Een nieuwe kamer!0
Ach ja, alweer een pak te vertellen. Ik moet het mezelf maar opleggen sneller te schrijven, nee?
Die woendag heb ik dan toch nog gebeld naar de dokter, maar die was aan het verzuipen in het werk en wilde je pas de donderdag zien. Ik had me daar al bij neergelegd toen hij terugbelde: er had iemand geannuleerd, en je mocht komen om acht uur. Zijn diagnose was kort en krachtig: beginnende bronchitis, dus slijmoplossers, iets om je hoest ’s nachts stil te leggen zodat je kon slapen, en jammer genoeg ook antibiotica. Anders ging je hoe dan ook nog voor de bijl gaan, liefje, en dan was ik er liefst maar meteen vanaf. Om half negen ben ik dan nog naar de apotheek van wacht gereden (ik vond hem nog niet direct) en het was negen uur voor je in je bed lag. Papa had nog moeite gehad om je wakker te houden. Gelukkig had de dokter je klaar en duidelijk gezegd dat een poepsnoep noodzakelijk was, en je maakte er niet teveel problemen van.
Je hebt gelukkig rustig doorgeslapen, je kreeg je antibiotica mee naar school, en je bent er vrij snel vanaf geraakt. Die hoest was echt wel smerig!
Donderdag heeft papa jou van school afgehaald, en je vond dat maar wat leuk! Ik moest namelijk weg en kon onmogelijk op tijd terug zijn voor jou. Vrijdag was het alweer vrijwel zes uur voor ik je ging ophalen: ik was eerst gaan verderwerken aan mijn mozaiek, en ben toen nog kleren gaan kopen, onder andere een heel leuke bleke broek voor jou, eentje met een goeie rekker. Dat laatste is een probleem: ik heb genoeg broeken voor jou, maar een aantal daarvan heeft een riem nodig, en daar kan jij zelf niet mee overweg. Je bent ongelofelijk trots dat je zelfstandig op je potje kan (soms vind ik zelfs gewoon een vol potje in de keuken zonder dat je me iets gezegd hebt) en met een broeksriem lukt dat niet natuurlijk.
Zaterdag was je papa onverwacht toch thuis op de middag, en hebben we gezellig samen gegeten: je blijkt bloedworst wel lekker te vinden. Daarna is hij wel nog naar kantoor getrokken, en jij en ik zijn naar de Colruyt gegaan. Je bent echt toch een wijs ventje, snoetie. Tot grote hilariteit van de omstaanders heb je vrijwel de hele tijd zitten zingen, versjes opzeggen, commentaar geven op de mensen rondom je, en onnozel zitten doen met de produkten in de kar. Tot je grote vreugde is zaterdagnamiddag ook proevertjesdag, zodat je zowel wat chocolade, als een paar koekjes hebt binnengespeeld. Je had al twee stukjes chocolade van me gekregen, en toen vond ik het voldoende. Je vroeg om meer, en mijn standaard antwoord was: “Het is genoeg hoor, snoetje, en trouwens, de chocolade is op.” “Niet waar, mama, daar ligt nog veeeeeeel!” Ik kan je echt niks meer wijsmaken. Een opmerking dat je buikje zou kunnen pijndoen, en dat je dan straks nog wel iets kreeg, bleek ook voldoende te zijn.
Zondag was ook lekker rustig. Eerst hebben we, uiteraard, een uurtje in het grote bed boven gespeeld, en daarna gingen zowel jij als papa onder het scheermachien: tijd voor een grote opkuis op haargebied! Je haar was echt lang geworden, en er is ongeveer drie centimeter afgegaan. Jij laat je ongelofelijk mooi doen: je zit netjes stil, en ik mag je hoofdje naar alle kanten draaien en netjes alles scheren zoals ik het wil. Ik haast me natuurlijk wel een beetje: het mag ook geen eeuwen duren. Daarna mag je vanuit je bad toekijken hoe papa’s haar eraan gaat
, een pak korter nog dan dat van jou. Daarna ben ik al naar beneden gegaan om de boterkoeken en croissants te bakken, en ja hoor, een half uur later verschenen twee frisgewassen en -geschoren kopjes aan de ontbijttafel.
Het zondagse ontbijt is trouwens een van de weinige maaltijden waar jij bijna geen woord zegt: je hebt het veel te druk met het zorgvuldig binnensteken van je boterkoeken. Jawel, meervoud: je eet er twee! Van de weeromstuit is dan het zondagse middagmaal een stuk later, maar dat is totaal niet erg: papa en ik hebben dat zelfs graag. Ik had kip gemaakt met kokosmelk, een Thais gerecht, en jij vindt dat duidelijk echt wel lekker, zeker met basmatirijst. Alleen moet ik ervoor zorgen dat het niet te pikant wordt.
