis ! Resultaat was nog maar eens dat je doodop was, en je avondeten gewoon oversloeg. Je ritme ben je nu echt wel helemaal kwijt.

Vrijdag heb ik het een beetje rustig proberen houden, want rond 17.00u kwam je tante Sarah je oppikken: je mocht een avondje bij hen gaan logeren, tot grote vreugde van mama en papa. Jij vond het ook niet erg: met een grote glimlach werd je in de autostoel geïnstalleerd, en je zwaaide nog even toen Sarah wegreed. Papa en ik hebben ervan geprofiteerd om eens lekker te gaan eten. Jij was blijkbaar nog steeds moe, want ook bij Roeland en Sarah ging je vroeg in bed. Deze keer hadden ze je bedje bij hen op de kamer gezet, en nonkel Roeland heeft geen oog dicht gedaan: volgens hem slaap je helemaal niet, maar lig je voortdurend te woelen, te spelen, te tateren, te lachen… Het zou me nog niet eens verwonderen, mijn kleine woelwater kennende.
Tegen ’s middags kwamen ze dan hier eten, maar aangezien ik al had ontdekt dat spinazietaart met ham en kruidenkaas niet echt bij jou in de smaak valt, had ik ander eten voorzien: rode bietjes ! Dat is wel een van je favorieten, zeker als je er zelf nog in mag roeren en proberen eten met je piepol ofte lepel in het mooi Nederlands :-p
Na een kort slaapje werd je alweer in de auto gehesen richting Lovendegem: verjaardagsfeestje voor Margot die 5 werd. In onze vriendenkring is het de gewoonte om een feestje te geven voor de vrienden van de ouders met hun kinderen, en wij mochten daar niet op ontbreken. De hele namiddag heb je enthousiast gespeeld (terwijl wij taart aten) met de anderen, al stond je soms gewoon ademloos te kijken naar de capriolen van de oudere kinderen. Je rende rond, speelde met een fietsje (piet) of een auto, of in het stoffen postkantoortje dat in de veranda stond. Pas toen je het kleine peuterglijbaantje had ontdekt, was je niet meer te stoppen: wel 50 keer ben je de bieba of glijbaan op en af gegaan. In het begin wou je steevast assistentie van mama of papa, na een tijdje vond je dat je het wel alleen af kon. Uiteindelijk viel je om van de slaap en kwam je in mijn armen liggen. We zijn dan maar doorgegaan, hebben jou een pyama aangedaan, een fles in je handen gestopt, en even later zonder protest in je bedje gelegd. Niet te verwonderen.

Zondag sliep je opnieuw lang, bleef je een uurtje wakker, en ging weer voor anderhalf uur je bedje in. Lekker rustig voor mama en papa, dat wel. Na je eten speelde je wat, maar tegen twee uur deed je teken dat je toch weer in je bedje wilde: je kwam af met een tuutje in je mond, een beertje in je handen, en vroeg om nabo te gaan, naar boven dus. Dat verzoek kon ik uiteraard niet weigeren, dus jij werd lekker ingeduffeld in je bedje. Ik had gedacht - en gehoopt - dat je een half uurtje of zo zou slapen. We werden namelijk vanaf drie uur in Lembeke verwacht voor het verjaardagsfeestje van Leander (6) en Ernest (2), en dat is toch al gauw een half uurtje rijden. Maar jij sliep onverstoorbaar verder, de hele warme namiddag lang. Uiteindelijk heb ik tegen half vier Shura (uwa) je uit je bedje laten halen. Jij was nog wat suf, en vond het niet erg om quasi onmiddellijk in de auto te moeten. Toen je echter hoorde dat we nog maar eens naar de meisjes gingen, was je dadelijk klaarwakker. Je werd onderweg zelfs ongeduldig en herhaalde steeds maar mesh. In de tuin van Gwens ouders aangekomen, bleek dat we net op tijd waren voor het vieruurtje van de kinderen en de wafels. Je werkte een stuk cake naar binnen, drie Petit Gervaiskes, een halve wafel, en ging vrolijk aan het spelen. De meeste kinderen waren wel wat te oud en te wild voor je, maar het babyspeelgoed van Hannah, Leon en Ines kon je wel bekoren. En uiteraard waren er de meisjes die voor je zorgden: Margot tilde je zowaar in de aanhangbak van de tractor die er stond ! Die tractor kon op je immense interesse rekenen: toen Ernest hem even wou uitproberen, ging je uit pure jaloezie op een van de wielen zitten. En later, toen je al wat moe werd, heb je meer dan een uur gewoon op de tractor gezeten, zitten kijken hoe de anderen voetbalden en zo. Ik mocht je er zelfs niet afhalen om een sandwich te eten, dus heb ik je maar met tractor en al tot bij me aan tafel gerold. Toen ik je drinkbeker op de ‘motorkap’ van de tractor had gezet, ontdekte je dat hij, als je genoeg aan het stuur schudde, naar beneden schoof om uiteindelijk te vallen. Telkens opnieuw schaterde je het uit, en telkens opnieuw mocht mama je beker oprapen en terugzetten. Papa was trouwens niet mee, die had een belangrijke vergadering van de JCI. Rond zeven uur zijn we dan toch doorgegaan, en opnieuw viel je thuis na een fles als een blok in slaap.

