Eindelijk, mijn kleine snoetje, eindelijk. Hoe drukker ik het heb, hoe minder tijd ik heb om hier iets te schrijven, en toch is er veel gebeurd. Veel dingen kan ik me niet eens meer herinneren, reden genoeg om kwaad op mezelf te zijn dat ik niet eerder heb geschreven.
Dinsdag acht november herinner ik me nochtans duidelijk: papa was voor opleiding in Leuven, en ik had klassenraad en had er geen idee van hoe lang die ging duren. Ik wou het risico niet lopen dat het later werd dan half zes (het uur waarop ik je ten laatste moet ophalen bij Nice), en vroeg aan Anaïs of zij wilde babysitten. Dat was geen probleem, en gelukkig zag ze het zelfs zitten om je op te halen met de buggy. Ik had het al ’s morgens aan Nice verteld, zodat ze je met een gerust hart aan een wildvreemde kon meegeven. Toen ik tegen kwart over zes thuiskwam, zaten jullie rustig te spelen in de zetel, en deed jij een vlinder na: je had er zelf voor uitgevonden dat die ‘wieeeeeeeeeeeeeeeee’ deed, terwijl je met je kopje schudde en omviel van het lachen. Ik ben echt blij, Wolf, dat ik een goeie babysit heb gevonden, en dat jij haar ook zo leuk vindt.
Belangrijk was natuurlijk de trouw van je peter Jeroen met Delphine. Mama en papa moesten de hele dag mee: suite, kerk, koffie, receptie, en avondfeest natuurlijk. Daardoor kon jij uiteraard niet mee met ons: je bent gewoon nog te klein, zelfs om bruidkindje te zijn. Margot en Maud hebben die taak dan maar op zich genomen, met Delphines neefje Benoit. Toch wilden Jeroen en Delphine je echt wel graag zien op hun huwelijksdag, en zouden ze zeer graag op de foto zijn gegaan met jou. Ik heb dan maar heel liefjes gevraagd aan Omaly en opa Jeroom of zij het niet zagen zitten met jou naar de receptie te komen: ze waren hoe dan ook uitgenodigd, en dan hadden we jou meteen erbij. Gelukkig stemden ze toe, en ik was al aan het denken over de kleertjes die je mocht aantrekken. Vorig jaar heb ik in de solden prachtige kleren gekocht: een bruine broek van P’tit Filou, een zwarte rolkraagtrui, en een donkerbruin hemd met minieme gouden spikkeltjes. Ik zag je al meteen in die kleertjes, maar toen ik je de woensdag vóór Jeroens grote dag even liet passen, bleek alles nog veel te groot te zijn ! Ik heb je ’s namiddags dan maar in de auto gezet en we zijn om kleertjes gegaan. De baby- en kinderwinkel in Mariakerke was tot mijn grote verbazing gesloten op woensdag, en dus zijn we dan maar doorgereden tot de BBKS, de winkel waar ook jouw babylijst lag. Hun kleren zijn wel allemaal merkkledij en daardoor pokkeduur, maar ik wist zo gauw geen andere winkels meer in de buurt, en daarbij, Omaly had me gezegd dat zij jouw kleren ging betalen als Sinterklaascadeautje. Lief, he ?
Binnen in de winkel was je het liefste jongetje ter wereld: je ging netjes spelen met een grote berg kussens terwijl ik kleren uitzocht, en je kwam me af en toe iets brengen, of gewoon even kijken wat ik aan het doen was. De verkoopsters waren vol lof over jou. Uiteindelijk koos ik een donkerblauwe jeans met rode stiksels van MacGregor, een prachtig rood glanzend hemd van IKKS, en een helderrood vestje met kap van Timberland. Gecombineerd met een zwart rolkraagtruitje van de H&M zag het er perfect uit ! Ik vroeg je om even bij me te komen om te passen, en heel gehoorzaam kwam je aangestapt en liet je je op de toonbank zetten. De winkeldame geloofde haar eigen ogen niet: zonder sputteren trok je de kleren aan en weer uit, lachte haar toe, en vertelde honderduit. De meeste kinderen zijn blijkbaar een nachtmerrie als het op kleren passen aankomt ! Bij het weggaan zwaaide je nog even, en ging dan welgezind opnieuw de auto in.
