Van feestjes, ziekenhuizen en steunzolen

Gecategoriseerd onder: Familie, Feest, Lang verhaal, Pis- en kakverhalen, School, Ziek — Mama om 11:02 pm op Sunday, December 3, 2006

Tsja, dit wordt wellicht weer een erg lang verhaal, aangezien er zoveel is gebeurd sinds mijn laatste berichtje.

Ik moet al de foto’s raadplegen om te weten wat we weer allemaal hebben uitgespookt. In jouw geval is dat letterlijk op te vatten: je bent een klein spookje! Ik heb enorm moeten lachen: op een bepaald moment was ik rustig aan het werken aan mijn PC, en jij was met papa je pyama gaan halen. Plots hoor ik een groot gegiechel en een ge-stttt! de trap afkomen. Ik doe uiteraard alsof ik niks hoor, en werk rustig verder. En wat zegt er plots boe naast mij, waardoor ik verschrikkelijk verschiet? Twee spoken! Je viel bijna omver van het lachen toen ik “verschoot” :-)

Enfin, ik was gebleven bij het einde van de herfstvakantie, toen ik jou weer ging oppikken in Zomergem. Oorspronkelijk ging je maar tot vrijdag blijven, maar ik heb oma heel diep in de ogen gekeken, en gevraagd of je soms nog een nachtje langer mocht blijven zodat papa en ik nog samen konden gaan eten. Ze moest lachen, en stemde toe. Toppunt is dat ik me die avond alles behalve goed voelde, zodat we ook het restaurant hebben afgebeld. Al bij al was ik wel blij dat jij er niet was: ik voelde me gewoon slecht. Zaterdag ging het al wat beter, en ben ik jou kort na de middag komen halen. Zoals altijd was je blij me te zien, maar had je het dik naar je zin gehad in Zomergem. Jullie waren samen naar omoe geweest (waar je haar een boterkoek had afgeluisd), naar verschillende winkels, en hadden vooral veel gespeeld. Je vond het trouwens niet erg om nog voor één keertje in een klein bedje te slapen, maar ik vrees dat dat de volgende keer geen waar meer zal zijn. Mijn kleine jongen wordt groot, jaja.

Zondag werd weer een hele onderneming: zoals altijd aten we ’s morgens versgebakken boterkoeken en croissants - één van de weinige momenten trouwens dat jij altijd compleet zwijgt, het valt me telkens weer op - speelden we een hoop, bouwde jij nog maar eens met alle kussens uit de zetel een grote berg (die jij trouwens om onbegrijpelijke redenen je kelder noemt), en maakten we ons tegen half vijf klaar om te vertrekken. We waren uitgenodigd op het geboortefeestje van je neefje Alexander, en je kreeg daarom je mooiste kleertjes aan. Het was in dezelfde feestzaal als het trouwfeest van nonkel Jeroen en tante Delphine, en papa en ik reden dan ook op automatische piloot. Pas toen we aan de feestzaal zelf stonden, viel ons te binnen dat dat de verkeerde was, en vlak bij het ouderlijke huis van Delphine. Een en ander resulteerde erin dat we pas tegen zes uur in de feestzaal aankwamen, een pak later dan bedoeld. Het grappige was, dat Sepp en Sofie achter ons aan waren gereden, en dus ook verkeerd en te laat waren, en dat we hen eerst niet eens hadden opgemerkt!
Hoe dan ook, toen we er eenmaal waren, was jij in je sas: er stond een springkasteel! Gelukkig maar, want er was gigantisch veel volk en immens veel kinderen, en anders was je gegarandeerd al na vijf minuten lastig beginnen doen door de drukte. Nu konden we dat nog rekken tot pakweg zeven uur. Toen was je hondemoe, had je last van het vele volk, en kreeg je vooral ook veel honger. De hapjes op de receptie waren overvloedig, maar niet echt geschikt voor kleine jongetjes. Gelukkig hadden we noodrantsoenen mee in je ‘handtas’ - dat is de naam die je aan je blauwe zak geeft, waarin altijd wel reservekleren zitten, natte doekjes, een paar koekjes en een flesje water. We waren trouwens amper een paar 100 meter ver op een grote dubbele baan, toen jij met de mededeling kwam dat je moest plassen. Toch maar het zekere boven het onzekere gekozen, en een noodstop gemaakt. Je mocht langs de kant van de weg in het gras plassen, en vond dat nog best leuk ook. Thuis kreeg je nog snel een boterham, en ging je dadelijk in bed: je was doodop.

