Weekendverslagje

Gecategoriseerd onder: Buiten spelen, Gewoon verslag — Mama om 11:28 am op Monday, April 2, 2007

Een heerlijk weekend achter de rug :-) Ik heb het gevoel dat jij er ook van genoten hebt, snoetie, ook al was ik relatief vroeg weg ’s avonds om de Carmina Burana te gaan zingen.

Vrijdag ben ik je rond kwart voor vijf van de speelplaats gaan plukken, waar je alweer pottezwart in de aarde zat te spelen. Hier thuis heb je nog wat buitengespeeld, en tegen half zes was papa thuis, zodat ik kon gaan zingen.

Zaterdag mocht jij rond acht uur in bed komen spelen met papa (ik moest even weg, een sleutel gaan brengen), en toen ik thuis kwam, zaten jullie al lekker samen, fris gewassen en gekleed, aan tafel te ontbijten. Jij vond het wel leuk dat het weekend was, dat we allebei thuis waren, en dat de zon zo vrolijk scheen. Het duurde niet echt lang voor we buiten zaten: er moest was opgehangen worden en dergelijke. Iets later ben jij met papa naar de Delhaize getrokken, er was nog geen eten voor ’s middags in huis. Dat vind je precies ook altijd leuk, mannen onder elkaar.
Terwijl papa daarna de worteltjes en aardappelen opzette en de worsten in een pan gooide, zijn wij tweetjes naar de Brico gegaan: we hadden curverboxen nodig voor in de garage, en tweezijdige kleefband om jouw naam in houten letters op je kamerdeur te kunnen zetten. Tot jouw immense vreugde waren er nog autokarren, en voor ik het goed en wel besefte zat je al achter een stuur, had je je gordel vastgeklikt, en was je al uitgebreid aanwijzingen aan het geven waar ik naartoe moest. Kleine pruts! Thuis hebben we dan die lettertjes opgehangen, en smakelijk gegeten. Als er maar gehakt in zit voor jullie!

Daarna kon je niet snel genoeg je laarsjes aanhebben om buiten te spelen! Je vindt die laarzen trouwens heel interessant: je kan ze probleemloos en supersnel zelf aan- en uitdoen, en op die manier ongestoord in en uit lopen. Van mij niet gelaten, ik heb de zandbak nog niet opengedaan :-p
Rond een uur of drie was het Colruyttijd, iets waar jij nog altijd naar uitkijkt omwille van de transportband waar je met kar en al moet op gaan staan. Daarna hebben we nog meer van het heerlijke weer genoten, en ben ik er uiteindelijk vanonder gemuisd richting koor.

Zondag was dan weer een klassieker: eerst slapen tot acht uur (je respecteert gelukkig het uur, je herkent het cijfer acht op je wekker), dan een klein uur spelen bij ons in bed, gevolgd door een bad, en daarna versgebakken boterkoeken en croissants. Daarna heb je me flink geholpen bij het maken van tiramisu: je kan gigantisch goed roeren, en nog véél beter likken! Daarna kwam voor jou het moment suprême van de dag: je muggennet of klamboe werd eindelijk opgehangen! Papa en ik hadden dat al lang beloofd, maar we waren het telkens weer vergeten. Samen hebben we papa opgetrommeld om een gaatje in het plafond te boren en daar een haakje te bevestigen, en dan werd het net vakkundig opgehangen en tot een huisje gedrapeerd rondom je bed. Je voelde je de koning te rijk!

Papa had intussen uitgebreid zijn heerlijke spaghetti klaargemaakt, en het verbaast me telkens weer hoeveel je kan eten wanneer het je smaakt.  Je had al die twee koffiekoeken binnen, weet je wel! Daarna moest er weer dringend buitengespeeld worden, hebben we samen de hondendrollen opgeruimd, paardebloemen uitgestoken en wel meer van die onzin. Tegen half drie was nonkel Faust hier, en heb je een enorm stuk tiramisu naar binnengespeeld. Ik dacht echt dat je misselijk ging worden, snoetie!
Uiteindelijk hebben we je ’s avonds weer in bad gezet en grondig gewassen en afgespoeld, want je was weer eerder grijs dan roze :-p Tegen dan was je uitgeteld, en hing je tegen ons aan in de zetel. Om kwart voor zeven, een pak vroeger dan je tegenwoordig gewoon bent, kroop je gewillig onder je muggennet in je bedje, en we hebben je niet meer gehoord. Flink zo!

