Gecategoriseerd onder: Lang verhaal, Op stap — Mama om 7:51 pm op Wednesday, February 1, 2006

Je ligt rustig te slapen na een vermoeiende voormiddag, liefje. Bernice kon vandaag niet omdat ze met haar zoon naar de tandarts moest, maar op woensdag is dat zo erg niet. Je was wakker om half negen met een gigantische kakbroek, zodat ik je maar meteen heb ververst, zoals je zelf vroeg. Je pyama, slaapzak en beddengoed zitten al in de wasmachine, trouwens. Daarna heb je bij mij in bed je flesje leeggedronken en nog ongelofelijk zitten spelen en knuffelen. Net zoals je soms met open armen op me af kan lopen om een kusje te krijgen/geven, kan je ook soms expliciet om een ‘kuffel’ vragen. Dan sla je je armen heel stevig om me heen, en moet ik hetzelfde doen terwijl ik over je rug wrijf. Je legt dan je hoofdje in mijn nek en maakt kirrende geluiden, heerlijk.
Tegen halftien speelde je twee sandwichen naar binnen (yep, er zat weer tijd tussen je fles en je ontbijt, vandaar) en daarna zijn we samen naar de Colruyt gegaan. Daar was je bijzonder rustig: ik denk dat je wat moe werd. Opnieuw thuis kreeg je kip met pasta in zoetzure saus voorgeschoteld, en je liet het je smaken. Nog een halfuurtje knuffelen en spelen (”Mama zotte mol !”) en je was rijp voor je bedje. Het doet wel raar, zo zonder papa. Vanaf vandaag is het kantoor van Netlash immers verhuisd naar het centrum van Gent, zodat papa niet meer thuis is om te eten ’s middags, en wellicht ook lang niet altijd ’s avonds. Je begrijpt het nog niet goed, en vraagt vaak naar hem. Je hebt hem dan ook sinds gisterenmorgen niet meer gezien, en ook vanavond lig je wellicht al in je bedje als hij thuiskomt. Maar vol overtuiging zeg je dan ‘Papa werken’, en blijkbaar kan je je daar mee verzoenen.
Je hebt nochtans de laatste tijd wat last van scheidingsangst: je mama mag niet vaak uit je gezicht verdwijnen. Zelfs als ik zeg dat ik de hond ga eten geven of hout ga halen voor de kachel, kom je me vaak achterna zodat je me kan zien of op zijn minst kan horen. Zondag bij Omaly wilde je daarom wellicht ook niet slapen: je was hondemoe, maar bang dat ik je zou achterlaten daar, en begon steevast te huilen als ik je in je bed legde. Nochtans slaap je daar anders heel goed en zonder problemen. Tsja… Je mama, nietwaar ?

* Vorige week gingen we in de motregen naar de Lidl, en bij het terug buitenkomen liet je toch wel je beertje vallen zeker ? Het arme beestje was volledig nat en vuil, zelfs jij zag dat in en wilde het niet pakken. Ik beloofde je dat je thuis een ander kreeg, een proper, en dat ik dit beestje ging wassen. Gelukkig maak je daar nog steeds geen probleem van. Toen het droog was, ging je weer aan iedereen verkondigen dat je beestje weer proper was, en dat het zo lekker zacht aanvoelde. Ach, de geneugten van wasverzachter :-)

* Waar je je de laatste tijd rot mee amuseert, zijn protkusjes :-p Je doet alsof je ons heel lief een kusje wil geven, maar grijpt met beide handen ons hoofd vast, plant je mond stevig op onze kaak (of buik of arm of waar dan ook) en blaast stevig, wat natuurlijk resulteert in een pracht van een protgeluid. Wij verschieten (uiteraard) en jij giert het uit ! Je krijgt ze ook wel graag, want dat kriebelt blijkbaar, vooral op je voetzolen. Daar durf ik wel eens een protkusje planten als ik je een verse luier aandoe.
Ik moest lachen toen ik een mailtje van oma uit Peru las: blijkbaar denkt ze dat het om plofkusjes gaat. Ook een goed woord natuurlijk, maar voor jou lang niet zo amusant !

