Het is dan al eens vakantie, en dan duurt het nog bijna twee weken voor ik schrijf. Ik ben zo intens met je bezig de laatste weken, dat ik op de momenten dat je slaapt, geen zin meer heb om het dan nog eens over jou te hebben, denk ik. Er is nochtans een pak gebeurd, dus verwacht je maar aan een lange update.
Het is echt al een rottige zomer geweest, en ik moet van elk moment dat het niet regent en buiten toch een beetje droog wordt, profiteren om jou buiten te laten spelen. Als het aan jou lag, speelde je elk moment buiten, ongeacht de regen of de temperatuur. Zolang je maar water hebt: je doet niets liever dan met je handjes in het water plonsen, bij voorkeur in je kleine vrachtwagentje dat je van Shura hebt gekregen. Als ik het je op foto laat zien, zeg je trouwens ook altijd ‘wa’, je woordje voor water. Je zeult er dan de gieter bij, en vraagt me om het op te vullen. Waarop je het meestal prompt uitkipt over je kleren heen, en dan kletsnat rondloopt. Je hebt ook een loopfietsje van me gekregen, eentje zoals je bij Nice ook hebt. Alleen heb je nog niet altijd door hoe je erop moet kruipen, en zit je geregeld achterstevoren.
Vorige week zaterdag zijn oma en opa langsgekomen om ons te helpen de schommel, die ze voor jou hebben gekocht, op te zetten. Het had nogal wat voeten in de aarde, maar was wel een gezellige namiddag. Jij stond erbij en keek ernaar, en zag dat het goed was. Uiteindelijk mocht je op de schommel zelf, maar het was nog een beetje met gemengde gevoelens: je wist niet goed of je blij of bang moest zijn. Ondertussen ben je er trouwens ook al een keertje afgedonderd: je vroeg me je te schommelen, wat ik dan ook deed, maar middenin besliste je plotseling af te stappen. Gelukkig ligt er een voetplankje in, zodat je daarop viel, en niet op de grond met de schommel tegen je kop. Even huilde je van het verschieten, maar iets later wou je perse toch weer op de schommel. Je bent dus duidelijk van geen kleintje vervaard.
Op maandag heb ik dan je speelhuisje opgezet, en dat is duidelijk een voltreffer: je loopt in en uit, zit er op je winniezetel, drinkt er je flesje in, leest een boekje, speelt verstoppertje… Ondertussen staat zowat ons hele huis vol speelgoed, maar ach ja, zo erg is dat niet zeker ?
Dinsdagnamiddag zijn we dan samen met oma naar de speeltuin in het Leen geweest. Jij vond het heerlijk, voor ons was het wat minder omdat net op dinsdag de cafetaria, waar we gehoopt hadden op een koffie, gesloten is. Jij speelde er niet minder om: er stond een peuterglijbaan, met drie treden, een huisje bovenaan, en een klein blikken glijding. Je kroop er zelf op, ging bovenaan zitten, en riep dan om mama of oma om je handje vast te houden. Beneden gekomen ploegde je enthousiast door het zand, en begon opnieuw. Er stond ook een soort verenwipplank, waar je opgeëist werd door een klein meisje Carina om mee te wippen/schommelen. En verder was er gewoon ook een hele grote hoeveelheid zand: het zat overal, tot in je luier toe, en de volgende dag nog steeds in je luier, maar dan via een andere weg :-p
Na een tijdje werd je moe, kreeg je je vieruurtje, en gingen we een wandeling maken met de buggy. Jij had daar niet veel zin in blijkbaar, zeker niet toen je een fazant in het vizier kreeg. Je begon wild aan je riempjes te trekken, en eenmaal uit de buggy ging je resoluut op het beestje af, dat er uiteraard vandoor ging. De verdere weg wilde je voortdurend naar fazanten zoeken, zodat we na vijf minuten al rechtsomkeert maakten omdat je zat te dreinen.
Woensdag hebben we samen het gras afgereden en een beetje buiten gespeeld, en ’s avonds kwam oma opnieuw om op jou te babysitten, zodat papa en ik eens naar de film konden.
Donderdag was het zowat de eerste echt mooie dag sedert een maand, zodat we het plan opgevat hadden om naar de zee te rijden. Jij was echter nogal moe, en met alle files in het vooruitzicht besloten we wijselijk om maar naar de Blaarmeersen te gaan. Een wijs besluit, voorwaar, en amper een kwartiertje met de auto. Vallery en oma kwamen mee, en nadat we ons tussen al het volk een plaatsje hadden gezocht, stroopte ik je kleertjes uit, kreeg je een zwempamper aan, een T-shirtje en je petje, en mocht je naar het water. Je ogen werden groot: “Wa ! Batchie !” Anderhalf uur lang heb je met oma aan de waterlijn gespeeld: water in, water uit, ganse poten zand naar oma brengen, met je lege yoghurtpotje spelen, je laten vallen in het water, plonsen, schateren. Je was doodop en wilde wel een koekje, en kwam dus met mama mee naar het gras. Toen je al zowat gans opgedroogd was en een nieuwe luier aanhad, ging je naar je blauwe zak, haalde er een tweede zwempamper uit, liep op oma af, ging demonstratief op je rug op de handdoek liggen, en vroeg: ‘Batchie’ ? Als het aan jou had gelegen, had je nog langer in het water gespeeld. Thuisgekomen at je amper nog iets, kreeg een flesje, en wou prompt je bed in. Niet zo verwonderlijk.