Maandag dacht ik van jou wat rust te gunnen, maar aan de andere kant is - eind augustus - de zomer eindelijk begonnen, zodat ik die laatste warme dagen toch niet verloren wou laten gaan. Na je lange middagslaapje werd je opnieuw in de auto gezet, en reden we naar Zomergem om oma op te pikken. Vanzelfsprekend moesten eerst de waai van opa, zeg maar ventilator, en de koekoeksklok aan een nadere inspectie onderworpen worden. Die waai ken je al lang en vind je heel leuk, maar die klok, da’s nog een ander paar mouwen. Aan de ene kant intrigeert ze je mateloos (je hebt de hele weg naar huis dan ook cococ zitten zeggen), maar aan de andere kant ben je er gewoon doodsbenauwd van ! Je wil op een afstandje op onze arm zitten en ze bekijken, maar zodra het vogeltje te voorschijn komt en koekoek zegt, begin je te spartelen om los te komen en met een verschrikt gezicht weg te lopen. Je bent een rare, Wolf !
De trip ging eigenlijk naar de vijver van Marc en Annemie: veel geestiger dan de Blaarmeersen wegens geen volk ! Jij stortte je vol doodsverachting op het water, en Annemie was vreselijk verbaasd dat je niet bang was, zelfs niet toen je kopje onder ging op een bepaald moment. Je bent wel voorzichtig: minstens één van ons moest bij je in het water, het was niet voldoende dat we op het strandje stonden te kijken of aan de zijkant op een steen zaten. Ik denk dat je toch maar het zekere voor het onzekere neemt. Opnieuw heb je hele poten zand naar oma gebracht, en was het heerlijk plonsen. Na een tweetal uur moest je eruit, en toen kwam opa nog net aanzetten met een fles wijn, zodat je nog even in de tuin mocht spelen. Je was echter zo verschrikkelijk moe dat we vrij snel naar huis zijn gegaan, zodat je snel in je bedje kon.

Deze voormiddag moest mama werken, maar ik had veel vroeger gedaan dan verwacht, zodat ik samen met jou en papa naar Kruishoutem ging: ziekenbezoek bij peter die een ongeval met een stier heeft gehad. Ik denk niet dat je al eerder op de boerderij was geweest. Je vond in elk geval de koeien vreselijk amusant: de beesten op zich wou je aaien, maar toen een van de koeien zijn tong uitstak, en daarna zijn eigen neusgaten uitlikte, begon je te schateren. Tegen twaalf uur waren we opnieuw thuis, en jij vloog onmiddellijk in je bed. De hele weg had je zitten zagen en neuten, maar slapen ? Ho maar ! Thuis bleek duidelijk hoe moe je wel was: zonder eten sliep je door tot half vier, en toen moest je nog je warm eten naar binnen werken. Daarna moest je alweer de auto in: naar Gwen en Ernest. Zij had namelijk een peuterglijbaantje staan dat ze momenteel - de tuin wordt aangelegd - toch niet kan gebruiken. Heel enthousiast was je er niet: je was hangerig, zocht ruzie met Ernest, en wilde voortdurend mijn aandacht. Gelukkig was je niet alleen: ook Ernest had een slechte dag.