De juf kon dat de volgende dag trouwens wel zien, zei ze: je was hangerig en wilde voortdurend slapen. Tsja, een zwaar weekend gehad, he kleintje!

Maandag kreeg ik een telefoontje van dokter Rijckaert, de kindergastro-enterologe van het UZ die jou onder haar vleugels heeft genomen. Ze had jouw geval nog eens besproken met de heren professoren van de dienst, en ze vonden het heel erg bizar dat het probleem van je diarree zo persistent bleef, terwijl je er precies toch geen last van had. Daarom wilde ze dat we even langskwamen in het ziekenhuis voor een bloedafname, en ook om een pot te komen halen voor een 24-uurs urineverzameling. Ik hield mijn hart al vast: hoe gingen ze er in hemelsnaam in slagen om een naald in jou te steken zonder dat je moord en brand ging schreeuwen en de hele boel op stelten zetten? Ik had je wel al voorbereid op het feit dat je een spuitje ging moeten krijgen, dat kende je namelijk van mijn hormoneninjecties. Ik had je ook beloofd dat het niet erg ging zijn, maar dat het misschien een heel klein beetje pijn kon doen.
Op het moment zelf, de eerstvolgende woensdag, kon ik je compleet afleiden, voelde je het prikje in je hand nauwelijks, en keek je gewoon even wat die verpleegster aan het doen was. Je gaf gewoon geen kik, en vond het ook helemaal niet erg. Ik glom van trots, want ook de verpleegster was onder de indruk. Hehe.

De volgende dag kwam je alweer in een doktersomgeving terecht: we mochten je steunzolen ophalen bij podoloog Kenneth. Ook daar had ik je uitgebreid op de hoogte gebracht van wat je mocht verwachten. Het hielp wel dat je het begrip steunzolen wel kende omdat ik er zelf ook heb, en je me die dingen al regelmatig hebt zien versteken van het ene paar schoenen naar het andere.
Toch schrok ik toen ik ze zag: ze waren wel heel erg hoog, en gingen de stand van je voetjes wel heel erg grondig veranderen. Kenneth waarschuwde me dan ook: het zou best kunnen dat je erover ging klagen, dat je voeten pijn gingen doen, of je knieën, en dat je kramp kon krijgen in je kuiten. Hij raadde me aan je geleidelijk aan te laten wennen aan die dingen, en ze dus na een paar uur al uit je schoenen te halen de eerste dagen. Opnieuw vreesde ik dus het ergste, en opnieuw verbaasde je me, kleine snoet. We legden ze in je schoenen (nieuwtjes trouwens, hoge waterdichte oranje hippe dingen waar je gek van bent) en trots stapte je rond, zonder een kik te geven. Je vond het helemaal niet erg, zei je.
De volgende dag gaf ik toch maar een briefje mee voor de juf, met de vraag het in de gaten te houden en de steunzolen er ’s middags toch uit te halen. Toen ze dat rond de middag dan ook wilde doen, protesteerde je, en zei je dat ze helemaal geen pijn deden. Pas na enig aandringen mocht ze ze er toch uithalen. Op vrijdag weigerde je resoluut: je vond ze goed en ze moesten blijven. Ze heeft ze dan ook maar laten zitten, en sindsdien draag je ze onafgebroken.
Het is ons wel opgevallen dat je zekerder stapt, en dat je ook minder valt. Wellicht voel je zelf ook de stabiliteit die ze jou geven. Ik ben in elk geval dolbij dat je ze accepteert, en dat we dus de mogelijkheid krijgen jouw voeten te corrigeren.
Lieve lieve schat van me!

Geen opmerkingen »

Nog geen opmerkingen.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Laat een opmerking achter

XHTML: je kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>