Mijn lieve kleine sloeber, het is alweer twee weken geleden dat ik nog iets geschreven heb, en ik voel me schuldig. Er is zoveel gebeurd, maar het is verschrikkelijk druk op school en ik heb niet de tijd gevonden om te schrijven…
Momenteel lig je even in je bedje, moe van al het spelen buiten. Het is prachtig weer, en jij bent niet uit de tuin weg te slaan. Je gaat overal verkennen, gaat zitten in het gras en speelt met de sprietjes, probeert bloemen te plukken (gelukkig de paardebloemen en madeliefjes) en loopt gewoon rond. Je hebt ook een oude tennisbal gevonden, en nu speel je met de hond: je gooit het balletje weg (of komt het aan mij brengen om weg te gooien), de hond rent ernaartoe en grabbelt het vast, en jij gaat het daarna weer afpakken van de hond. Ik hou het strikt in de gaten, maar de hond vindt het helemaal niet erg. Blijkbaar is hij je grote vriend. Toen je afgelopen weekend na een paar dagen weer thuis kwam, is het eerste wat je deed de hond knuffelen, zegt papa. Je kon er maar niet genoeg van krijgen, je had hem blijkbaar erg gemist.
Ook de kat is één van je favorieten: telkens weer ga je ernaartoe en probeer je zijn staart vast te grijpen, of gewoon met hem te spelen en luid tegen hem te roepen. Soms zoekt hij je zelfs op, maar vaak ontaardt het in een té wild spelletje, en eindigt het met een stevige klauw en een huilpartij. En tóch blijf je doorgaan.
Ik denk dat je ook verschrikkelijk verbaal gaat worden. Tiens, van wie zou je dat nu hebben ? Je loopt constant te babbelen, al hebben je woorden nog steeds geen betekenis. “Mama” zeg je nu voortdurend, maar dat zeg je ook tegen papa, Shura, oma, Nice… Al zeg je tegen haar vaker “Mamie”. Vorige week ben je plots ‘blebleblebleble” beginnen zeggen, met vooruitgestoken lip en kleine vingertjes. Veel leuker is het nog als jij gewoon je lipje uitsteekt, en mama met haar vinger “blebleble” doet: het gaat veel sneller ! Of omgekeerd: mama steekt haar lip uit, en jij mag met je kleine vingertjes heen en weer gaan.
Vorig weekend ben je bij Omaly en opa gaan logeren: mama ging op weekend, en papa wou wel eens het huis voor zich alleen. Jij vond het alvast niet erg: je kreeg twee dagen non-stop aandacht ! Voor zover ik weet zijn ze met jou naar de kermis geweest en heb je je ogen uitgekeken naar al het volk en alle lichtjes. En op zondag was er de Fiertel, en mocht je ook staan kijken. Je hebt een heel leuk houten blokkenspeeltje gekregen, precies wat ik zelf ook nog wilde kopen. Blijkbaar hebben ze het hele weekend met jou geoefend, want je kan feilloos de blokjes op de staafjes steken. Omaly kon het uiteraard ook niet laten en heeft jou een set hele mooie kleertjes gekocht: een donkerblauwe short, een marinegestreepte trui, en een donkerblauwe gebreide vest. De truitjes zijn nog wat te groot, maar het shortje zal deze zomer vast en zeker zijn diensten bewijzen. Dank je, omaly !
Ik weet niet wat ze nog met jou hebben uitgespookt, maar je woordenschat is een pak uitgebreider geworden: je loopt nu de hele tijd ‘djebbe-djebbe-djebbe’ te zeggen, vol overtuiging en met een zalig snoetje, en je combineert dat met de heerlijkste klanken. Je kan misschien nog niet spreken, maar je kan wel heel duidelijk maken wat je wil zeggen of hebben, en als we je iets verbieden, begin je op slag luidkeels te huilen, gigantische krokodillentranen.
We hebben ook een grote schommel voor jou gevonden, tweedehands. Het is een cadeautje van oma en opa, maar hij is wel wat groter uitgevallen dan ik dacht. Als we eens een paar extra handen hebben, zetten we hem op. Het is compleet met een grote glijbaan, maar daar ben je nog wat klein voor. Met de basisschommel moet het wel lukken. Tegenwoordig schommel je graag in mama’s hangmat. Die heb ik donderdag opgehangen, en je vindt ze heerlijk: als ik erin lig, wil je erbij, en dan schommelen we samen. Of je loopt er gewoon onderdoor met je kopje tegen de stof, en dan schater je het uit. Gisteren heb je ook een hele tijd in die plek droge aarde van de hond zitten spelen, en daarom ga ik vandaag een zandbak halen: je hebt er duidelijk behoefte aan om te kunnen spelen met zand en water. Als dat niet het geval was, heb je gewoon geen Rombautsbloed in je aderen, kleintje !
Hoewel je dus twee weken geleden wat ambetant was, heb je nog steeds geen extra tandjes gekregen, je staat nog steeds op 6. Oma vindt het wat laat, maar ik maak me geen zorgen: “hoe later de tanden, hoe intelligenter”, luidt de volkswijsheid. Je knarst wel nog steeds, en ik hoop dat je je prille tandjes nog niet beschadigt. Je gebruikt ze wel graag: vorige week had je plots een periode dat je geen boterhammen zonder korstjes meer wou, alleen nog de korstjes zelf. Dat is ondertussen alweer voorbij gegaan, en je laat de korstjes weer liggen. Eten is nog steeds geen probleem: je eet het liefst van al met ons mee. Je fruit wil je niet meer in moes, het moeten stukjes zijn die je zelf kan binnenspelen. Zo eet je dan een hele koek, en anderhalve banaan of zo.
Je bent trouwens ook een beertjesman geworden: je kleine slapebeertje is je grote favoriet en moet regelmatig mee naar beneden. Hier loop je ook vaak met teddyberen rond: er zitten er een paar in je kist, en soms pak je er gewoon een paar mee uit je bedje (daar liggen er zoveel dat je er bijna niet meer bijkan, maar je protesteert als ik er een paar wegneem), of loop je rond met Gerard de Giraf. Ik heb het zekere voor het onzekere genomen, en woensdag een extra slapebeertje gekocht. In de Colruyt zag ik net hetzelfde liggen, vandaar. Zo worden wellicht grote drama’s in de toekomst vermeden. Ik heb je slapebeertje dubbel en je giraf, dat zou toch moeten volstaan.