Nu slaap je. Gelukkig. Ik weet nog niet wat we morgen gaan doen - het is de laatste vakantiedag, en het belooft prachtig weer te zijn - maar ik weet wel dat ik je veel ga laten slapen. Zeker met die warmte zal het nodig zijn.

Gecategoriseerd onder: Buiten spelen, Familie, Logeren, Op stap — Mama om 10:59 pm op Monday, August 22, 2005

Het is dan al eens vakantie, en dan duurt het nog bijna twee weken voor ik schrijf. Ik ben zo intens met je bezig de laatste weken, dat ik op de momenten dat je slaapt, geen zin meer heb om het dan nog eens over jou te hebben, denk ik. Er is nochtans een pak gebeurd, dus verwacht je maar aan een lange update.

Het is echt al een rottige zomer geweest, en ik moet van elk moment dat het niet regent en buiten toch een beetje droog wordt, profiteren om jou buiten te laten spelen. Als het aan jou lag, speelde je elk moment buiten, ongeacht de regen of de temperatuur. Zolang je maar water hebt: je doet niets liever dan met je handjes in het water plonsen, bij voorkeur in je kleine vrachtwagentje dat je van Shura hebt gekregen. Als ik het je op foto laat zien, zeg je trouwens ook altijd ‘wa’, je woordje voor water. Je zeult er dan de gieter bij, en vraagt me om het op te vullen. Waarop je het meestal prompt uitkipt over je kleren heen, en dan kletsnat rondloopt. Je hebt ook een loopfietsje van me gekregen, eentje zoals je bij Nice ook hebt. Alleen heb je nog niet altijd door hoe je erop moet kruipen, en zit je geregeld achterstevoren.

Vorige week zaterdag zijn oma en opa langsgekomen om ons te helpen de schommel, die ze voor jou hebben gekocht, op te zetten. Het had nogal wat voeten in de aarde, maar was wel een gezellige namiddag. Jij stond erbij en keek ernaar, en zag dat het goed was. Uiteindelijk mocht je op de schommel zelf, maar het was nog een beetje met gemengde gevoelens: je wist niet goed of je blij of bang moest zijn. Ondertussen ben je er trouwens ook al een keertje afgedonderd: je vroeg me je te schommelen, wat ik dan ook deed, maar middenin besliste je plotseling af te stappen. Gelukkig ligt er een voetplankje in, zodat je daarop viel, en niet op de grond met de schommel tegen je kop. Even huilde je van het verschieten, maar iets later wou je perse toch weer op de schommel. Je bent dus duidelijk van geen kleintje vervaard.

Op maandag heb ik dan je speelhuisje opgezet, en dat is duidelijk een voltreffer: je loopt in en uit, zit er op je winniezetel, drinkt er je flesje in, leest een boekje, speelt verstoppertje… Ondertussen staat zowat ons hele huis vol speelgoed, maar ach ja, zo erg is dat niet zeker ?

Dinsdagnamiddag zijn we dan samen met oma naar de speeltuin in het Leen geweest. Jij vond het heerlijk, voor ons was het wat minder omdat net op dinsdag de cafetaria, waar we gehoopt hadden op een koffie, gesloten is. Jij speelde er niet minder om: er stond een peuterglijbaan, met drie treden, een huisje bovenaan, en een klein blikken glijding. Je kroop er zelf op, ging bovenaan zitten, en riep dan om mama of oma om je handje vast te houden. Beneden gekomen ploegde je enthousiast door het zand, en begon opnieuw. Er stond ook een soort verenwipplank, waar je opgeëist werd door een klein meisje Carina om mee te wippen/schommelen. En verder was er gewoon ook een hele grote hoeveelheid zand: het zat overal, tot in je luier toe, en de volgende dag nog steeds in je luier, maar dan via een andere weg :-p
Na een tijdje werd je moe, kreeg je je vieruurtje, en gingen we een wandeling maken met de buggy. Jij had daar niet veel zin in blijkbaar, zeker niet toen je een fazant in het vizier kreeg. Je begon wild aan je riempjes te trekken, en eenmaal uit de buggy ging je resoluut op het beestje af, dat er uiteraard vandoor ging. De verdere weg wilde je voortdurend naar fazanten zoeken, zodat we na vijf minuten al rechtsomkeert maakten omdat je zat te dreinen.