En ja hoor: iedereen was wég van je outfit op de receptie ! Ik denk dat je nieuwe haarstijl er ook wel voor iets tussenzat: toen we je in de voormiddag afzetten bij Omaly, zag je er nog heel braaf uit, maar nadat peter Koen en tante Else je even onder handen hadden genomen, had je een heel hip kuifje boven je knappe rode kleren ! Je was echt al een gans ventje, en absoluut geen baby meer ! Op de receptie liep je parmantig rond tussen het vele volk, maar wilde toch vooral op onze arm zitten zodat je meer kon zien. Voor mij was dat wel een probleem, want ik was de avond voordien door mijn rug gegaan, en had zelfs moeite met zitten. Na een uurtje namen oma en opa je weer mee naar huis. De drukte had ervoor gezorgd dat je echt wel moe was, en je bleef bij hen slapen. Je wist wel al dat je de volgende morgen stil moest zijn, want ook Koen en Else bleven slapen: ze vonden het te gek om ’s nachts nog terug naar Brussel te rijden, om dan de volgende morgen opnieuw naar Ronse te rijden om te komen eten. Je hebt nog wel een paar andere dingen van hen geleerd: Tom Boonen ! Je haalt bij het fietsen eerst een grote snelheid, en dan steek je je armen in de lucht en roept: “Tom Boonen !” Ik heb me slap gelachen toen ik je dat de eerste keer zag doen: hilarisch gewoon ! Je bent een heerlijk ventje, Wolf !
De maandag daarop is oma (van de waai) alweer naar Wondelgem gekomen: papa had een vergadering die avond, en ik had oudercontact. Zodra je haar zag, werd je wildenthousiast
en vond ik het al helemaal niet erg om te moeten vertrekken: je was in goede handen. Ik weet eigenlijk nog steeds niet wie er het zotst is van wie: jij van je oma, of oma van jou ! Ik was wel een stuk vroeger dan voorzien thuis omdat mijn rug me dooddeed, maar jij lag al lekker in je bedje. Dankjewel, oma !
Dinsdag waren wij tweetjes alleen thuis omdat papa op opleiding was in Leuven, zoals elke dinsdag, en woensdag was papa alleen met je thuis, omdat ik een extra repetitie had van het koor.
Donderdag ben ik met jou naar de kinderarts geweest: je stoelgang is nog steeds absoluut niet zoals het hoort ! Het was een heel tijdje een pak beter, sedert je geen koemelk meer krijgt, maar de laatste tijd is het weer slappe kost. De dokter verklaarde je voor de rest prima gezond, 84 cm en 12 kilo, en nam een staaltje van je kak ter analyse. Hij maakte zich evenwel niet veel zorgen omdat je zo gezond bent, absoluut niet te mager of zonder energie, en echt een blije peuter. Toch ging hij iets laten weten, als er iets scheelde. Ik heb hem tot op vandaag nog steeds niet gehoord, maar ik ga toch zelf eens bellen. Ik was trouwens apetrots op jou die avond ! Je ging heel gehoorzaam zitten, en liet je probleemloos uitkleden door de doktershulp. Toen de dokter je onderzocht, op je buikje duwde, met zijn koude stethoscoop naar je adem luisterde en in je oren keek, gaf je geen kik. Je keek me alleen met grote ogen aan, maar ik stelde je gerust en je vertrouwde me duidelijk. Toen ik je vroeg om je tong uit te steken zodat de dokter even in je keel kon kijken, deed je ook dat zonder protesteren. De dokter stond versteld, zei hij. Hij had nog zelden zo’n rustig kind bij zich gehad. Je liet je ook rustig weer aankleden, en kwam daarna bij mij. Toen vond je dat je eigenlijk lang genoeg had stilgezeten, en ging op verkenning doorheen de praktijkruimte. Eerst pakte je een grote Winnie van een stoeltje in de hoek, sleepte dan het stoeltje tot bij mij en ging naast mij zitten, en kwam dan met nog een beertje aandraven dat je van de vensterbank had geplukt. Dit alles ging gepaard van een hoop enthousiaste commentaar, wat de dokter de opmerking ontlokte dat je al even goed kon babbelen als je mama. Tegen dan had ik alle formaliteiten zoals betaling en dergelijke afgewerkt, en vroeg ik je om je stoel terug te zetten en de Winnie er terug in te zetten. ‘Ja mama’, zei je, nam de stoel, en deed wat van je gevraagd werd. Toen je daarna ook het kleine beertje terug op de vensterbank zette zoals ik vroeg, schoot de dokter al helemaal in de lach, en zei dat hij zoiets nog nooit had gezien. Ik denk dat ik een meter groeide van trots, kleine muis ! Toen je even later parmantig en stevig ingepakt ‘Dag meer’ (meneer) zei en buiten wandelde, hoorde ik hem achter me lachen, en ik deed eigenlijk hetzelfde. Je bent een eigenwijs mormeltje, Wolfje van me !