Deze morgen hebben we je wakker gemaakt: om half acht stonden de werkmannen hier voor onze nieuwe badkamer, en ging je toch geen oog meer dicht kunnen doen hebben. Je hebt het al vreselijk druk gehad met kijken en nauwlettend in de gaten houden wat ze precies uitspoken. Toen Facq de toestellen kwam leveren, heb je zelfs op het laadplatform mogen staan, en mee naar boven en beneden gaan. Angstvallig hield je mijn hand vast, maar wist tegelijk niet hoe trots je wel moest kijken!

Nu gaan we spaghetti eten en daarna buitenspelen en genieten van het mooie weer. Morgen zal het wellicht een pak kouder worden.

Suburbia, 8.15

Gecategoriseerd onder: Op stap — Mama om 9:09 am op Monday, April 2, 2007

Over dinsdagmorgen heb ik het volgende kroniekje geschreven, kleine Wolf. Het is wel niet rechtstreeks aan jou gericht, maar aangezien het eigenlijk wel rond jou draait, vond ik dat het hier wel paste.

“Flink ingeduffeld in een dikke winterjas stappen we de straat op, het prille lentezonnetje tegemoet. Wij, dat zijn mijn zoontje van drie en ik, zijn kleine warme handje in mijn hand, zijn boekentas in mijn andere hand. Onze hond springt uitgelaten mee tot aan het tuinhek, en kijkt ons dan teleurgesteld na. Poes is nergens te bespeuren, of die was wel een flink eind meegelopen.

Een klein wolkje damp vormt zich bij elke ademhaling, maar echt koud is het niet: de zon schijnt, en de wereld wordt wakker. Wolf huppelt vrolijk naast me mee, en kan het niet laten even in elke vrijstaande brievenbus te piepen. Sommige zijn al leeg, in andere wacht, tot zijn grote vreugde, de krant nog tot haar lezers buiten komen sloffen om ze op te halen.
Er wordt enthousiast gezwaaid wanneer de apotheker met dochtertje op de achterbank toeterend voorbij rijdt, en even later stopt papa zelfs eventjes, op weg naar kantoor. Wolf zet het even op een lopen, wil de auto’s bijhouden, maar ziet gelukkig snel in dat dat niet bepaald tot zijn mogelijkheden behoort. Even later voel ik opnieuw zijn handje in de mijne: “Ik ben wel moe van het lopen hoor mama!”

Rustig stappen we verder langs de voortuintjes. Een werkman van de gemeente stapt uit een pickuptruck, en tot Wolfs ontzetting rijdt die daarna verder. Het kost me moeite hem te overtuigen dat de vrachtwagen gewoon het pleintje rondrijdt om daarna te parkeren. Pas als hij dat met eigen ogen heeft kunnen bevestigen, is hij gerustgesteld. “Dat was wel raar hé mama!”

Ondertussen worden we voortdurend ingehaald door fietsers met kleuters in het kinderstoeltje. Het verbaast me telkens weer dat ze Wolf allemaal kennen en hem vrolijk toeroepen. Hij zwaait terug, en geeft me tekst en uitleg bij de passanten. Aan de schoolpoort zelf is het natuurlijk drukker, en we zijn zelfs een half minuutje te laat: we zien net zijn rij naar binnen gaan. Ontzet sleurt hij me mee naar binnen (ik moet zijn vermiste muts zoeken) tot hij de rang vervoegd heeft, geeft me snel een kus op de wang, en vergeet me dan. ‘Zijn kinderen’ eisen immers al zijn aandacht op: Evert grijpt zijn hand, Sara wil haar nieuwste knuffeltje tonen, en zelf is hij al bezig zijn inderhaast uitgespeelde jas aan de kapstok te hangen.

Stilletjes muis ik ervan onder, nadat ik zijn muts - die gewoon op een andere kapstok hing - in zijn mouw heb gepropt. Een paar meter voorbij de school overvalt de stilte me opnieuw. Genietend van de koude ochtendlucht stap ik verder, en dan krijg ik plots een beeld dat zo lijkt weggelopen uit ‘The Truman Show’: gelijktijdig gaan twee voordeuren van villa’s open. Uit de ene komt een man in keurig pak naar buiten, uit de andere een huisvrouw in ochtendjas en op sloffen. Beiden dragen een doos oud papier naar de straatkant, en zetten die netjes naast de brievenbus. Ze knikken even beleefd naar elkaar, en verdwijnen dan weer naar binnen. Ik kan een glimlach niet onderdrukken.

Even later pluk ik zelf de krant uit de brievenbus, en verdwijn op mijn beurt door mijn voordeur naar binnen. En als u me nu wil excuseren, ik moet nog de was ophangen.”

« Vorige pagina