Dinsdag 31 januari 2006
Sinds de kerstvakantie heb ik niet meer de moed gevonden om nog te schrijven, en toch is er veel gebeurd, liefje. Ik vrees dat ik alweer een aantal dingen ben vergeten, maar ik ga mijn best doen, snoetie.
Nu is het kwart over negen ’s avonds, en je bent ongeveer een kwartier aan het slapen. Gelukkig is papa niet thuis, want dan was je wellicht nog aan het spelen hier. Rond kwart over acht ben je immers in je bedje gegaan: netjes tandjes gepoetst, slaapzak aan, grote knuffel, en in bed. Amper tien minuten later was je al aan het huilen, en na een paar minuten bleek duidelijk dat je niet zomaar ging ophouden. Ik dus naar boven, maar je maakt er de laatste tijd een gewoonte van om vol overtuiging te zeggen: ‘Wolfje wakker’ en dus nog een half uur tot een uur te mogen spelen. Het resultaat is dat we je dan ’s morgens moeten wakker maken, en dat je overdag ook nog een flink tijdje slaapt. Toch denk ik, nu je bijna twee jaar wordt, dat je misschien stilaan kan overschakelen op niet meer slapen overdag, en dan ’s avonds wat vroeger in je bed. In elk geval mocht ik dus weer naar boven, en ja hoor: je stond recht in je bed, keek me aan met die grote blauwe kijkers van jou, en zei: “Wolfje wakker, niet sjapen !” Dat was buiten je mama gerekend: ik heb je duidelijk gemaakt dat dat niet kon, dat je stout was, en dat kleine jongens moeten slapen. Ik heb je dan, terwijl je bleef brullen, een nachtzoentje gegeven op je voorhoofd, heb je vriendelijk slaapwel gewenst, en gezegd dat ik niet meer terugkwam. Dat was tegen twintig voor negen, en ik maakte me sterk dat ik niet voor negen uur ging reageren. En ja hoor, vijf voor negen viel je al min of meer stil, met af en toe nog een opflakkering. En tegen negen uur was het muisstil. Ik durf alleen niet je kamer binnen te gaan om te kijken of je wel toegedekt ligt, maar eigenlijk geeft dat niet, want je kamer is verwarmd en je hebt een slaapzak aan, net om de reden dat je je altijd blootwoelt. Je wordt namelijk steevast wakker als ik binnen durf te gaan om bv. je verwarming uit te zetten als we gaan slapen, en dan heb je soms moeite om weer in te slapen, met alle gevolgen vandien.
Waar was ik gebleven ? Oh ja, dinsdag 10 januari. De woensdag zijn we samen even naar Sofie en de meisjes gegaan: ik wilde nog wat foto’s aan Sofie geven, en ik had ook een hoop kleren van haar die ik nog moest teruggeven. Meteen wilde ik ook wat kleertjes doorgeven voor Ines. Jij begon meteen te spelen, maar de meisjes waren in een ruziestemming, en waren dus niet de beste speelkameraadjes. Het viel me zelfs op hoe stil je wel was, wellicht omdat je ruzie niet gewoon bent. Uiteindelijk bleef je alleen over, en waren de meisjes respectievelijk boven - op de computer aan het spelen. Heel erg vond je het niet, want je had nieuw speelgoed om mee te spelen. We hebben zelfs heel leuk speelgoed meegekregen: een klein treintje op een baantje, waar verschillende geluiden in zitten. Je hebt er ondertussen echt al veel mee gespeeld.
Vrijdag heb ik je op het gewone uur, zijnde half zes ’s avonds, afgehaald bij Nice, en zijn we samen naar mijn school gereden voor de nieuwjaarsreceptie. Ik had eerst gezegd dat ik niet ging komen, maar je was wonderwel goed gezind, dus ik zag het wel zitten. Ik wou eigenlijk vooral met jou gaan pronken, en dat is me gelukt ook. Alle collega’s waren weg van jou. Je hebt je dan ook, als altijd in gezelschap, voorbeeldig gedragen. Er waren sandwiches à volonté, en ik denk dat jij er drie met paté en eentje met filet américain préparé naar binnen hebt gespeeld. Ik had er natuurlijk niet op gerekend dat we daar zouden eten, en ik had je drinkbeker niet bij. Het resultaat was dat je uit een glas moest drinken, en na verloop van tijd kleddernat was. Er waren een paar van mijn leerlingen aanwezig als vertegenwoordigers van de leerlingenraad, en die waren helemaal weg van jou, en jij van hen, zeker toen je een basketbal in handen kreeg en zij met jou begonnen spelen. Vooral Tom, die jij om een of andere reden Tombie noemde, kon op je bijval rekenen. Iedereen vond je, als altijd, een schatje.