’s Avonds had ik roleplay bij ons thuis, maar maakten we iets teveel lawaai voor jou om te kunnen slapen. Na enige moeite lukte dat uiteindelijk wel, gelukkig. En de vrijdag was nog maar eens speciaal voor jou: deel twee van het huwelijksfeest van Jeroen en Delphine ging door in Zomergem. Papa en ik moesten opnieuw present zijn in vol ornaat, en Else had aangeboden om te babysitten. Blijkbaar hebben jullie rustig gespeeld, en ben je op een aanvaardbaar uur zonder veel protest in je bed gegaan. Dank je, Else !
Ook het weekend was weer anders dan normaal: het koor waar ik sinds september in zing, zat in de halve finale van Het Koor van het Jaar, een prestigieuze koorwedstrijd, en daarom moesten we de hele dag naar Leuven. Eerst camerarepetities, en dan ’s namiddags de eigenlijke wedstrijd met proclamatie. Dat betekende dat ik weg was van half tien ’s morgens tot acht uur ’s avonds, en dat je de hele dag bij papa was. Jullie zijn gezellig samen boodschappen gaan doen, heb ik gehoord. We zongen zodanig goed dat we in de finale zijn geraakt, waardoor ik ook nog eens de hele zondag naar Leuven moest, van half één tot middernacht. Gelukkig had ik dat half en half voorzien, en mocht je de dag doorbrengen bij Roeland en Sarah, zodat papa ook nog wat rust kreeg. We hebben wel erg lang geslapen: het was half tien toen we wakker werden, en een half uurtje later stonden Roeland en Sarah bij ons met boterkoeken en croissants. Hij is duidelijk je favoriete nonkel: je wilde die ochtend totaal niet uit je badje, tot je hoorde dat Roeland en Sarah gingen komen: je kon er niet snel genoeg uit zijn ! ’s Namiddags mocht je met hen op babybezoek en daar pannenkoeken eten, en nu nog spreek je soms van ‘Mooie Nina’
Soms vraag ik me af wat iedereen je nog meer wijsmaakt dat papa en ik nooit te weten komen…
Vorige week was gelukkig lekker rustig, zodat we allemaal, jij incluis, even op adem konden komen en terug in ritme kwamen. Woensdag heb je lang geslapen in de namiddag, en zijn we uiteindelijk tegen vijf uur richting Eeklo vertrokken voor een bezoekje aan omoe in het ziekenhuis. Die heeft een longontsteking waarmee niet te spotten viel, en aangezien opoe’s gezondheid ook al wat wankel is, leek een ziekenhuisopname de beste oplossing. Ze was in elk geval heel blij ons te zien. Jij was energiek als altijd, verkende de kamer, sprong op en neer op het bed, en adopteerde de baxterstandaard op wieltjes als speelgoed. Je bent er de hele kamer en de halve gang mee rondgereden, met open mond van verbazing en concentratie. En toen begon er één of andere machine op de gang te piepen. ‘Oort ! Piep-piep ! Wof zoeken ! Mama kijken !’ Er was geen houden meer aan: je móest en zou de bron van het gepiep localiseren. Ik gaf je de toestemming even te gaan kijken, en weg was je. Uiteraard volgde ik enkele seconden later, en toen liep je onbevreesd midden van de gang, tussen de verpleegsters en verplegers door, en keek in elke kamer of je daar soms nog gepiep hoorde. Dat was inmiddels gestopt, maar dat hield je niet tegen om verder te zoeken. Je vroeg het zelfs aan de hogelijk geamuseerde verplegers: ‘Piep-piep ?’ Zo liep je de hele lange gang door, en pas dan kon ik je aan het verstand brengen dat het gepiep opgehouden was, en dat je het niet meer zou vinden. Daarop draaide je je om, en liep je tegen iedereen te verkondigen dat ‘Piep-piep daan. Ja ! Chien weg’ terwijl je overtuigend van ja knikte, en terug de kamer van omoe binnenliep. De omstaanders wilden gewoon niet geloven dat jij amper 21 maanden was, en ik beaamde vol trots dat je inderdaad al goed kon praten, behoorlijk zelfstandig was en vooral niet mensenschuw.
Vrijdagavond was ook anders dan anders: papa en ik zijn verjaard, en dat wilden we vieren door uitgebreid te gaan eten. Oma zag het zitten om te komen babysitten, en jij had daar duidelijk ook geen probleem mee. Je besefte zelfs maar al te goed dat wij niet thuis waren en dat het oma was die op jou lette: toen je in de loop van de avond wakker werd, riep je zachtjes om oma… Die gaf je dan een verse broek, en stopte jou netjes weer onder. Ondertussen was het beginnen sneeuwen: dikke vlokken dwarrelden in hoog tempo naar beneden, zodat we in een dikke sneeuwlaag naar huis terugreden van het restaurant. Het was zo erg dat ik oma zelfs voorstelde om te blijven slapen, maar dat zag ze niet zitten.
