0
Het is meer dan twee weken geleden dat ik nog iets heb geschreven en dat is een schande, maar het was dan ook zo vreselijk druk… En om eerlijk te zijn, als ik dan ’s avonds eindelijk in de zetel lag, had ik de fut niet meer om dan nog iets te schrijven. Toch is er wel één en ander te vertellen hoor.
Je bent echt niet lang ziek geweest, snoetie. Woensdag was je al even energiek en springerig als altijd, en hebben we de gewone woensdagse dingen gedaan, zoals spelen, om boodschappen gaan, enzoverder. Je bent er wel op een bepaald moment in geslaagd boven op me te springen op een zodanig enthousiaste manier dat je me een keiharde kopstoot hebt gegeven. Resultaat: we zaten allebei te huilen, jij eerder van het verschieten, ik van de pijn. Je bent met het midden van je voorhoofd tegen de rand van mijn oogkas geknald, en bij jou werd het een blauw plekje, bij mij heeft het quasi veertien dagen geduurd voor de gevoeligheid weg was. Ik denk dat het zelfs een lichte hersenschudding was: de koppijn kwam opzetten, en donderdag ben ik zelfs niet gaan werken wegens barstende koppijn en een algemeen verschrikkelijk mottig gevoel. Ik heb de hele dag geslapen, maar jij had nergens last van, zei Nice.
Zaterdag zijn we voor ‘t eerst sinds lang weer gaan zwemmen, en je vond het heerlijk. Je hebt helemaal geen schrik van het water. In het begin bleef je netjes in het ondiepe, maar na verloop van tijd waagde je je spontaan in de buurt van de glijbaan, waar het water toch wel tot aan je okseltjes kwam. Achteraf was je doodop: je bent zonder eten in je bedje gegaan, en hebt pas tegen twee uur gegeten.
Wel is je ritme nog steeds niet echt klokvast: je wil tegenwoordig maar slapen rond half tien
Als ik je er vroeger probeer in te steken, begin je te brullen, en, koppig als je bent, hou je daar niet mee op tot ik je ga halen. Dat duurde echt wel een tijdje, tot ik vorige week plots opmerkte dat je soms heftig zat te slikken, en op een bepaald moment zelfs naar je mondje wees en “Bèh” zei. Duidelijk een slechte smaak in je mond. Toen je dan later op de avond gewillig in je bedje ging, maar het na een minuut of zo alweer op een brullen zette, wist ik het zeker: reflux ! Je hebt echt wel hetzelfde probleem als je mama. Ik ben de volgende dag dan maar opnieuw een fles Gaviscon gaan halen, en die ken je nu al door en door. Dan kom je bij me, trekt aan mijn kleren en zegt: “Mama, kom !” tot ik meega naar de keuken. Je toont me dan de schuif met bestek, zegt me duidelijk dat ik een “piepol” moet nemen, en sleurt me dan mee naar je waskussen, waarnaast de fles staat. Je steekt me ze ostentatief in de handen, wijst naar de lepel, naar je mond, zegt “Wof buikje”, en wrijft over je buik. Je kan misschien nog niet echt praten, maar je weet verdomd goed duidelijk te maken wat je wil. In elk geval maakt het wel verschil: nu wil je tenminste slapen.
Op aanraden van Nice heb ik ook een lichtje in je kamer gezet. Ik heb dat gekregen toen je geboren werd: een klein draagbaar nachtlampje met een lachend gezichtje dat een zacht blauw licht verspreidt, en dat ook zachtjes een wiegeliedje speelt. Het blijft 10 minuten schijnen, en slaat weer aan als je begint te huilen. Je vindt het heerlijk: het staat op de grond een eindje van je bedje, en met een glimlach op je gezicht lig je er dan naar te kijken, terwijl je met je ene handje je beertje vasthoudt, en met het andere de spijltjes omklemt. De afgelopen twee avonden heb ik ook korte metten gemaakt met jouw protest: rond half negen heb ik je meegenomen naar boven, in je slaapzak gestoken en in je bedje gelegd. Blijkbaar helpt het lichtje toch om je te kalmeren, want je protest bleef uiterst beperkt. Heh, ik heb weer een stuk van mijn avond terug.
Want ja, je bent nog steeds veeleisend: je kan niet verdragen dat ik aan mijn computer zit of was opvouw: ik moet me met jou bezighouden, of toch minstens in de zetel zitten waar jij dan zit te spelen.
Afgelopen weekend waren zowel papa als ik weg: papa was naar een congres van de JCI, en ik ben opnieuw de barbaar gaan uithangen op Poort. Het deed me deugd
Het betekende voor jou natuurlijk wel dat je een weekendje bij oma en opa moest, maar dat leek je niet erg te vinden. Toen ik halverwege het weekend even belde, bleek je net in bad te zitten. De vrijdag was oma met jou naar omoe en opoe geweest, en op zaterdag naar omoe van Zomergem. Daar had je je te pletter geamuseerd met de ganzen, vertelde opa. Je had ze achterna gezeten, en liggen rollen in het gras van de pret. Je bent hem trouwens popa beginnen noemen, kleintje, tot zijn grote genoegen. Slapen was geen probleem geweest, vertelde oma. Verder heb je geen minuut stilgezeten, en ben je door het hele huis gaan rondcrossen. Van de koekoeksklok heb je geen schrik meer, naar ‘t schijnt, wel integendeel.
Ondertussen heb je wel een mega verkoudheid: snot loopt voortdurend uit je neusje, zodat je om de vijf stappen komt vragen: “Neush ?” Je weet trouwens je lichaamsdelen perfect zitten: feilloos wijs je je neus, je ogen, oren, mond, handjes, voetjes, poep en buikje aan, en als ik je naar je tong vraag, zeg je heel ondeugend ‘bèh’ met uitgestoken tong ! Eigenlijk ben je nog steeds fantastisch goed gezind, kleintje. Je lacht met alles, en bent altijd tot een spelletje te verleiden. En boterhammen met choco doen het ook goed om een lach op je gezicht te toveren.
Het gaat snel, liefje, heel snel. En ik weet niet of ik dat wel altijd even leuk vind.