De zaterdag was, voor zover ik het me kan herinneren, lekker rustig, en op zondag zijn we koffie gaan drinken bij oma en opa. Oma vertrok immers de dinsdag erna naar Peru voor vijf weken (opnieuw om er als vrijwilliger te gaan werken als tandarts in Peru) en wilde ons allemaal nog even zien. De taart was heerlijk, en dat vond jij ook, klein smekmormel. Je was eigenlijk vooral enthousiast over het feit dat je nonkels en tantes er ook waren, en vooral dan Roeland.
De week erop was weer vrij rustig, behalve dan dat er weer een paar kakincidenten waren te beleven. Je stoelgang is nog steeds problematisch, om het nog zachtjes uit te drukken. Het gebeurt eigenlijk zelden dat je een normale, vaste kak hebt. Eén keer had ik verschrikkelijk veel geluk dat je geen echte diarree had: om een of andere reden was je luier verschoven of niet goed aan, en je zat naast me in de zetel naar tv te kijken. Ik hoorde aan je ademhaling dat je je broek aan het vullen was, en even later rook ik het ook. Ik wilde je een verse luier aandoen, tilde je op, en toen zag ik het: een mooi pakketje in de zetel ! Blijkbaar had je gewoon naast je luier gekakt en was die zelfs nog proper ! Jijzelf had er al per ongeluk met je handjes ingezeten, dus een grootse kuisoperatie volgde, maar een kwartier later waren zowel Wolf als speelgoed en zetel weer zoals het hoorde. Heh. Er zijn leuker dingen dan dat. Nog een geluk dat je toen niet de stoelgang had als die vrijdagmorgen ! Om half acht wilde ik je uit je bed halen om je je fles te laten drinken in de badkamer en je vervolgens aan te kleden, en bij het binnenkomen van je kamer rook ik het al: een flinke kakbroek. Alleen bleek dat een schromelijke onderschatting. Je bleek serieuze buikloop te hebben - gelukkig zonder de neveneffecten als krampen en zo - en de kak zat letterlijk tot in je haar. Je hele pyama, je slaapzak, het ververskussen, alles… Ik heb onmiddellijk het bad laten vollopen, jou zo goed zo kwaad mogelijk eerst propergemaakt met vochtige doekjes en je daarna gewassen. Je huilde van ellende en wellicht ook het koude water, maar het leed was geleden van zodra je in je warme badje zat: een heerlijke onverwachte traktatie. Het resultaat was uiteindelijk een proper gewassen en geklede Wolf, en een mama die het zonder douche moest stellen en ontbeten heeft in de auto op weg naar school. Heh.
Nice vond trouwens ook dat het de spuigaten uitliep en drong aan op een nieuw staalonderzoek van je kak: vrijwel elke dag moet ze jou na je middagdut vers ondergoed aandoen, omdat alles er gewoon uitloopt. Vorige week kreeg ik echt onder mijn voeten: je had nog maar eens het ganse bed vuilgemaakt, zonder dat je er iets aan kan doen natuurlijk. En op een andere dag die week had je, toen ik je ging afhalen, je reservebroek en -onderhemdje aan, en rook ik bij het aandoen van je vestje alweer iets: ja hoor, je luier was alweer aan het lekken - en nee, het ligt niet aan de luiers, wel de consistentie van je kak - en we hadden geen reservebroek meer bij. Nice heeft me dan maar een plastiekzak gegeven om op de autostoel te leggen, en thuis heb ik je dadelijk dan ververst en verse kleren aangedaan. Arme jongen. Vorige donderdag heb ik een staaltje binnengebracht bij de huisdokter om te laten onderzoeken - volgens de kinderarts is er niks mis, maar dat is quatsch - en als er niks te vinden is, gaat hij me doorsturen naar de kindergastro-enteroloog van het UZ. Dit kan echt zo niet blijven duren, op deze manier kan je trouwens ook niet zindelijk worden.