De volgende morgen lag er inderdaad een dik sneeuwtapijt van prachtige dikke plaksneeuw, ideaal om een sneeuwman te maken. Jij wist niet wat je zag: je eerste (bewuste) sneeuw ! Alledrie duffelden we ons goed in, deden laarzen aan, en gingen naar buiten. Jij vond de sneeuw koud en nat en dus niet geschikt om aan te raken, maar wel heerlijk om in rond te stappen en met een borstel papa te helpen terwijl die het voetpad vrijmaakte. Ik heb ook een grote sneeuwman gemaakt op amper 10 minuten, zó dik en stevig was de sneeuw ! Jij kon je er niks bij voorstellen, tot ik twee stukjes hout pakte om de ogen te maken, een twijgje nam als mond en een bosje gras als haar. Dadelijk wees je met je vingertje naar het gezicht, en zei in opperste verbazing: ‘Pompoen !’ Ik moest lachen, maar ergens heb je wel gelijk: het hoofd van een sneeuwman heeft wel wat weg van een pompoengezicht met Halloween. Je stapte nog vrolijk wat rond, begon te huilen toen je vastzat in de twintig centimeter sneeuw die was samengewaaid op het terras, en ging uiteindelijk met me naar binnen. Daar ben je wel een keer of twintig aan het raam gaan staan om ons de ‘pompoen’ te tonen. Jammer genoeg was wel de zon beginnen schijnen en bleek de sneeuwman niet zo stabiel te staan als ik wel had gehoopt, want amper een uurtje later viel hij om, tot je grote consternatie. Toen bleef je, denk ik, wel een half uur tegen het raam staan, terwijl je voortdurend herhaalde: ‘Pompoen pot ! Mama maak !’ Dat herhaalde je nog wat later nog maar eens door de telefoon tegen oma, die er uiteraard geen snars van begreep. Toen ik het haar uitlegde, moest ze lachen, en heeft ze jou dat wellicht nog een keer of vijf doen zeggen. Jij meende het in elk geval, want je keek heel erg ernstig. Kapotte sneeuwmannen, daar valt nu eenmaal niet mee te spotten !
Je woordenschat is ook een flink stuk uitgebreid. Je maakt nu al zinnen van drie woorden, gebruikt werkwoorden, en kan je behoorlijk goed uitdrukken. Soms sla je echte volzinnen uit je voeten, maar jij ben vooralsnog de enige die ze begrijpt. Regelmatig verras je me met een compleet nieuw woord, zoals nog deze morgen. Ik borstelde mijn haar, en jij wilde blijkbaar hetzelfde doen. ‘Mama ‘aar, Wof ook’. Ik gaf je je kleine zachte babyborsteltje, en jij wees naar het steeltje en zei: ‘Puntje’. En inderdaad, er zat een stompe punt aan de steel. Ik denk dat je heel veel woorden oppikt bij Nice, maar dat ik dat daarom niet altijd hoor.
Je hebt ook een heel eigen willetje: de laatste tijd ben je verzot op paté, en ik kan je echt nauwelijks iets anders doen eten. Ik laat je dan ook meestal kiezen, en bijna onveranderlijk kies je voor paté (choco en hagelslag behoren niet tot de keuzemogelijkheden, die komen alleen in aanmerking als je al twee boterhammen met iets anders hebt gegeten). Als ik dan toch aanstalten maak om bijvoorbeeld kaas te nemen, zeg je vol aandrang en zelfs bijna al huilend: ‘Nee mama ! Paté, paté ! Wof paté !’
En gisteren heb je het hele huis volgelegd met propere was. Ik geef het toe, er stonden twee volle wasmanden klaar om opgevouwen te worden, maar het was er nog niet van gekomen. Je hebt niks anders gedaan dan de manden uitgeleegd, weer opgevuld, weer uitgeleegd, er zelf ingekropen, opnieuw opgevuld met iets anders… En de wasspelden zijn tegenwoordig ook een favoriet speelgoed: als ik de doos niet wegzet, giet jij ze leeg en vind ik wasspelden op de gekste plaatsen. Door het feit dat je met de was had zitten spelen, wist je ook maar al te goed wat erin zat, en toen ik je in je bed wilde steken en je slaapzak nam, zei je resoluut: ‘Nee mama, niet diene. Diene !’ en je nam een dikke winterslaapzak met mouwtjes uit de mand. Er was geen doen aan, je wilde perse die bepaalde slaapzak, en aangezien het vrij koud is, heb je hem gekregen ook.
Soms vraag ik me af of ik je niet teveel toegeef. Maar als ik dan zie hoe voorbeeldig je je kan gedragen, en hoe goed je eigenlijk wel luistert, denk ik dat het al bij al best meevalt.