Vrijdag was het de bedoeling dat we eindelijk eens iets samen gingen doen met Leander en Ernest, de twee zoontjes van Gwen. Jij sliep echter lang, en rond drie uur pas kreeg ik Gwen eindelijk aan de lijn. Op dat moment moest ze nog boodschappen doen, zodat het uiteindelijk toch te laat was om nog iets te doen. We hebben dan maar wat gespeeld hier thuis.
Zaterdag hebben we allemaal lang geslapen, en na je badje en boterhammetjes nam papa je mee naar Ronse bij opa en omaly. Jouw peter Jeroen trouwde namelijk voor de wet, waarna we gingen eten, en dat ging echt wel wat te laat worden voor jou. Niet dat je het erg leek te vinden: er is altijd wel iets te doen bij opa en omaly, al was het maar kijken naar de grote staande klok. Die noem je trouwens niet meer ‘tietaa’, maar wel ‘kok’. Na een mooie plechtigheid en een heerlijk diner, konden mama en papa eens lang uitslapen en genieten van een ochtendje zonder jou. Tegen de middag waren we welkom in Ronse om te blijven eten, en jou daarna uiteraard weer mee te nemen. Bij aankomst moest ik opa’s haar bijscheren, het hele haar van nonkel scheren, en ik heb dan maar meteen jouw lange haartjes ook onder handen genomen. Jij liet je mooi doen, zodat je nu weer met een fris kort kopje rondloopt. Ook wat je nageltjes betreft is er een en ander veranderd: waar ik vroeger tegen je moest vechten om je nagels geknipt te krijgen, moet ik het je nu gewoon vragen. Je steekt dan netjes je handje uit, en wacht tot ik klaar ben.
Vandaag heb je me geholpen in de tuin: ik heb de kamerplanten verpot, en de bomen wat bijgesnoeid. Jij speelde ondertussen met het vele water dat in alle potten en potjes was blijven staan na de gigantische hoeveelheid regen van afgelopen weekend. Resultaat: een drijfnatte Wolf, die ik na een uurtje of zo toch maar heb afgedroogd en verse kleertjes heb aangedaan. Je vindt het vooral leuk om op de glijbaan te klauteren. Die is nog niet bevestigd aan de schommel, omdat dat te gevaarlijk zou zijn, maar ze ligt een heel pak minder steil op de vensterbank. Raar maar waar, het is heel erg stabiel zo. Jij klautert er voortdurend in, en speelt met het water dat in het kleine stukje blijft staan. Je hebt er vandaag ook al mijn wasspelden een voor een ingelegd.
Je bent ondertussen wel een koppig mormel geworden. Waar je vroeger altijd zo lief en gehoorzaam was, is dat nu wel wat veranderd. Je wilde niet eten om zes uur. Het is te zeggen: je wilde niet in je stoel, maar verkoos stukjes toegestopt te krijgen terwijl je rondloopt. Resultaat was dat je nauwelijks iets hebt gegeten, want je krijgt niks zolang je niet in je stoel zit. Je eiste stukjes kaas, terwijl er een boterham voor je neus lag. Toen papa je een stukje hesp voorhield, zei je resoluut nee. Toen hij het daarop op je bordje legde - dat je trouwens al op tafel had gezet, weg van je stoel - nam je het meteen op en gaf het hem heel kordaat terug. Papa en ik schaterden het uit: je bedoelde duidelijk: “Zeg, hou uw rommel zelf bij, als ik geen vlees wil, dan wil ik er geen !”
Nu wil je niet in je bed. Enfin, je vraagt wel om te gaan slapen, maar zodra je erin ligt, begin je te krijsen. Papa heeft je eerst nog even teruggehaald, maar na een half uur, waarin je voortdurend mijn aandacht opeiste, heb ik je terug in bed gelegd. Je ligt nu al een kwartier te krijsen, denk ik. (Update: na een half uur brullen heb ik je toch weer opgevist, vier plakken peperkoek gevoederd, je een hele tijd laten spelen, en na een uur weer in bed gelegd. Nu slaap je tenminste.)
Je wordt een klein verwend mormel, Wolf, en ik weet niet goed hoe ik dat kan veranderen. Het is niet dat je altijd alles van me krijgt, verre van. Maar met dit gedrag haal je het bloed van onder mijn nagels. Ik zal blij zijn als je weer naar Nice mag, als je nog lang zo verder doet.