Vorige donderdagavond was er hier ’s avonds rollenspel, iets wat ik al meer dan tien jaar elke donderdagavond doe. Het is afwisselend bij één van de spelers thuis, en donderdag was het dus bij ons. Jij was nog op toen iedereen hier iets over acht toekwam, maar wilde gewillig in bed een beetje later. Jammer genoeg was je een kwartier daarna alweer aan het brullen, en kwam papa met jou naar beneden. Ik wilde hem laten werken, en nam je dus bij me op schoot. Met grote ogen en dito enthousiasme nam je de tafel in ogenschouw, en besloot dat je de dobbelstenen wel zag zitten. Je luisde ze aan de ene kant van de tafel af van Kim, om ze dan naar Helena aan de andere kant van de tafel te brengen; wat je gelukkig niet doorhad, was dat zij ze boven tafel weer aan Kim gaf, waardoor het spelletje zo’n kwartier doorging met onverminderde inzet. Ondertussen schooide je bij mij om een paar M&Ms, en was je algemeen een gezellig baasje. Een half uur later zwaaide je iedereen slaapwel, en ging probleemloos naar bed. Soms ben je een echt schatje.
Vorige week zaterdag mocht je, zoals altijd in het weekend, ’s morgens bij ons in bed om je flesje te drinken en wat te spelen en te knuffelen. Je had die nacht nogal wat gehuild, en me verschillende malen wakker gemaakt met een nachtmerrie - mijn nachtrust is niet echt gezond te noemen de laatste tijd. Je leek ons nogal rustig in bed, en iets later bleek ook waarom: met een grote gulp kwam de helft van je fles melk terug naar buiten. Jij werd terstond door je papa afgevoerd richting badkamer en ontdaan van alle natte spullen, terwijl mama nog probeerde te redden wat er te redden viel qua beddengoed (en dat viel eigenlijk nogal tegen). In je badje bleek je ook echt wel rustig: je zat nogal bleekjes en aangeslagen te spelen, niet zo uitbundig als anders. Iets later bleek dat je ook koorts had, en slaperig was. Alweer ziek dus. Niets ernstigs deze keer, alleen zaten je ogen voortdurend vol korstjes, en werd je op een bepaald moment ’s nachts al huilend wakker omdat je je ogen niet openkreeg. Je was gewoon futloos en bleek, kijk maar naar de foto’s met je opa. Die is zondag bij ons komen eten, en je was uiteraard wel enthousiast toen je hem zag, maar niet zoals anders. Je wilde voortdurend geknuffeld worden en was ook vrij hangerig. Gelukkig heeft het maar een dag of twee geduurd, en was je daarna weer de gewone Wolf.
De voorbije week was ook weer niks bijzonders, maar zaterdag mocht je naar Omaly en Bompa ! Papa en ik hadden kaarten gekregen van je peter Jeroen voor een optreden van Wouter Deprez, en moesten dus een babysit zoeken. Papa had toen het lumineuze idee om het aan Omaly te vragen: we gingen er toch eten zondagmiddag, dus konden we maar vragen of je er mocht blijven slapen. Ik ben dus zaterdagnamiddag met jou naar Ronse gereden, en jij was vreselijk ongeduldig: zodra je hoorde dat we naar Omaly en bompa gingen, kon het niet snel genoeg gaan. Je hebt me zelfs geholpen met inladen, en we waren amper ter hoogte van de Sterre toen je me al vroeg of we er bijna waren. De hele weg lang heb je geestdriftig verteld over oma en bompa. Plots ontwikkelde zich echter de volgende conversatie:
- “Oma dom”.
- “Wolfje, wat zeg je nu ? Oma is toch niet dom ?”
Nadenkende stilte.
- “Oma beetje dom”.
- “Maar enfin, Wolfje, oma is toch helemaal niet dom, ook niet een beetje !”
Pauze. En dan een klein vragend stemmetje:
- “Oma klein beetje dom ?”
- “Waarom is oma dan dom ?”
- “Boem edaan.”
- “Oh ? Heeft oma boem gedaan ? En waar heeft oma dan wel boem gedaan ?”
- “Kopje”. Met grote stelligheid verkondigd.
- “Oei ? En dan ?”