Woensdag hebben we samen het gras afgereden en een beetje buiten gespeeld, en ’s avonds kwam oma opnieuw om op jou te babysitten, zodat papa en ik eens naar de film konden.

Donderdag was het zowat de eerste echt mooie dag sedert een maand, zodat we het plan opgevat hadden om naar de zee te rijden. Jij was echter nogal moe, en met alle files in het vooruitzicht besloten we wijselijk om maar naar de Blaarmeersen te gaan. Een wijs besluit, voorwaar, en amper een kwartiertje met de auto. Vallery en oma kwamen mee, en nadat we ons tussen al het volk een plaatsje hadden gezocht, stroopte ik je kleertjes uit, kreeg je een zwempamper aan, een T-shirtje en je petje, en mocht je naar het water. Je ogen werden groot: “Wa ! Batchie !” Anderhalf uur lang heb je met oma aan de waterlijn gespeeld: water in, water uit, ganse poten zand naar oma brengen, met je lege yoghurtpotje spelen, je laten vallen in het water, plonsen, schateren. Je was doodop en wilde wel een koekje, en kwam dus met mama mee naar het gras. Toen je al zowat gans opgedroogd was en een nieuwe luier aanhad, ging je naar je blauwe zak, haalde er een tweede zwempamper uit, liep op oma af, ging demonstratief op je rug op de handdoek liggen, en vroeg: ‘Batchie’ ? Als het aan jou had gelegen, had je nog langer in het water gespeeld. Thuisgekomen at je amper nog iets, kreeg een flesje, en wou prompt je bed in. Niet zo verwonderlijk.

Vrijdag was het de bedoeling dat we eindelijk eens iets samen gingen doen met Leander en Ernest, de twee zoontjes van Gwen. Jij sliep echter lang, en rond drie uur pas kreeg ik Gwen eindelijk aan de lijn. Op dat moment moest ze nog boodschappen doen, zodat het uiteindelijk toch te laat was om nog iets te doen. We hebben dan maar wat gespeeld hier thuis.

Zaterdag hebben we allemaal lang geslapen, en na je badje en boterhammetjes nam papa je mee naar Ronse bij opa en omaly. Jouw peter Jeroen trouwde namelijk voor de wet, waarna we gingen eten, en dat ging echt wel wat te laat worden voor jou. Niet dat je het erg leek te vinden: er is altijd wel iets te doen bij opa en omaly, al was het maar kijken naar de grote staande klok. Die noem je trouwens niet meer ‘tietaa’, maar wel ‘kok’. Na een mooie plechtigheid en een heerlijk diner, konden mama en papa eens lang uitslapen en genieten van een ochtendje zonder jou. Tegen de middag waren we welkom in Ronse om te blijven eten, en jou daarna uiteraard weer mee te nemen. Bij aankomst moest ik opa’s haar bijscheren, het hele haar van nonkel scheren, en ik heb dan maar meteen jouw lange haartjes ook onder handen genomen. Jij liet je mooi doen, zodat je nu weer met een fris kort kopje rondloopt. Ook wat je nageltjes betreft is er een en ander veranderd: waar ik vroeger tegen je moest vechten om je nagels geknipt te krijgen, moet ik het je nu gewoon vragen. Je steekt dan netjes je handje uit, en wacht tot ik klaar ben.

