Lieve snoetje, de laatste dagen ben je wat vervelend, en we weten niet waarom. Je bent nogal dreinerig en hangerig, maar het ligt niet aan je tandjes. Ik voel of zie ze in elk geval toch niet, terwijl je toch op alles wil bijten, soms tot bloedens toe.
Toch is het met zijn momenten: soms ben je dan ook weer ongelofelijk goed gezind, zoals de dagen daarvoor. Dan loop je te schateren door het huis, speel je met alles, en lach je voortdurend. Je hebt nu ook gevonden hoe je met je tong over je bovenlip kan gaan, zodat je ‘lelelelelelelele’ kan zeggen. Zodra iemand - papa, ikke, oma, Shura, … - je voordoet, doe je het prompt achter.
Je wordt zo snel groot… Papa heeft je gisteren je eerste fitnessoefeningen laten doen: hij heeft je geleerd hoe je de trap op kan kruipen, en dadelijk heb je dat dan ook maar vier keer gedaan, de twee volledige trappen. Naar beneden kan je zelf nog niet, gelukkig maar. De traphekjes zijn besteld, maar papa kon toch niet wachten… Bij oma heb je dat kunstje dan ook nog eens gedemonstreerd op de marmeren trap daar. We zijn gisteren even op bezoek geweest in Zomergem voor moederdag, en dan ook maar meteen binnengewipt bij je grootoma in Ursel. Daar hebben we dan ook boterhammetjes gegeten, maar ik had geen drinkflesje bij. Je moest dus wel uit een beker proberen drinken, maar dat lukt dus helemaal niet zoals het zou moeten: je bent veel te bruusk (je flesje kan je zonder meer ondersteboven houden, maar bij een beker loopt dat verkeerd af natuurlijk), waardoor je een ganse gulp naar binnen krijgt en je je verslikt. Gefrustreerd begon je te brullen en de beker uit mijn handen te slaan. Thuis zijn we nu ook maar overgeschakeld op tuitbekers, zodat je tenminste al de plotse vloed gewoonraakt, en niet meer hoeft te zuigen.
Je wordt trouwens ook verstandiger en sluwer met de dag. Je boterhammetjes gaan nog steeds vlot binnen, maar als je nu voldoende hebt, laat je de restjes niet zomaar liggen: secuur en in opperste concentratie haal je met je kleine vingertjes de boterhamhelftjes van elkaar, haalt het beleg er vantussen, en propt dat snel in je mond. En dan zit je natuurlijk triomfantelijk rond te kijken in je stoel ! Kleine sloeber !