- “Veel pijn.” Stilte. “Wolf kusje geef, nie pijn !”
En daarmee was voor hem de kous af, en ik zat te gieren achter mijn stuur.
Verder wil ik je ook nog een hoop losse dingen vertellen waar ik echt geen datum (meer) kan opkleven, maar die ik je toch niet wil onthouden.
* ik heb je blijkbaar met een eerste trauma opgezadeld, kleine muis :-/ Toen je in de kerstvakantie zo ziek was, moest ik regelmatig je koorts meten om te zien of ik je geen koortswerend middel moest geven. Ik héb het geprobeerd via je oksel, maar je zit geen second stil en vindt het ook totaal niet leuk, zodat ik echt geen zuivere waarde kreeg (tenzij je plots amper 34.6° had). De enige afdoende methode is dus rectaal, en je schreeuwt moord en brand. Pijn kan het niet echt doen, want het is zo’n dun flexibel rubberen dingetje, maar ik kan me wel voorstellen dat er leuker dingen zijn. Je ligt dan hartverscheurend te huilen en te wriemelen tot het ding piept, en je geïntrigeerd stilvalt om de oorzaak van het gepiep te bekijken.
De eerste dagen na de kerstvakantie ontkende je steevast dat je kaka had gedaan, ook al was de bewijslast voor mijn neus onmiskenbaar. Je spartelde telkens tegen als ik je dan toch meenam naar de keuken voor een verse luier, tot ik plots te weten kwam waarom: met een angstige blik in je ogen keek je me aan en zei: “Nie pieppiep ! Nee mama, nie pieppiep !” Pas toen ik je geruststelde en zei dat ik de pieppiep niet ging gebruiken, stopte je met huilen en lag stil. Arme jongen. Je hebt blijkbaar een doodse schrik van de koorsthermometer opgedaan… Zelfs nu durf je het me soms nog vragen, en we zijn al een paar weken verder.
Heh, je bent weer wakker, kleintje: af en toe hoor ik je iets zeggen via de babyfoon, en ik hoor ook het gebonk van je ijzeren bedje tegen de vloer, wat erop wijst dat je ofwel vreselijk ligt te woelen, ofwel rechtstaat in je bed. Ik hoop dat je weer rustig in slaap valt, kleintje, zodat ik nog een uurtje verder kan schrijven.
* Het nieuwste spelletje bij ons in bed is het maken van huisjes. Papa en ik moeten dan met onze respectieve donsdekens huisjes maken, waar jij dan al giechelend inkruipt. Soms moet ik erbij komen in het huisje van papa, soms kruip jij van het ene naar het andere. In elk geval komt er een hoop plezier en gelach bij kijken. Je houdt wel van die weekendochtenden in onze kamer: je doet de nachtlampjes aan, zet de wekkerradio’s aan (en verprutst ondertussen meestal alle instellingen, wat er al voor gezorgd heeft dat ik me op maandag overslapen heb en te laat was op school, sloeber) en loopt op je blote voetjes van de ene kant van het bed naar het andere. Af en toe kruip je dan weer dicht tegen me aan onder de dekens om op te warmen, en duwt dan, gierend van de voorpret, je ijskoude voeten tegen mijn warme billen aan, waarop ik uiteraard diepe zuchten en hoge gilletjes slaak en uitroep dat dat ijskoud is, wat de pret alleen maar verhoogt natuurlijk. Die zaterdag- en zondagochtenden zijn gewoon heerlijk, snoetie
* Wat die koude voetjes betreft kan ik je nog iets vertellen: als we ’s avonds na het eten je pyama halen, beklim je niet meer zelf de trap. Niet dat je dat niet kan, hoor, maar je stapt dan van de heerlijke warme vloer op de koude tegels in de hal (daar zit geen vloerverwarming meer), zegt dan ostentatief: “Oeh, koude voetjes, mama pakken !” en steekt je armen uit naar mij. En wie ben ik dan om mijn zoontje dat te weigeren ?