Vandaag heb je me geholpen in de tuin: ik heb de kamerplanten verpot, en de bomen wat bijgesnoeid. Jij speelde ondertussen met het vele water dat in alle potten en potjes was blijven staan na de gigantische hoeveelheid regen van afgelopen weekend. Resultaat: een drijfnatte Wolf, die ik na een uurtje of zo toch maar heb afgedroogd en verse kleertjes heb aangedaan. Je vindt het vooral leuk om op de glijbaan te klauteren. Die is nog niet bevestigd aan de schommel, omdat dat te gevaarlijk zou zijn, maar ze ligt een heel pak minder steil op de vensterbank. Raar maar waar, het is heel erg stabiel zo. Jij klautert er voortdurend in, en speelt met het water dat in het kleine stukje blijft staan. Je hebt er vandaag ook al mijn wasspelden een voor een ingelegd.

Je bent ondertussen wel een koppig mormel geworden. Waar je vroeger altijd zo lief en gehoorzaam was, is dat nu wel wat veranderd. Je wilde niet eten om zes uur. Het is te zeggen: je wilde niet in je stoel, maar verkoos stukjes toegestopt te krijgen terwijl je rondloopt. Resultaat was dat je nauwelijks iets hebt gegeten, want je krijgt niks zolang je niet in je stoel zit. Je eiste stukjes kaas, terwijl er een boterham voor je neus lag. Toen papa je een stukje hesp voorhield, zei je resoluut nee. Toen hij het daarop op je bordje legde - dat je trouwens al op tafel had gezet, weg van je stoel - nam je het meteen op en gaf het hem heel kordaat terug. Papa en ik schaterden het uit: je bedoelde duidelijk: “Zeg, hou uw rommel zelf bij, als ik geen vlees wil, dan wil ik er geen !”

Nu wil je niet in je bed. Enfin, je vraagt wel om te gaan slapen, maar zodra je erin ligt, begin je te krijsen. Papa heeft je eerst nog even teruggehaald, maar na een half uur, waarin je voortdurend mijn aandacht opeiste, heb ik je terug in bed gelegd. Je ligt nu al een kwartier te krijsen, denk ik. (Update: na een half uur brullen heb ik je toch weer opgevist, vier plakken peperkoek gevoederd, je een hele tijd laten spelen, en na een uur weer in bed gelegd. Nu slaap je tenminste.)

Je wordt een klein verwend mormel, Wolf, en ik weet niet goed hoe ik dat kan veranderen. Het is niet dat je altijd alles van me krijgt, verre van. Maar met dit gedrag haal je het bloed van onder mijn nagels. Ik zal blij zijn als je weer naar Nice mag, als je nog lang zo verder doet.

Gecategoriseerd onder: Logeren, Op stap, Taal — Mama om 11:03 pm op Saturday, July 30, 2005

Je had het prima gesteld bij oma en opa, snoetie. Maar blijkbaar eiste de onregelmatige week zijn tol: je was een beetje je slaappatroon kwijt, en je was ook gewoon geraakt aan constante aandacht. Wat wil je: zondagavond tot dinsdagavond bij Omaly en opa Jeroom, woensdag mee naar Zomergem omdat ik de boekhouding moest doen, donderdag al jouw overgrootouders op bezoek voor taart en sandwichen, en vrijdagnamiddag alweer naar oma en opa omdat wij naar dat trouwfeest moesten. Zondag was je dan ook niet te genieten: je zeurde, wilde voortdurend aandacht, wilde niet slapen, wou geen eten, dan weer wel… ’s Avonds vroeg je om te gaan slapen, maar na een kwartiertje of zo begon je te brullen, zodat we je maar weer beneden hebben gehaald. Je hebt nog tot tien uur zitten spelen, maar ik moet wel zeggen: als het gebeurt dat je ’s avonds nog mag spelen, doe je dat heel erg braaf en op je eentje. Je loopt rond, haalt speelgoed boven, kijkt wat in boekjes, brengt ons eventueel iets, en dan speel je rustig verder. We hebben dan echt geen last met jou.

Maandag mocht je weer naar Nice, maar je zette het hele huis op stelten toen papa ’s morgens wilde doorgaan. Toen ik je dan ’s avonds ophaalde, zei Nice met stelligheid dat je die avond echt wel zou slapen: je had amper een uurtje geslapen op de hele dag. Ze had ook vreselijk moeten lachen: ze had je in je bedje gelegd, maar daar hing een klok aan de muur. Je hebt echt wel een half uur lang tiktak zitten zeggen, vooraleer ze weer naar boven is gegaan en de klok heeft weggehaald. Pas dan wilde je probleemloos slapen, al was het niet erg lang. Die avond viel je inderdaad bijna om van de slaap, maar na een half uurtje stilte in bed, bleek je alweer wakker. Opnieuw heb je tot tien uur gespeeld, en dat scenario heeft zich ook op dinsdag herhaald.