* Papa en ik (en bij uitbreiding iedereen eigenlijk) moeten erg beginnen opletten wat we zeggen of doen in jouw bijzijn. Je bent een echt aapje geworden, en vorige week moest ik verschrikkelijk lachen om wat ik zag. We zaten samen aan tafel boterhammetjes te eten, en Catullus was naast jouw stoel komen zitten. Hij weet dat hij niet mag schooien, maar als er iets van jouw bord valt, kan hij er maar beter snel bijzijn, vindt hij. Plots rook hij iets wat hem wel interesseerde, en hij duwde zijn neus tegen de rand van jouw stoel.
Dadelijk stak jij bestraffend een vingertje op en zei met barse stem: “Catullus ! Neen ! Mag niet ! Stoute hond ! Eten hmblbl Wolfje, nie hondje ! Domme ! Zit ! Been ! ” Je trok er zo’n ernstig gezicht bij en je meende het zo hard, dat ik dubbel toe lag van het lachen en jij me niet-begrijpend aankeek. Had je iets verkeerd gedaan, misschien ? De hond keek toe, en vond dat hij niet hoefde te luisteren.

* Je hebt een paar dagen geleden ontdekt dat je eetstoel ook een plank heeft waar je voeten op staan, en dat dat een ideaal tafeltje is als je op de grond zit. Zo maak je dan een huisje door de stoel helemaal tegen de tafel te schuiven, en onze gewone stoelen dicht bij je te trekken zodat ze het licht wat afsluiten. Op die manier heb je maandagavond zitten eten. Je bordje stond op de voetplank, je bekertje ook, en jij zat netjes op je knietjes en speelde acht boterhammen van een klein blokje (zonder korst) naar binnen. Om één of andere reden kon ik het je niet verbieden, je was zo braaf en zo opgetogen :-)

* Telkens we met de auto voorbij de Lidl passeren, wijs je enthousiast naar het uithangbord en zegt “Winkel ! Kar !” De Lidl is de dichtstbijzijnde supermarkt, en ik gebruik hem dan ook als buurtwinkel. Jij gaat dolgraag mee, en krijgt dan al in de auto een ‘centje’ in handen. Trots als een pauw stap je er dan mee naar de rij karren, kiest er een uit, wijst ze me aan en zegt: ‘Dienen !” Ik krijg dan het muntstuk van jou en zet je in de kar. Als we dan weer buitenkomen, geldt het omgekeerde patroon: ik haal jou uit de kar, zet de kar terug in de rij, en jij krijgt van mij het centje terug, tot we in de auto zijn en het weer op zijn plaats moet.
Je bent in de Lidl trouwens ook altijd heel grondig aan het kijken wat de grote machine aan de ingang doet. Het is een groot vierkant blaastoestel dat aan het plafond hangt, en in de winter warme lucht en in de zomer koude lucht blaast. Soms ligt het ding net aan, en dan blaast het met veel lawaai volop warme lucht naar de kassa’s. “Machien lawaai ! Grote waai ! Lekker warm !” Als het uitligt, vertel je me wel een keer of tien dat het machien stil is, en dat ik het niet wakker mag maken. Soms zeg je zelfs: “Machien dood ! Niet wakker maken, mama !”

* Ik weet trouwens niet wat Omaly en Bompa je dit weekend allemaal wijs hebben gemaakt, maar het heeft wellicht wel te maken met nonkel Gustaaf en het feit dat hij weer niet op tijd was om zich te wassen en te komen eten op zondag. Soms zeg je namelijk, zomaar uit het niets: “Nonkel Taf ! Nonkel Taf stout !” en je meent het heel erg hard.