* Je wast bijzonder graag af, liefje. Als je ziet dat papa of ik aanstalten maken om aan een afwas te beginnen (een echte, niet zo’n kleintje waarbij we enkel je flesje moeten afwassen), sleep je vol enthousiasme een stoel naar het aanrecht, klautert erop, en begint in het water te spelen. Gelukkig doe je dat heel voorzichtig, want we waarschuwen je telkens opnieuw dat het water heel heet kan zijn. Je dopt dan heel zachtjes één vingertje in het water en trekt dat snel terug, en trekt pas dan je conclusies. Als de temperatuur ok is, wil je het liefst zelf proberen afwassen met een vod, net zoals mama en papa dat doen. Het is misschien wel heel lief dat je wil helpen, kleine mol, maar oh zo onpraktisch: alles is natgespat, jij niet in het minst, en je staat verschrikkelijk in de weg voor wie zelf deftig wil afwassen. Ook de afwasmachine ken je ondertussen: je helpt me vaak om ze uit te legen, en ik hou telkens opnieuw mijn hart vast als je de borden eruit haalt en aan mij geeft. Ondertussen weet je ook al hoe je ze moet opvullen, en weet je waar de verschillende soorten borden moeten zitten. En oh wee als ik afwijk van het geijkte stramien !
* Een ontwikkeling die ik eigenlijk niet zo leuk vind, maar waar niet veel aan te doen is: je wil niet eten ’s morgens. In het weekend wel, maar dan hebben we eerst al een half uur gespeeld, ben je in bad geweest, en is het sowieso een pak later. In de week gaat alles een stuk vlugger: je drinkt je fles melk leeg bij ons in de badkamer terwijl papa doucht, ik kleed je aan, en op een kwartiertje sta je beneden. Het is wellicht een combinatie van het vroege uur en de 300 ml melk die je net hebt gedronken, maar zelfs een stukje peperkoek kan je ’s morgens niet meer bekoren. Ik denk dat je dan in de loop van de morgen nog wel iets krijgt van Nice, want bij ons lukt het echt niet. Jammer, het ontbijt is zo belangrijk.
Ondertussen slaap je trouwens nog steeds niet (het is al na elven, schrijven neemt veel tijd in beslag) maar lig je voortdurend te babbelen. Daarnet had je het plots over water drinken, en daarop hoorde ik de woorden: “Koekje. Lekker !” Wellicht ben je gewoon aan het spelen met je beren in je bed, het licht moet tegenwoordig toch aan blijven. Je werd de laatste tijd vaak wakker midden in de nacht, en begon dan hartverscheurend te huilen. Het heeft me een paar nachten slaap gekost, maar uiteindelijk ben ik erachter gekomen dat je bang bent geworden in het donker: sedertdien laat ik, als je dat wil, je nachtlampje branden, en je slaapt een pak beter. Soms mag het lichtje uit, ik weet niet waar het precies aan ligt, maar meestal moet het aan blijven. Bizar.
* Vorige week heb ik gemerkt dat een van je kleintje-tuten het echt heeft begeven: dat zijn nog steeds je allereerste tuutjes, en ondertussen dus bijna twee jaar oud. Uit hygiënisch standpunt hadden ze al lang vervangen moeten worden, maar je kan er zo moeilijk afstand van nemen. Ik vertelde het aan Nice, en die zei dat ik echt geen nieuwe kleine tuutjes mocht kopen, omdat die zo slecht zijn voor je tanden. Ik ben daarom met jou naar de apotheker gegaan, en heb twee nieuwe tuutjes gekocht. Eentje exact zoals een van je beginnerstuutjes, en het andere heb je zelf mogen kiezen. Het is een rood exemplaar geworden met een donkerblauwe ring, en je bent er maar wat trots op. Aan die tuten hangt er geen koordje, dat zijn dan ook de slaapexemplaren. Je merkt wel het verschil, maar die kleine tuutjes zijn nu echt wel op.