In de namiddag moest ik dan weg: een artiestenmis met Koen Crucke gaan zingen, een Gentse operazanger. Jij bent gewoon dat ik op zondagavond jullie in de steek laat om te gaan zingen, maar dit was wel wat vroeger natuurlijk. En toen ik terugwas, tegen acht uur, zat jij al lang weer in je bedje.
De rest van de week was hectisch, voor ons alledrie. Maandagmorgen mocht je naar school, zoals altijd met de grote glimlach. Papa was al rond zes uur vertrokken, lang voor wij op waren. ’s Avonds kon ik je wel om vijf uur ophalen, maar had ik om zes uur alweer oudercontact, zodat Anaïs met jou kwam spelen. Ze had een paar kleurplaten afgedrukt, en jij zag dat helemaal zitten: je kwam dadelijk met je kleurtjes aandraven. Eerst hebben we nog snel samen gegeten (jij en ik hadden duidelijk honger), en toen ik thuis kwam, was papa al thuis en Anaïs dus weg. Je had hem wel niet meer gezien, jammer genoeg.
Hetzelfde gold voor de dinsdag: papa was alweer rond zessen weg, en wij hebben ons dan nog overslapen ook, zodat je een kwartier te laat op school was. Dat is geen ramp, maar het stoort natuurlijk wel het klasverloop van de juf. Het werd me toen nog eens duidelijk hoe graag je wel naar school gaat, en hoe goed je je er voelt. We hingen je jas aan je kapstokje, en toen stak je zelf al de klasdeur open. De kinderen zaten in een cirkel op de bankjes, en je werd met een luide hoera verwelkomd. De juf zei: ‘Kijk, daar is Wolfje toch nog!’ en Helio schoof onmiddellijk een beetje op en riep naar jou: ‘Hier Wolf, hier, bij mij zitten!’ Jij rukte de schooltas uit mijn handen, keek niet meer om of op, maar begon dadelijk luidkeels te vertellen en ging op je plaats zitten. Er zat voor mij niks anders op dan de deur zachtjes dicht te trekken en glimlachend naar mijn auto te gaan ![]()
Iets daarvoor was je nochtans minder goed gezind: je miste je papa blijkbaar, en was ontroostbaar aan het huilen omdat je hem geen kusje had kunnen geven. Ik kreeg je niet rustig, zodat er niks anders opzat dan papa even te bellen, zodat je hem tenminste op die manier kon horen. Jij werd er rustig van, maar ik weet dat ik je papa’s hart heb gebroken: hij had het er zelf ook knap lastig mee dat hij je deze week zo weinig zag.
Dinsdagavond kon ik je gelukkig wel zelf ophalen, en hebben we ook rustig gespeeld. Woensdagmorgen trok je al met een groot hart naar school: ze gingen die dag jouw nieuwe meubels voor in je kamertje leveren! Jammer genoeg was er nog steeds niks toen ik jou opnieuw ging ophalen. Geert was tegen dan al langsgekomen om ons te helpen met het in elkaar vijzen van de meubels, en was meegewandeld naar jouw school, met Catullus aan de leiband. Dubbele verrassing voor jou dus bij het buitenkomen uit de school: niet alleen Geert, maar ook nog eens de hond!
Samen zijn we, genietend van het prachtige weer, naar huis gewandeld, hebben er stoverij met frietjes gegeten (waarbij jij alle champignons opeiste uit mijn bord), perenflan gemaakt, en vooral gewacht tot de mannen van de Weba langskwamen met je meubels. Intussen wist ik al dat het tussen 13.30u en 16.15u ging zijn, en ja hoor, 16.15u werd het dan ook. Geert en ik hadden erop gerekend rustig alles in elkaar te kunnen zetten, maar tegen kwart over zes waren we net klaar met je grote kleerkast en je bed. Gelukkig kwam papa thuis op dat moment, zodat hij zich met jou heeft beziggehouden en Geert en ik je kamer ’slaapbaar’ konden maken: alle rommel eruit, en het bed netjes opgemaakt met een groot donsdek en een dik hoofdkussen. Je voelde je de koning te rijk, en lag te lachen in je bedje. Geert zei het ook: je snoetje toen je je kamertje zag, was goud waard.