Woensdag wilde ik eigenlijk met jou naar Sofie en de meisjes gaan, maar in de voormiddag, en ook na je middageten wilde je voor de verandering niet slapen. Pas rond half vier gaf je het vechten tegen de slaapbeesten op, en viel je effectief in slaap, tot half zes. Je hebt dus gewoon door je vieruurtje heen geslapen, en toen was het ook te laat om nog naar Sepp en Sofie te gaan. We hebben dan maar meteen voor vanavond afgesproken: tegen vijf uur gaan we naar daar, zodat jij nog wat kan spelen, dan eten we iets eenvoudigs, en op een haalbaar uur gaan we naar huis. Morgen zal immers ook nog een drukke dag worden: de verlovingsbarbecue van je peter Jeroen. Eerst wilden we je thuislaten, maar ze stonden erop dat je meekwam: er gingen wel genoeg mensen zijn die zich met jou gingen bezighouden. Ik ben benieuwd.

Je pikt tegenwoordig ook bijzonder snel woordjes op. Toen je vorige week bij me kwam met een grote zeef en een piepklein zeefje, legde ik jou uit dat dat mama zeef was en baby zeef. Waarop jij prompt ‘beebie’ herhaalde. Je toonde je daarna zo enthousiast over alle baby’s, dat ik je een oude ringmap heb gegeven met daarin plastiekmapjes met foto’s van baby’s, uit postordercatalogi gehaald en zo. Je bent er heel blij mee: geregeld haal je de map boven, kijkt naar alle foto’s, en duidt met een parmantig wijsvingertje de beebie aan. Toen je maandag bij Nice kwam en Sam was daar (hij is nu zeven maanden, denk ik), wees je naar hem en zei netjes beebie. Nice wist niet wat ze hoorde.
Zondag heb ik ook zitten strijken beneden, en blijkbaar is het echt wel tot jou doorgedrongen dat een strijkijzer gevaarlijk is en warm. Je wijst erop met verontruste blik, trekt je ogen open, tuit je mondje, trekt lucht in, en zegt dan ‘Wa !’ Dat herhaal je tot wij bevestigen dat het ding wel degelijk warm is, en dus gevaarlijk. Blijkbaar heb je dezelfde conclusie getrokken over de oven, want daar doe je sinds een paar dagen net hetzelfde.
Dante’s naam (één van de andere kinderen bij Nice) kan je ook al netjes zeggen, betchie is nu je bedje, met een beetch (beertje) en een tiet (tuutje) in, en een bril is iets in de strekking van bul. Die laatste vind je pas echt interessant sinds papa dinsdag thuiskwam met zijn nieuwe bril. Het is een strengere, veel zwartere montuur, en jij had dat dadelijk gezien. Vol verwondering wees je naar papa’s gezicht, en toen hij je oppakte, ging je met een voorzichtig vingertje over de montuur, terwijl je verwonderd ‘Oh’ zei. Er is echt niet veel dat jou ontgaat, snoetje.

Woensdag heb ik je meegenomen naar de Weba om een nieuwe livingtafel te bestellen, en jij vond dat maar wat leuk. Opnieuw mocht je aan tafel zitten met je koekje, en je mocht ook wat in de speelhoek spelen met de grote blokken. Maar je gezichtje werd pas schitterend toen je plots de hele muur met klokken in het oog kreeg: tieta tieta tieta tieta tieta, wel een keer of twintig. Opgewonden zat je op en neer te wippen in je buggy, en als je gekund had, had je ze allemaal meegenomen :-p

Je bent nog steeds mijn kleine wondertje, Wolf. Af en toe zou ik wel willen dat er een aan/uitknopje was aan jou, maar meestal valt dat heel goed mee.

« Vorige paginaVolgende pagina »