* Een nieuwe ontwikkeling in de laatste paar weken zijn je woede-aanvallen. Het schijnt typisch te zijn voor je leeftijd, maar daarom nog altijd niet fijn. Het is begonnen een paar weken geleden midden in de nacht. Zoals zo vaak werd je huilend wakker, en nam ik je uit je bedje. Doorgaans volstaat het om je even mee te nemen naar de keuken, je wat te laten drinken, en je dan weer in je bed te leggen. Dan slaap je rustig verder, met wat geluk tot ’s morgens. Die nacht echter, van zodra ik de deur sloot, begon je opnieuw te huilen. Ik gaf je opnieuw je tuutje, stopte je weer in, en ging terug naar bed. Ik lag amper neer toen je weer begon te huilen, of zeg maar brullen. Ik je maar opnieuw uit je bed gevist, en naar beneden. Daar heb je een vijftal minuutjes bij me in de zetel gezeten, bij het flauwe licht van de straatlantaarns. Je was heel rustig en lief, en lag bijna in slaap. Zodra ik je echter weer in je bed wilde leggen, zette je het weer op een brullen. Om half vier ’s nachts zijn er leuker dingen, zodat ik besloot je bij me in bed te nemen. Je nestelde je tegen me aan, en sloot je ogen. Een tiental minuten later wilde ik je weer in je eigen bed leggen, maar opnieuw ging die keel open. Zucht. Deze keer werd ook papa wakker, en vertwijfeld legde ik hem uit dat ik je maar niet stil kreeg, en dat ik je net in je bed had gelegd en van plan was je even te laten brullen. Na een paar minuten kon hij het gekrijs echter niet langer aanhoren, en ging naar je toe. Ik hoorde papa tegen je bezig, maar het gekrijs ging onverminderd door. Toen ik even later zelf poolshoogte kwam nemen, zat papa rustig in het zeteltje dat in je kamer staat, en was jij aan het stampvoeten en het brullen en rond aan het lopen in je kamer. Af en toe kwam je heel even bij ons voor een knuffel, maar wilde dadelijk weer weg, dit alles begeleid door een intens gebrul en gekrijs. Ik denk dat het een half uur heeft geduurd vooraleer je wilde kalmeren, en toen heb je braafjes geslapen.
Sinds die eerste woedebui heb je er nog zo’n paar gehad, zoals bijvoorbeeld gisteren rond half twaalf ’s avonds. Papa en ik wilden eigenlijk gaan slapen, maar jij was beginnen huilen, ik had je even uit je bed gehaald om je iets te laten drinken, en toen was je beginnen brullen. Fijn. Opnieuw heeft dat een behoorlijk tijdje geduurd, en er zit niks anders op dan je te laten doen.
Vorige week woensdag heb je me dat trouwens ook gelapt. Ik had afgesproken om met jou tot bij Faust te gaan om daar koffie te gaan drinken, en ik dacht dat dat zo rond half vier zou geweest zijn. Jij zat echter pas tegen twee uur in bed. Om half vier lag je nog steeds te slapen, zodat ik Faust even verwittigde dat het wat later ging zijn. Geen probleem, zei hij. Om half vijf vond ik het echter welletjes, ook al omdat ik wilde dat je ’s nachts nog ging kunnen slapen. Je sliep echter nog diep toen ik je wakker ging maken, en je was het helemaal niet eens met de gang van zaken: je zette het weer op een brullen. De eerste tien minuten zag ik het al lachend aan, en toen nam ik de telefoon om Faust te zeggen dat het nog eventjes kon duren, en dat het echt aan mij niet lag. Hij kon me amper verstaan door jouw gebrul, ik moest echt in de keuken gaan. Ik denk dat je het ongeveer een half uur hebt volgehouden, waardoor het kwart over vijf was vooraleer we bij Faust aanbelanden. Daar heb je je vieruurtje (what’s in a name) gegeten en een paar koekjes, en heb je de woonkamer verkend. Al bij al vond ik het best gezellig en was jij opnieuw een lief jongetje.
Ik ben alleen je tuitbeker vergeten bij Faust. Gelukkig waren papa en ik al begonnen om je te leren drinken uit een bekertje (glaasje, om het verschil te maken met je beker), maar je haalde daar geen debiet mee en morste nogal vaak. Nu zat er niks anders op dan uit een glaasje te drinken. Bij het avondeten vroeg je naar je beker, maar ik bekende beteuterd dat ik je beker kwijt was, dat ik hem niet meer vond. Jij keek me verwijtend aan, en zei: “Mama dom.” Daarmee wist ik het ook weer. Je bent zelf nog gaan zoeken, vruchteloos uiteraard. Ondertussen zijn we een week later en vraag je er niet meer naar. Gelukkig.
Poeh. Zo’n lap tekst, kleintje ! Er zijn nog dingen die ik je wil vertellen, maar dat zal voor een andere keer zijn, het is ondertussen half twaalf en bedtijd voor je mama.
Slaapwel, mijn liefje !